| Australië, West Australië: Leeuwin-Naturaliste National Park | |||||||||||||||||||||||
| kaart DPaW |
Leeuwin Naturaliste NP omvat een lang, smal gebied tussen Cape Naturaliste en Cape Leeuwin. Het ligt nog geen 300 kilometer ten zuiden van Perth en is bijna 20.000 hectare in oppervlakte.
De afstand tussen Cape Naturaliste in het noorden en Cape Leeuwin in het zuiden, is ongeveer 120 kilometer. Het park heeft een ruige kustlijn, biedt mooie stranden en baaien, surf- en
vismogelijkheden, grotten en karribossen. De jaarlijkse trek van walvissen is vanaf de kust te zien en de regio staat ook bekend om haar wijnen (Margaret River). In dit gebied was al tienduizenden jaren sprake van menselijke bewoning voordat de Europeanen het ontdekten. In 1622 deed “De Leeuwin”, een VOC-schip, dit gebied aan en werd het “Leeuwins Land” genoemd. Dat is de eerste vermelding van het gebied waar, als een van de eerste gebieden van Western Australia, Europeanen zich vestigden. De oceaan kan hier flink te keer gaan en in de loop der jaren zijn er heel wat schepen voor de kust vergaan. Cape Leeuwin, dat in 1801 deze naam kreeg van Mathhew Flinders, is het meest zuidwestelijke punt van Australië. Hier komen de Southern Ocean en de Indian Ocean bijelkaar. De vuurtoren dateert uit 1895. Het meest noordelijke punt van Leeuwin-Naturaliste National Park, Cape Naturaliste, biedt goed uitzicht op Geographe Bay en de kustlijn. De vuurtoren dateert uit 1903 en is 20 meter hoog. Voordat deze lichtbaken er was, moesten schepen zich orienteren aan de hand van eenvoudigere hulpmiddelen, zoals een lantaarn aan het uiteinde van een lange paal. In eerste instantie was er mankracht nodig om de vuurtoren te laten werken, maar tegenwoordig gaat dat automatisch.
Boranup Karri Forest behoort sinds 1992 tot Leeuwin-Naturaliste NP. Omdat het bos in het begin van de 20ste eeuw bijna geheel was weggekapt, zijn de karri bomen nog geen honderd jaar oud en hebben de grootste exemplaren met hun 60 meter de maximale lengte nog niet bereikt. Het bos heeft zich heel goed hersteld van de aanslag die de houtkap vanaf het einde van de 19de tot het begin van de 20ste eeuw op dit gebied heeft gepleegd. Dit bos is de meest westelijke plek waar karri bomen voorkomen. Het is door het grijze onvruchtbare zand van de Donnybrook Sunklands afgescheiden van de “karri-belt” die meer dan 100 kilometer oostelijker ligt. M. Coleman Davies kreeg in 1882 toestemming om in dit gebied bomen te kappen. In die tijd hield men zich nog niet bezig met gecontroleerde kap of mogelijkheden tot herstelgroei van (delen van) bossen. Davies bouwde verschillende zaagmolens en havens (o.a. Hamelin Bay) en legde een spoorlijn aan. Dit alles om hout te verkrijgen voor de spoorweg tussen Adelaide en Melbourne. Hij had meer dan 1.000 mensen in dienst die in het door hem gevestigde dorp Karridale mochten wonen. De houtindustrie was dus erg belangrijk voor de economie en ontwikkeling van de staat. Men moest er in 1913 echter mee ophouden omdat vrijwel al het hout in de omgeving van Karridale was gekapt. Een grote brand in 1961 bracht grote schade toe aan de zaagmolens, waarvan dan ook slechts restanten zijn overgebleven. In Hamelin Bay is er nauwelijks iets dat nog naar deze tijd verwijst. In de 19e eeuw werd de baai voor de export van het hout gebruikt. De haven had op een bepaald moment zelfs een pier voor 5 schepen en aanmeerpalen voor nog eens 4 schepen in de baai. Stompjes van de rottende palen van de pier zijn in het water nog te zien en het caravan park was oorspronkelijk de plek waar het hout werd opgestapeld, wachtend op transport.
Ellensbrook Homestead werd in 1857 vlakbij de monding van Magaret River gebouwd door Alfred Bussell voor zijn 16 jarige vrouw Ellen. Ze woonden er nog geen tien jaar toen ze naar Wallcliffe House aan de monding van de rivier verhuisden. Meekadarribee Falls bevindt zich vlakbij Ellensbrook Homestead. Volgens de Aboriginal-legende verschuilden Mitanne en Nobel zich in een grot achter de waterval. Er waren krijgers naar hen op zoek omdat Mitanne weigerde te trouwen met de man aan wie ze was beloofd. Nobel werd gedood en Mitanne werd mee teruggenomen. Zij stierf als gevolg van uitputting door het harde werk. De legende zegt dat hun vrolijke stemmen en lach in het water te horen zijn. Het populaire strand Smiths Beach ligt ten zuiden van Yallingup en Canal Rocks ligt nog iets zuidelijker. Yallingup is het aboriginal woord voor “plaats van liefde”. Deze plaats wordt door vele surfliefhebbers bezocht en er zijn verschillende trails. Yallingup Cave is in 1899 ontdekt door Europeanen, maar was blijkbaar al lang bekend bij de Aboriginals. Volgens hun legende leefde de kwade geest Wolgine in de grot. Hij was verantwoordelijk voor gebrek aan voedsel en water en zou je gruwelijk ten dood brengen als je in de grot zou komen. Uiteindelijk verdween hij als gevolg van een enorme storm, veroorzaakt door goede geest Ngilgi. Het gebied tussen Cape Naturaliste en Cape Leeuwin bestaat voornamelijk uit honderden miljoen jaren oud graniet bedekt met kalksteen dat relatief recent, een paar miljoen jaar geleden, gevormd is. Door stromend of druppelend water zijn in dit kalksteen vele grotten ontstaan variërend van heel klein tot enorm groot. Het calciumcarbonaat dat in het water is opgelost is in verschillende vormen weer afgezet bijvoorbeeld in de vorm van stalactieten. Er is bewijs gevonden van menselijke aanwezigheid zo’n 40.000 jaar geleden en er zijn fossielen van uitgestorven dieren (o.a. tasmaanse tijgers) gevonden. Yallingup Cave, Mammoth Cave en Lake Cave (beide in Boranup Forest) en Jewel Cave (Augusta) zijn onder begeleiding te bezichtigen. Calgardup Cave en Giant Cave zijn op eigen gelegenheid te bezoeken. Deze grotten zijn niet verlicht, dus een zaklantaarn is geen overbodige luxe! Calgardup Cave werd in 1878 ontdekt door Grace Bussell en in 1898 onderzocht door Tim Connelly en Fred Bussell. In de jaren 90 van de 20ste eeuw ondernam de Department of Conservation and Land Management maatregelen om de grot te beschermen en verdere beschadiging te voorkomen. De bodem van de grot is te bereiken via een trap en in de grot zijn een paar paden aangelegd. Een gedeelte van de bodem is bedekt met een laag water waar beestjes in leven. Er hangen enorm lange wortels van de bomen die boven op de grot groeien. Sommige zijn zo lang dat ze in het water in de grot hangen. Het blijken wortels van voornamelijk red gum trees en marri trees te zijn; belangrijke nutriëntenbronnen en een belangrijke leefomgeving voor sommige beestjes die in de grot leven. Bultruggen (Humpback whale, Megaptera novaeangliae) en zuidkapers (southern right whale, Eubalaena australis) trekken in juli in de Indische Oceaan langs de kust op weg, vanuit de Zuidpool, naar het noorden om zich voort te planten. In de laatste maanden van het jaar migreren ze weer naar de Zuidpool, waar ze gedurende de gehele zomer over voldoende voedsel beschikken. Lange tijd nam de populatie walvissen sterk af als gevolg van de jacht. Sinds de walvisjacht is verboden is het aantal walvissen flink toegenomen. Zuidkapers zwemmen soms heel dicht bij de kust om hun pasgeboren jongen te beschermen tegen o.a. haaien. Soms stranden walvissen en dolfijnen op de kust. In 1986 moesten er in Flinders Bay bij Augusta heel veel mensen aan te pas komen om de 114 gestrande walvissen te redden. Uiteindelijk kon men 96 walvissen weer naar diep water leiden en staat het bekend als de grootste en succesvolste walvisredding van Australië. In Augusta staat een gedenkteken voor deze actie. |