Australië, Tasmanië: Port Arthur Historic Site
foto's

externe links:
- Port Arthur HS
- massacre
- George Arthur
In het zuidoosten van Tasmanië bevindt zich op het Tasman Peninsula, dé toeristische attractie van het eiland: Port Arthur Historic Site. Als je in deze mooie omgeving door de tuinen en tussen de gebouwen loopt, kun je nauwelijks voorstellen dat deze plek een gruwelijke geschiedenis heeft.
De Britten stuurden in de 19de eeuw veel gevangenen naar Tasmanië. In 1824 constateerde luitenant-gouverneur George Arthur dat Tasman Peninsula een ideale plek was voor een gevangenis. De ruige kust met hoge kliffen maakte dat eigenlijk alleen het stukje land bij Eaglehawk Neck bewaakt hoefde te worden. In 1830 werd hier een gevangenis geopend, bedoeld voor de zwaarste criminelen én personen die na hun verbanning naar Australië opnieuw de fout in waren gegaan. Rond 1840 woonden er meer dan 2000 gevangenen, soldaten en medewerkers en werd er veel geproduceerd: schoenen, schepen, stenen, kleding etc.
In 1853 kwam er een einde aan de transporten naar Australië. Port Arthur huisvestte vanaf dat moment ex-gevangenen met fysieke of psychische problemen. Na de sluiting in 1877 werd er veel verkocht aan mensen die zich in dit gebied wilden vestigen. Het klein plaatsje Carnarvon ontstond en steeds meer toeristen kwamen een kijkje nemen. In de jaren 20 van de vorige eeuw waren veel inwoners van Carnarvon werkzaam in het toerisme. Het gebied werd in 1927 weer omgedoopt tot Port Arthur.
Met de bescherming van de ruines werd al in 1916 gestart; vele gebouwen werden door de Tasmaanse regering aangekocht en gerestaureerd. Sinds 1987 is de Port Arthur Historic Site Management Authority verantwoordelijk voor Port Arthur HS. Deze organisatie moet het kwetsbare gebied beschermen en er tegelijkertijd voor zorgen dat het toegankelijk is voor meer dan 200.000 bezoekers per jaar.

Zondag 28 april 1996 staat bekend als de dag van de Port Arthur Massacre. Op die dag werd Port Arthur weer geconfronteerd met extreem geweld. Een jonge man schoot 35 mensen dood en er raakten vele mensen gewond. Dit geweld heeft een enorme impact gehad; de wetgeving m.b.t. wapens is aangepast en veel mensen denken, bij het horen van Port Arthur, eerst aan deze misdaad en dan pas aan het feit dat het een belangrijke historische plek is.

kerk
(vanuit ziekenhuis)
Aan de horizon Maingon Bay Commandant's House, Guard Tower,
Law Courts, Penitentiary, ziekenhuis
Zicht op de site vanaf Mason Cove.

Halverwege de 19de eeuw werd op een heuvel aan de rand van Port Arthur de Seperate Prison gebouwd. In die tijd was men van mening dat fysiek straffen een crimineel alleen maar verhard maar dat een rustige omgeving waarin hij kan nadenken over zijn zonden veel meer zoden aan de dijk zet. Iedere gevangene die in de nieuwe gevangenis aankwam, verbleef daar 4 tot 12 maanden voordat hij onder het reguliere regime aan het werk mocht. Hij kreeg een nummer, verloor zijn naam, kon alleen met personeel communiceren en verbleef 23 uur per dag in zijn kleine cel waar hij geacht werd werkzaamheden (bijvoorbeeld schoenen maken) te verrichten. Buiten de cel kreeg hij een masker op om contact met andere gevangenen te voorkomen.
Rond 1860 werden veel mannen die verzorging nodig hadden, afhankelijk van hun toestand, gehuisvest in het Paupers Depot, het ziekenhuis of in het gekkenhuis. Het Paupers Depot was bestemd voor mannen die te oud of te zwak waren om voor zichzelf te zorgen. Ze werden wel een beetje als gevangenen behandeld; als hun toestand het toeliet werden ze aan het werk gezet … ze kookten, wasten en verzamelden hout. Leuke en stimulerende activiteiten werden ook belangrijk geacht voor de oude mannen; een bibliotheek stond ter beschikking en hun musical en toneelactiviteiten werden bijgewoond door het personeel en hun familie. Helaas werd het Paupers Depot te duur en toen in 1877 de instelling werd gesloten werden de mannen naar Hobart overgebracht.

Mason Cove
(vanuit ziekenhuis)
asylum Policeman's residence (links),
ziekenhuis (rechts)
ziekenhuis (vanaf de kerk)

Het Asylum werd gebouwd om 100 patiënten te verzorgen. Net als de Seperate Prison probeerden men mensen via de mentale weg te veranderen in plaats van fysiek geweld toe te passen. De gekken, zoals ze werden genoemd, moesten herstellen door vriendelijkheid, oefening en amusement, religie en werk. De meeste mensen die toen als gek werden bestempeld zouden tegenwoordig de diagnose depressief, dement of mentaal gehandicapt krijgen. Elementen uit het gevangeniswezen bleven gehandhaafd; men moest werken, de ramen waren te hoog om naar buiten kijken en er stond een hek om het gebouw.
Het ziekenhuis (1842) kon 80 patienten huisvesten. Problemen met de luchtwegen en reumatische aandoeningen waren belangrijke gezondheidsproblemen; beiden het gevolg van het buiten werken en slapen in koude kamertjes in natte kleren. Verder kwamen ongelukken veel voor. Het aantal armen en invaliden nam toe en ook ouderdomsziekten. De gevangenen werden goed onderzocht voordat ze in het ziekenhuis werden opgenomen; velen zagen het namelijk als een soort vakantie. Ondanks de zware omstandigheden was het ziekte- en sterftecijfer hier veel lager dan in een Britse stad.

Toen de eerste gevangenen in 1830 aankwamen werden ze gehuisvest in barakken die met spoed rond een pleintje werden gebouwd. Daar achter lagen tuintjes waar de gevangenen groenten en fruit kweekten, als aanvulling op het aan hen verstrekte vlees en meel. In 1834 en 1835 werden deze barakken vervangen door grotere gebouwen met een binnenplaats. De gouverneur George Arthur vond dat de gevangenen het niet verdienden om over tuintjes beschikten en in 1833 werden de tuintjes afgepakt. Vanaf dat moment stierven velen aan scheurbuik.
In 1857 was de oude molen verbouwd tot Penitentiary die uitbreiding op de barakken bood. Op de twee onderste etages waren 136 cellen die bestemd waren voor de zwaarste criminelen. Boven deze cellen bevond zich een eetzaal (die ’s avonds dienst deed als klaslokaal), een bibliotheek en een Katholieke kapel. Daarboven, op de bovenste verdieping, was een slaapzaal voor 480 gevangenen die zich goed gedroegen. Verder was er aan de westelijke kant een keuken en een bakkerij. Aan de voorkant was een pleintje omringd door muren waar de mannen werden verzameld o.a. om aan het begin en aan het einde van de werkdag te worden geteld. Het washok en de toiletten lagen aan de achterkant van het gebouw. In 1897 werd de Penitentiary beschadigd door branden.
gevangenis gevangenis gevangenis Guard Towr

Tot de voltooiing van de bouw van de kerk in 1837, werden kerkdiensten in de buitenlucht gehouden, mits het weer dat toeliet. De kerk en het huis van de commandant staan op de hoogste punten van het gebied, waarmee men het absolute gezag van kerk en staat wilde aangeven. Iedereen moest elke zondag verplicht naar de kerk. De gevangenen liepen onder gewapende begeleiding naar de kerk en ook tijdens de dienst bleef er gewapend toezicht. Ze zaten in het midden van de kerk. De niet-gevangenen zaten aan de zijkanten op houten kerkbanken, achter gordijnen.
Protestanten en Katholieken gingen gezamenlijk naar de dienst/mis. De in 1843 aangestelde priester van de Kerk van Ierland, stak echter zijn hekel aan Katholieken niet onder stoelen en banken, waarna de Katholieke gevangenen weigerden om nog naar zijn dienst te komen. Deze staking had de aanstelling van een Katholieke kapelaan tot gevolg. De missen werden opgedragen daar waar er ruimte voor was totdat de kapel in de Penitentiary klaar was. Overigens was het ook mogelijk om van de kerk gebruik te maken aangezien deze niet gewijd was.
Religie werd als een belangrijk instrument gezien om gevangenen te hervormen. Of dat echt hielp is maar de vraag. De meeste gevangenen hadden wel respect voor de geestelijken, omdat die net als zij er ook niet bij hoorden, maar ze vormden ook een onderdeel van de machines van de onderdrukkers. Sommige gevangenen leken berouwvol om een betere behandeling te krijgen maar het is maar de vraag of men echt spijt had en het roer had omgegooid.
De houten torenspits van de kerk waaide eraf in 1876 en in 1884 werd het gebouw gestript door brand. Delen van de kerk zijn in de 20ste eeuw herbouwd en gestabiliseerd. Het dak is echter niet hersteld. Men is van mening dat reconstructie alleen nuttig is als een gebouw of een gebied zonder die reconstructie niet duidelijk is en dat dit een kerk is, is ook in de huidige staat volstrekt duidelijk.
kerk kerk kerk kerk begraafplaats

Het eilandje dat even buiten Mason Cove ligt, werd tussen 1833 en 1877 gebruikt als begraafplaats. De ongeveer 1100 graven zijn volgens een hiėrarchie aangelegd. Op de onderste helft van het eilandje werden de gevangenen, psychisch gestoorden, invaliden en armen begraven. Hun graven kregen in eerste instantie geen gedenksteen maar rond 1850 werd die regel versoepeld. Op het hogere deel van het eilandje werden burgers en militairen begraven. Gevangenen en soldaten stierven vaak door ongelukken bij het rooien van bomen of aan ziekten als longontsteking of dysenterie. Nadat de gevangenen hun tuinen waren afgepakt, stierven velen van hen aan scheurbuik. Kindersterfte werd vooral veroorzaakt door kinkhoest en roodvonk en naarmate het aantal oude mannen toenam, stierven er steeds meer a.g.v. hartkwalen. Het eilandje is te bezoeken door deel te nemen aan een rondleiding die ongeveer 40 minuten duurt. Tijdens de 20 minuten durende Harbour Cruise is het eilandje van dichtbij vanaf de boot te zien.

Het militaire deel van het gebied bevindt zich op een wat hoger gelegen plek, zodat de soldaten goed uitzicht hadden en, indien nodig, verdediging goed mogelijk was. Beveiliging was hun belangrijkste taak. Ze hielden de gevangen in de gaten die aan het werk waren in de scheepsdokken, winkels, boten en bossen en ze gingen achter ontsnapte gevangenen aan.
Een soldaat had minder leefruimte dan een gevangene. Sommige soldaten mochten hun vrouw meenemen; zij werden geacht de soldaten te verzorgen. De barakken werden meerdere keren uitgebreid. Zo werden er bijvoorbeeld twee zogenaamde Guard Towers toegevoegd. Deze Guard Towers hadden opslagruimte voor wapens en munitie, een uitkijkpost en een kamer voor de wachters. Er waren ook een paar cellen voor soldaten, burgers en vrouwelijke gevangenen die als bediende werkten.<br>
De officieren hadden voldoende afleiding tijdens hun vrije tijd (dineetjes, feestjes, cricket etc.) maar de lagere rangen verveelden zich snel. Alleen kaarten, muziek, vissen en jagen was toegestaan. Na 1846 begon het aantal soldaten af te nemen van 115 naar 41 in de laatste jaren van het bestaan van de gevangenis. Een steeds groter deel van de bewaking werd overgenomen door burgers, vaak ex-gevangenen.
Nadat de gevangenis was gesloten is het grootste deel van het militaire complex afgebroken. In 1897 werden de restanten voor het grootste deel verwoest door brand. Een van de Guard Towers heeft het echter "overleefd".