Australië, Victoria: Phillip Island
externe links:
- visit Phillip Island
- PI Nature Parks
- Churchill Island
- Rhyll Inlet
- Koala CC
- Penguin Parade
- Wildlife cruises
Phillip Island is een klein eiland (26 kilometer lang en 9 kilometer breed) dat op slechts 1,5 uur rijden ten zuidoosten van Melbourne ligt en veel attracties kent; het is er dan ook vrij druk. Op dit moment (2009) wonen er ongeveer 7000 mensen op Phillip Island; dat kan in de zomer oplopen tot 50.000. Per jaar komen er ongeveer 3,5 miljoen bezoekers naar het eiland.  Het eiland is vanaf het vaste land te bereiken via de brug tussen de plaatsen San Remo en Newhaven. Op het eiland zijn 2 Tourist Information Centres (Newhaven en Cowes) die een goede indruk geven wat er allemaal te beleven valt.

De eerste bewoners van Phillip Island waren de Aboriginals (Bunurong stam). Zij leefden voornamelijk aan de noordkust (kust van Western Port). George Bass was in 1798 de eerste Europeaan die het eiland bezocht. Al snel volgden meer Europeanen die de jacht openden op de zeeleeuwen die zich op de eilanden in de Bass Strait en in de buurt van de Nobbies bevonden.
In 1842 huurden de gebroeders McHaffie het hele eiland om hun schapen te laten grazen. In 1868/1869 moesten ze echter een groot deel van de grond afstaan omdat die bestemd was voor kolonisten. Veel bewoners verlieten het eiland al weer snel; het viel niet mee om er iets te verbouwen en er was gebrek aan water. Cichorei was een van de eerste gewassen die hier werd verbouwd en dat gewas bleek het heel goed te doen in het  klimaat op het eiland.
Het eerste hotel op het eiland, Hotel Isle of Wight, werd in 1870 geopend en niet lang daarna ook Phillip Island Hotel. Phillip Island werd een stuk toegankelijker toen er vanaf 1878 regelmatig veerdiensten waren. De oude brug kon niet veel gewicht verdragen dus sinds de huidige brug er is (1971), heeft het eiland een sterke ontwikkeling doorgemaakt.

The Nobbies Koala CC Churchill Island Oswin Roberts KR Conservation Hill Res. Penguin Parade San Remo

Op Churchill Island (57 hectares) hebben duizenden jaren Aboriginals van de Bunurong stam geleefd. Lt. James Grant kwam hier in 1801 in het schip “Lady Nelson” aan en vernoemde het eiland naar de man die hem zaden had meegegeven. Hij zaaide hier en daarmee is deze plek de eerste plek in Victoria waar sprake was van landbouw. Sinds 1850 staat dit eiland in het teken van de landbouw. In 1872 kocht Samuel Amess (voorheen burgemeester van Melbourne) de grond voor vakantie- en landbouwdoeleinden en bouwde hij een huis en bijgebouwen.
Het huis en de omringende gebouwen zijn nog in goede staat en te bezichtigen. Er zijn ook veel dieren aanwezig (al dan niet wild). In het visitor centre is een expositie, een souvenirwinkel en een prima cafetaria. Verder is het mogelijk om rondom het eiland te lopen. De ronde om het hele eiland is ongeveer 5 kilometer lang maar het is ook mogelijk om alleen rondje om het uiteinde te lopen (ongeveer 2,5 kilometer).
Veel van het bos is van het eiland verdwenen ten behoeve van de landbouw. Men probeert het nu toch een beetje terug te brengen naar hoe het vóór de komst van de Europeanen was. In ieder geval is men er al in geslaagd om het eiland bijna konijnvrij te maken. Heel bijzonder op dit eiland zijn de moonahs; bomen waarvan de oudste bijna 500 jaar oud is.  

Het Conservation Hill Reserve omvat het land en de oevers rondom Rhyll Inlet. De Phillip Island Conservation Society, in 1968 opgericht om te voorkomen dat Rhyll Inlet tot haven zou worden gevormd, heeft een belangrijke rol gespeeld in de natuurbescherming van Phillip Island. Zo is Rhyll Inlet geen haven geworden en heeft deze organisatie een belangrijke rol gespeeld bij de aankoop van het omringende land.
Aan Cowes-Rhyll Road ligt een parkeerplaats waar het wandelpad richting Rhyll Inlet begint. Het pad loopt o.a. door mangrove waar veel krabjes leven en eindigt in Rhyll. Aan de andere kant van Cowes-Rhyll Road is het mogelijk Rhyll Wetland & Bird Sanctuary in te lopen. Dit pad loopt door naar Oswin Roberts Koala Reserve en eindigt bij Harbison Road.

Koala’s werden in de jaren 90 van de 19de eeuw op Phillip Island geintroduceerd als een voorzorgsmaatregel. Op het vaste land nam het aantal koala’s namelijk dramatisch af. Er kwamen steeds meer mensen naar deze dieren kijken. In 1992 heeft met het Koala Conservation Centre opgericht zodat men koala’s kan kijken zonder de vegetatie te beschadigen. Het centrum vormt ook een goede leefomgeving voor andere dieren zoals vogels, possums, vleermuizen, wallabies etc.
Lopend over de Koala Boardwalk en de Woodland Boardwalk zie je gegarandeerd koala’s. Als je geluk hebt zijn ze actief. Sommige dieren zijn absoluut niet verlegen en komen op je af. Je mag ze niet aaien maar de meeste bezoekers kunnen dat toch niet laten als ze zo dichtbij komen.

Het Oswin Roberts Koala Reserve ligt achter het Koala Conservation Centre. De parkeerplaats ligt aan de onverharde Harbison Road, waar ook een vervallen cichorei (droog)oven staat. Het reservaat omvat een restant van pre-koloniaal bos.
Er zijn een paar wandelroutes en fietsroutes uitgezet (zie informatiebord op de parkeerplaats). Een route loopt door het Rhyll Wetland & Bird Sanctuary en het Conservation Hill Reserve naar Rhyll. Helaas zagen wij geen koala’s maar wel veel swamp wallabies.

In Phillip Island Nature Park, in het zuidwesten van Phillip Island aan het strand van Summerland Bay, is het mogelijk om kleine pinguïns in de schemer uit het water te zien komen op weg naar hun nestje. Deze Penguin Parade is een erg commercieel gedoe maar wel de enige mogelijkheid om grote aantallen pinguïns te zien. Overigens is het wel te begrijpen dat het voor de dieren zelf en voor hun omgeving het beste is om dit schouwspel georganiseerd te bekijken. Er blijft weinig over als iedereen maar gaat en staat waar hij wil. Nu blijft iedereen netjes op de boardwalks en worden de dieren niet gestoord door flitslichten, want fotograferen met een flits mag niet.
Er zijn 2 tribunes: een heel groot en de ander kleiner (150 zitplaatsen). Wij hadden kaartjes voor de kleine tribune. Het publiek werd, voordat de schemer inzette, naar de bankjes gebracht. Vervolgens werd met spanning de aankomst van het eerste groepje pinguïns gewacht. Intussen dook hier en daar een swamp wallaby op.
Op een bepaald moment kwamen de eerste pinguïns uit zee en daarna volgden steeds weer kleine groepjes. Ze komen onhandig uit het water en hobbelen naar hun nestje, soms best een eindje lopen. Sommige pinguïns waren behoorlijk dik. Zij hadden flink gegeten omdat ze de komende weken niet kunnen vissen. Het was namelijk de tijd waarin ze een nieuw verenkleed krijgen en dan kunnen ze maar beter uit het water blijven.
In het Parade-gebied leven 2000 broedende en 2500 niet broedende pinguïns. In totaal komen er op Phillip Island 26000 pinguïns voor; bijna allemaal in de 340 hectares van het Penguin Reserve.  Mensen komen hier al sinds de jaren 20 van de vorige eeuw naar deze dieren kijken. De lichten zijn geleidelijk geintroduceerd en de pinguïns zijn er gewend aan geraakt. Volwassen pinguïns vertoeven regelmatig al vissend een tijdje in het westen van de Bass Strait en Port Phillip Bay. Jonge dieren ondernemen een langere reis (meestal in westelijke richting, richting Zuid Australië) en komen terug als ze 1 tot 3 jaar oud zijn.

San Remo is een klein plaatsje dat vlak voor Phillip Island ligt. Bij de brug naar het eiland, bij Davis Point, worden iedere dag om 12 uur in de middag pelikanen gevoerd.

Het zuidwestelijk puntje van Phillip Island wordt The Nobbies genoemd. Het gebied heeft een prachtige kust en vanaf de “boardwalk” kun je daar een goede indruk van krijgen. De “boardwalk” is aanlegd op een plek waar zeevogels broeden. Met een beetje geluk kun je hier ook een paar pinguïns zien. In The Nobbies Centre wordt veel informatie gegeven over zeedieren zoals zeeleeuwen, haaien, dolfijnen en walvissen. Verder is er een souvenirwinkeltje en een cafetaria in gevestigd.
Vanaf The Nobbies kun je (met een verrekijker) de kolonie zeeleeuwen op Seal Rocks zien. Aan het begin van de 19de eeuw werd er veel op deze Australische pelsrobben gejaagd. Rond 1825 was er geen zeeleeuw meer over en het heeft heel lang geduurd voordat het aantal weer aanzienlijk was. In 1928 werd Seal Rocks een beschermd gebied. Op dit moment is Seal Rocks een belangrijke plek voor 20.000 pelsrobben (die er overigens niet allemaal tegelijk zijn). Zij komen hier om hun jongen te krijgen en te verzorgen. Wildlife Coast Cruises verzorgt vanuit Cowes boottochten naar Seal Rocks.