| Australië, New South Wales: natuurgebieden | |||||||||
- NP&WS - Bald Rock - Cunningham - Batemans - Ben Boyd - Boonoo Boonoo - Bouddi - sand mining - Brisbane Water - Broadwater - Bundjalung - Hat Head - Jervis Bay - Kosciuszko - Snowy Hydro - Mimosa Rocks - Morton - Murramarang |
De Office of Environment and Heritage (OEH) is veranwoordelijk voor de bescherming en het behoud van de biodiversiteit in New South Wales. Beschermde gebieden, die een aparte status hebben verkregen binnen de National Parks and Wildlife Act, worden beheerd door de National Parks and Wildlife Service (een afdeling van de OEH). Deze gebieden spelen een belangrijke rol in de bescherming van de biodiversiteit en het natuurlijk en historisch erfgoed. De website van de OEH meldt begin 2012 dat New South Wales 877 nationale parken en reservaten heeft. Sommige gebieden zijn goed bestand tegen allerlei vormen van menselijke activiteiten maar andere gebieden zijn kwetsbaarder en hebben meer bescherming nodig. Dat is een van de redenen waarom beschermde gebieden in verschillende categorieen zijn verdeeld, hier volgen er een paar: National Parks are areas protected for their unspoiled landscapes and native plants and animals. They are set aside for conservation and public enjoyment, and usually offer visitor facilities. Nature reserves are areas of special scientific and conservation interest, set up mainly to protect their native plant and animal communities. Few have visitor facilities. State conservation areas, often containing important natural environments, have been set aside for conservation, public enjoyment and potential exploration. Wilderness is usually an 'overlay' on national parks or reserves. Wilderness areas are large, remote and essentially unchanged by modern human activity. They are managed so that native plant and animal communities are disturbed as little as possible. Marine parks are unique and outstanding marine areas, set aside to conserve seawater plants and animals. They're divided into zones that allow different, sustainable levels of commercial and recreational activities. Aboriginal areas are places that have significance for Aboriginal people, or contain objects of Aboriginal culture. They're managed in accordance with the cultural values of the Aboriginal people whose heritage they belong to. Regional parks offer open spaces for recreational use and cultural activities (have often been largely altered since colonisation). Historic sites are sites of national cultural importance, including buildings, objects, monuments and landscapes. Karst conservation reserves are outstanding cave areas including Jenolan, Wombeyan, Abercrombie and Borenore caves. World Heritage-listed areas are some of the most important examples of natural and cultural heritage in the world. Ramsar wetlands: internationally significant sites, listed in the Ramsar Convention, which plays a key role in their conservation. Aquatic reserves have been established to protect biodiversity and provide representative samples of marine life and habitats. De meeste gebieden zijn gratis toegankelijk.
De enorme granieten rots Bald Rock bevindt zich in de dicht beboste streek tussen Stanthorpe en Tenterfield aan de grens met Queensland. Deze rots is 750 meter lang, 500 meter breed en 200 meter hoog. Via het wandelpad Bungoona Walk is de top van de rots te bereiken die een prachtig uitzicht biedt op Queensland (in het noorden) en Mount McKenzie (in het zuiden). De ontdekkingsreiziger Allan Cunningham was de eerste Europeaan die dit gebied bezocht; hij kwam hier in 1827. Bald Rock zelf werd in het begin van de 20ste eeuw gebruikt voor recreatieve doeleinden en de omgeving voor landbouw en houtwinning. In 1917 werd 200 hectare ten oosten van Bald Rock gereserveerd om eventueel een sanatorium te bouwen, aangezien hoogte en schone berglucht goed zou zijn voor mensen met tuberculose. Voor een ander gebied had men plannen voor een plantage van wattle bark (acacia soort) voor de winning van tannine. Geen van beide voornemens werden verwezenlijkt en na de dertiger jaren nam ook de landbouw af. In 1906 werd rondom Bald Rock een reservaat van 250 hectare gerealiseerd. Nadat verschillende gebieden waren toegevoegd, kreeg het in 1971 de status van staatspark en in 1974 werd het een nationaal park. Sindsdien zijn er nog weer gebieden aan toegevoegd, waaronder 1500 hectare in 1987 waarmee het werd verbonden met Girraween National Park in Queensland. Inmiddels omvat het park 8797 hectare. Bron tekst: website NSW government (januari 2012). Het Batemans Marine Park bestaat sinds 2007. Het loopt van het noorden van Murramarang Beach bij Bawley Point tot aan Wallaga Lake in het zuiden. Het omvat het zeegebied tot 3 nautische mijlen zee inwaarts inclusief alle riviermondingen, kreekjes, rivieren en meren (niet Nargal Lake) waar het tij invloed op heeft; in totaal een gebied van ongeveer 85.000 hectare. Binnen het park zijn er verschillende habitats die verschillende plant- en diergemeenschappen ondersteunen. Het park is in zones ingedeeld die ieder een andere mate van commerciële en recreatieve activiteiten toelaten. Zo is ongeveer 19% van het park aangeduid als Sanctuary Zone t.b.v. lange termijn bescherming van de biodiversiteit. Maar liefst 43% van het park is Habitat Protection Zone; in deze zone is de commerciele visvangst zeer sterk gelimiteerd. Aan de kust, in het uiterste zuidoosten, van New South Wales bevindt zich Ben Boyd National Park. Het park bestaat sinds 1971 en wordt door het stadje Eden en Twofold Bay onderbroken. Elk deel heeft unieke kenmerken. Het zuidelijke deel is van groot historisch belang vanwege Boyds Tower en de overblijfselen van de walvisvaart. Het noordelijke deel heeft een eigen kustvegetatie en een unieke formatie die de Pinnacles heet. Daar vormen kwetsbare zandgeulen met een laag rode klei erop een ongewoon geërodeerde geul bij Long Beach. Recent is het park ten noorden van Pambula Lake nog uitgebreid; het omvat nu (2012) 10.407 hectare. Vanuit dit gebied werden veel walvissen gevangen. Dat begon in 1828 en ging een eeuw door. De drie gebroeders Imlay stichtten er een handels- en veeteeltimperium; ze beheersten 100.000 hectare weidegrond rond Twofold Bay, bouwden een basis voor de walvisvaart en verscheepten vanuit de haven vee naar alle delen van de kolonie. In 1843 ging het imperium van de Imlays ten onder; Benjamin Boyd nam het over. Hij vestigde een walvisvloot aan Twofold Bay, die tevens het centrum van een bloeiende maritieme handel werd. Hij werd bovendien grootgrondbezitter en drukte zijn stempel op het gebied met de bouw van Boyds Tower op Red Point aan de zuidkant van Twofold Bay. Zijn bedrijf stortte echter in en hij verliet de streek in 1849. Het park is vernoemd naar deze Ben Boyd. Boyds Tower is overigens nooit als vuurtoren gebruikt maar was jarenlang een belangrijk uitkijkpunt voor de vele walvisjagers die aan de kust waren gevestigd. Eveneens aan de zuidkant van Twofold Bay bevindt zich het Davidson Whaling Station. Dit walvisvaartbedrijf, op de oever van Kiah Inlet, was een van de langstlopende walvisvaarders die vanaf de kust opereerde en tevens een van de laatste die werd gesloten. Drie generaties van de familie Davidson gingen de zee op in kleine boten, geassisteerd door een groep orka's onder leiding van orka Old Tom. De dode walvissen werden Kiah Inlet ingesleept tot aan de Try-work site die zich aan het water voor het whaling station bevond. Hier werden de walvissen verwerkt; de geur die daar bij vrijkwam hing over de gehele inlet en werd bij bepaalde weersomstandigheden over Twofold Bay tot aan Eden verspreid. De Boonoo Boonoo Rivier stort bij de Boonoo Boonoo Falls 210 meter omlaag. Deze waterval bevindt zich in de dicht beboste streek tussen Stanthorpe en Tenterfield. Aan het eind van de 19de eeuw werd in deze regio goud gevonden en het dorpje Boonoo Boonoo floreerde als gevolg daar van. Het dorp is al lang geleden verlaten maar er zijn nog wel wat restanten te zien. De waterval werd toegankelijk rond 1900. In 1982 kreeg 1345 hectare de beschermde status van nationaal park. Daarna is er nog veel aan toegevoegd en inmiddels heeft het park een omvang van 4377 hectare. Bouddi National Park ligt 75 kilometer ten noorden van Sydney, niet ver verwijderd van Gosford. Het beschermt de stranden en de bossen van de kust direct ten noorden van Broken Bay. Het woord Bouddi is een Aboriginal woord dat waarschijnlijk “een hart” of “water brekend over rotsen” betekent. In het park zijn ongeveer 100 plekken gelokaliseerd waar vroeger Aboriginals leefden. Rond 1820 vestigden de eerste Europeanen zich in dit gebied. Veel kwamen er niet aangezien het gebied niet geschikt was voor landbouw en vanuit Sydney maar beperkt bereikbaar was per boot. Naarmate er meer wegen en een spoorlijn werden aangelegd, kwamen er meer bewoners. In 1876 werd land gereserveerd ten behoeve van de winning van kolen. Het grootste deel van dit gebied behoort nu tot het nationale park. In 1935 werd er 263 hectare gereserveerd voor recreatie en in de loop der jaren werd het gebied uitgebreid. Het gebied werd onderhouden door vrijwilligers; pas in 1960 werd er door de overheid geld vrijgemaakt waardoor o.a. een fulltime ranger kon worden aangesteld. In 1967 kreeg het gebied de status van staatspark en in 1974 werd het een nationaal park. Het werd nog steeds uitgebreid. Zo werd er in 1978 een gebied aangekocht dat waar in de jaren 60 van de vorige eeuw flink veel zand gewonnen was. De huidige omvang van het park is meer dan 1500 hectare. Bron tekst: website NSW government (januari 2012). Brisbane Water National Park ligt 50 kilometer ten noorden van Sydney en even ten westen van Gosford. Het loopt van de Newcastle Freeway tot de plaatsen Umina en Woy Woy. De trekpleisters zijn de vele honderden kilometers wandelpaden en de schilderingen en reliëfs van Aboriginals. Het park beslaat een ruig bosgebied op zandsteen en er zijn diverse ingangen en bezienswaardigheden. Bijvoorbeeld de Somersby Falls, die zijn te bereiken via een wandelpad vanaf het picknickterrein, en de Bulgandry Aboriginal Engraving Site dat zich een paar kilometer ten zuiden van Kariong bevindt. Brisbane Water NP is een van de oudste nationale parken van New South Wales. Initieel werd het gebied in 1959 een reservaat voor recreatie. Het is een van de 12 gebieden die de status van nationaal park kregen in de National Parks and Wildlife Act van 1967. Broadwater National Park ligt op 11 kilometer afstand van hets stadje Woodburn ten zuiden van Ballina. Het bewaart ongerepte resten van de kustflora in het noorden van New South Wales. In de lente zijn de heide en moerassen een bloemenzee. Er is een overvloed aan vogels waaronder talrijke soorten honingeters, die tussen de banksia’s heen en weer vliegen. De Bundjalung hebben hier lang gewoond. Langs het 8 kilometer lange strand van het park liggen nog tal van afvalhopen. Voor wie op zoek is naar een rustige schuilplaats aan een kust vol wilde bloemen, ongerepte waterwegen en brede zandstranden is Bundjalung National Park “the place to be”. Dit park ligt 50 kilometer ten zuiden van Ballina in het noorden van New South Wales. Voordat de streek door de blanken gekoloniseerd werd, woonde hier de Bundjalung. De enige resten daarvan zijn oude afvalhopen aan de oevers van de Evans River. Het park is een paradijs voor vogelliefhebbers en een trekt veel vissers. Hat Head National Park ligt 450 kilometer ten noorden van Sydney aan de kust bij Kempsey en is vanaf Seal Rocks of Crescent Head over goede wegen bereikbaar. Het is een typisch kustgebied met brede stranden, rotskapen, begroeide zandduinen en moerassige heide. Het park valt binnen het traditionele territorium van de Dunghutti. Zij hebben hier duizenden jaren geleefd. Dit gebied, de kust en de aangrenzende riviervalleien, was ooit het leefgebied van een van de grootste Aboriginal populaties in het noorden van New South Wales. De zee, getijdengebieden, rivieren, kreken en de aangrenzende wetlands boden hen enorm veel voedsel. In het park zijn er ceremoniële plekken, begraafplaatsen schelpen afvalhopen en plekken waar ze verbleven en het gebied is nog steeds belangrijk voor deze bevolkingsgroep. Het nationale park Jervis Bay ligt ten zuidoosten van Nowra en bestaat uit verschillende beschermde gebieden rondom de gelijknamige baai. Deze gebieden kregen in 1995 de beschermde status en omvatten gezamenlijk 4.854 hectare. Duizenden jaren was Jervis Bay een belangrijke voedselbron van de Aboriginals. De leden van de Dharawal-Dhurga taalgroep zijn ook tegenwoordig nog met het gebied verbonden. Het park beschermt plekken die een culturele betekenis hebben en ook plekken waar archeologische vondsten zijn gedaan (artefacten en schelpenheuvels). In 1791 kwamen er voor het eerst Europeanen naar de baai; zij noemde het Port Jervis naar hun commandant Sir James Jervis. Voor de Europeanen die op zoek waren naar rijke grond was Jervis Bay, met zijn over het algemeen weinig vruchtbare grond, niet echt aantrekkelijk. Toch waren er in het gebied verschillende industrieën succesvol: veeteelt, visserij, walvisjacht, houtwinning en scheepsbouw. Qua omvang (690.000 hectare), activiteiten, attracties en grandeur is het Kosciuszko National Park het grootste en belangrijkste park van NSW. Het loopt van de grens met Victoria tot aan de Brindabella Range ten westen van Canberra en omvat de hoogste toppen van de Dividing Range. Het beschermt Australië’s hoogste berg, Mt Kosciuszko (2228 meter), en staat vooral bekend om zijn skimogelijkheden. In de zomer komen vele bezoekers van de frisse berglucht en weidse uitzichten genieten en behoren o.a. wandelen, zwemmen en kanoën tot de mogelijke activiteiten.> In de Snowy Mountains, zoals dit berggebied ook wel wordt genoemd, staat Australië’s grootste waterkrachtcentrale, het Snowy Mountain Hydro-Electric Scheme. In 1949 ging het waterkrachtproject van start; een technisch hoogstandje. Vijf rivieren werden van oosten naar westen verlegd, door harde rots werd 145 kilometer tunnel geboord, 17 dammen en 7 waterkrachtcentrales werden gebouwd en door het ruigste gebied van Australië werd 1600 kilometer weg aangelegd. Voor Australië betekende dit alles een enorme economische opleving vanwege de stroomopwekking en de irrigatie van de Western Plains. Sommige voorspellen echter dat de ingrepen in de natuur uiteindelijk rampspoed zullen brengen. Naast Murray 1 Powerstation (2de grootste waterkrachtcentrale van de Scheme) staat een bezoekerscentrum met een expositie over de Scheme. Het bevindt zich vlak bij Khancoban aan de westgrens van het park. De Yarrangobilly Caves zijn een andere bezienswaardigheid van de Snowy Mountains; ze liggen 77 kilometer ten zuiden van Tumut ongeveer 6,5 kilometer verwijderd van de Snowy Mountains Highway. Twee grotten zijn alleen onder begeleiding te bezoeken: Jillabenan Cave (waarschijnlijk 2 miljoen jaar oud) en Jersey Cave (700.000 jaar oud). South Glory Cave is nog geen 100.000 jaar oud, dus minder fraai dan beide andere grotten, maar zeker de moeite waard om te bezoeken. Mimosa Rocks National Park ligt aan de kust, in het zuidoosten van NSW, tussen Bermagui en Tathra (niet ver van de Princes Highway). In 1797 was George Bass de eerste Europeaan die dit gebied zag; hij kwam in Mogareeka Inlet aan land. In de jaren 30 van de 19de eeuw vestigden de eerste kolonisten zich in Bega Valley, aangetrokken door de agrarische potentie van het gebied. In de jaren 60 van de vorige eeuw hadden natuurbeschermers en de regering een flinke uitdaging om een deel van het kustgebied van de staat te beschermen voor dat alles verloren zou raken. In die tijd waren er nog maar weinig reservaten en de druk naar verdere ontwikkeling van het gebied nam toe. In 1973 werd uiteindelijk het besluit genomen om 37 kilometer kustlijn te beschermen door reservaten aan te wijzen die gezamenlijk 21.450 hectare omvatten. Mimosa Rocks NP begon bescheiden met 628 hectare kustgebied tussen Picnic Point en Bunga Head. Sindsdien is het gebied nog verder uitgebreid. Morton National Park is een tamelijk onbekend park en toch een van de spectaculairste van NSW. Het ligt ten zuiden van Moss Vale en ten noordwesten van Nowra. Voor de Aboriginals die op de kustvlakte leefden, waren de hoge zandsteenrotsen van de Budawang Range een oord van geheimen en Droomtijdwezens. Er zijn wat aanwijzingen voor bewoning in de vorm van maalstenen en rituele plaatsen, maar de streek bleef over het algemeen ongerept totdat de vroege Europese kolonisten er rode ceders kwamen zoeken. Kapitein Cook zag en benoemde Pigeon House Mountain, die afsteekt tegen de zuidelijke horizon van het park. Nadat Charles Throsby in de jaren 90 van de 18de eeuw het gebied had bezocht en onderzocht heeft het verschillende landgebruiken ondergaan. De eerste Eurpeanen die zich hier in de jaren 20 van de 19de eeuw vestigden waren houthakkers, boeren en mijnwerkers. In 1852 werd in Yalwal goud ontdekt; een jaar of tien later volgde ontdekking van goud in Nerriga. Ook werd er koper gewonnen, waarvoor houthakkers de benodigde materialen aanvoerden. Later in de eeuw verschenen er steeds meer kleine boerderijen. In het noordelijke deel, waar het spectaculaire landschap toegankelijker was, kwamen de eerste toeristen aan het einde van de 19de eeuw te paard naar de Fitzroy Falls. Murramarang National Park ligt in het zuidoosten van NSW, 300 kilometer ten zuiden van Sydney en 10 kilometer ten noorden van Batemans Bay. Het volgt de kust vanaf de rustige badplaats Long Beach tot aan Merry Beach bij Ulladulla. Een bezienswaardigheid van het park zijn de tamme grijze kangoeroes. Het park bestaat sinds 1973, toen nog maar 1970 hectare groot. In 2002 werd het flink uitgebreid en inmiddels omvat het 12.374 hectare. Er is een kleine camping. Als die vol is dan is Durras Lake North Holiday Park een goed alternatief, al was het alleen al om de vele kangoeroes die hier rondlopen. |