| |
De oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, woonden al eeuwen in West Australië toen de eerste Europeanen voet aan wal zetten. Dirk Hartog was in 1616 een van de
eersten die dit gebied bereikte. Hij was met het schip "de Eendracht" op weg naar Oost Indië maar kwam op een eiland bij Shark Bay terecht. Twee dagen lang onderzocht
hij de omgeving, maar naar zijn mening was er niets interessant of waardevol genoeg. Hij liet er een gegraveerde plaat aan een paal achter en het gebied kreeg de naam Eendrachtsland.
Het eiland is later naar hem vernoemd.
Frederik Houtman ontdekte 3 jaar later rotseilandjes aan de kust bij Geraldton. Hij noemde ze "Abrolhos", dat zoveel betekent als uitzichtpunten. Hollandse zeelieden ontdekten in de
jaren daarna steeds meer stukjes van de westkust. In 1697 zeilde Willem de Vlamingh met het VOC-schip "Het Geelvinck" in dit kustgebied. Het eiland Rottnest Island
dat voor de kust bij Perth ligt heeft zijn naam aan Willem te danken. Hij trof er namelijk beesten aan die hem aan uit de klauwen gegroeide ratten deden denken. Vandaar de naam
rattennest. Die beestjes zijn nog steeds op het eiland te zien. Het is echter geen rat maar een soort wallabie met de Latijnse naam Setonix brachyurus en ook wel quokka
genoemd. Willem had als opdracht het zoeken van scheepswrakken en eventueel overlevenden van vroegere rampen met Hollandse schepen. Hij moest ook het kustgebied en het binnenland aan
een gedegen inspectie onderwerpen.
De Hollanders deden echter geen moeite dit gebied te bezetten. Wel vergingen diverse schepen voor de kust die voor legendarische verhalen hebben gezorgd. De legende rond "De
Batavia" is waarschijnlijk de bekendste. Op 4 juni 1629 raakte dit VOC-schip een laag rif bij Beacon Island, ten westen van Geraldton. Van de 316 passagiers en bemanning
overleefden slechts 124 de schipbreuk en de daarop volgende muiterij. De muiters kregen na berechting de keus uit 2 straffen: ophanging of deportatie. Op North Island liggen de
skeletten van de muiters begraven. De ramp kreeg toentertijd grote bekendheid maar de exacte locatie waar het schip vergaan was, bleef onbekend tot het eind van de jaren 50 van de
vorige eeuw. Twintig jaar later werd het wrak en inhoud gedolven. Aan boord werden grote, massieve, zandstenen blokken gevonden die bestemd waren om de toegangsboog te vormen van het
Batavia kasteel, het tegenwoordige Jakarta. Een ander schip va de VOC, "De Zuytdorp" verging hier in de winter van 1712. Uit voorwerpen die zijn gevonden op het vaste land kan met
vrij grote zekerheid worden afgeleid dat zeker enkele mensen de kust hebben bereikt. Ze zijn echter nooit gevonden. Wél gaan er verhalen de ronde dat in deze buurt Aboriginals zouden
zijn aangetroffen met blauwe ogen. Andere schepen die hier zijn vergaan, waren "De Trail" in 1622, "De Vergulde Draeck" in 1656 en "De Zeewijk" in 1727.
Het duurde nog tot de 19de eeuw voordat er kolonies werden gesticht. In 1826 werd een groep soldaten en gevangenen naar King George’s Sound gestuurd, het tegenwoordige Albany,
om een kolonie te stichten. Met de vestiging van deze militaire basis hoopte gouverneur Darling controle te krijgen over het gebied dat populair was bij ontsnapte gevangenen en Amerikaanse
walvisvaarders. De streek werd zeer negatief omschreven door de nieuwe bewoners omdat zij zich erg geïsoleerd voelden door de oceaan aan een zijde en de immens grote woestijn aan
de andere. Vijf jaar later werd de kolonie opgebroken omdat de bestuurders er inmiddels van overtuigd waren geraakt dat vrije kolonisten zich hier nooit zouden willen vestigen.
Een andere reden om hier een kolonie te willen beginnen, was de angst voor Franse inneming van delen van het continent. Vandaar dat opnieuw werd besloten om het westelijk deel te
koloniseren. In 1829 werd aan de monding van de Swan River een nieuwe kolonie gesticht, het huidige Fremantle. De gezagvoerder van het eerste schip,
Charles Fremantle, had de opdracht gekregen de inheemse bevolking om toestemming te vragen. Dit was echter onuitvoerbaar omdat de blanken de taal van de Aboriginals niet spraken. Het
gebied werd al snel bewoond door vrije kolonisten die grote stukken land gratis in het vooruitzicht waren gesteld. Vreemd genoeg werd het gebied niet eerst grondig onderzocht zodat de
bewoners voor steeds nieuwe verrassingen kwamen te staan.
Het idee voor een vestiging op deze plek was afkomstig van kapitein Stirling die het tijdens een reis naar Darwin had aangedaan en er zeer enthousiast over was. Hij was ook degene die
de plek voor de hoofdstad Perth aanwees die 15 kilometer van de zee werd gebouwd. Dit bleek onhandig omdat de havenplaats en de hoofdstad slechts verbonden waren met
een rivier die alleen bevaarbaar was met een roeiboot. De vruchtbaarheid van de bodem viel net als bij de andere koloniën zwaar tegen en het duurde tot 1839 voor de oogst een
redelijke hoeveelheid voedsel opleverde. De bewoners bleven echter afhankelijk van graan en meel uit Hobart.
De kolonie kwam niet echt tot leven omdat de bevolking nauwelijks groeide. Vandaar dat er in 1846 een voorstel werd ingediend om hier een strafkolonie te mogen beginnen. De straftransporten
naar het oosten liepen juist ten einde toen in juni 1850 het eerste gevangenentransport in Fremantle aankwam. In 18 jaar tijd brachten bijna 10.000 gedetineerden hier hun straftijd
door. Het is onder meer hun verdienste dat de economie van West Australie dankzij dwangarbeid werd gered. Het laatste schip met gevangen Ierse nationalisten kwam hier aan in 1868 en
dit bekende tevens het einde van de periode dat Australië als strafkolonie fungeerde. Het was voor de economie van de staat een ramp omdat men geen beschikking meer had over
gratis arbeidskrachten.
 |
 |
 |
 |
| Castle Hotel - York |
Castle Hotel - York |
Town Hall - York |
St Patrick's Church |
York
York is een historisch plaatsje dat zo’n 95 kilometer ten oosten van Perth ligt. In de jaren 30 van de 19de eeuw vestigden zich hier boeren die schapen hielden en tarwe verbouwden
ten behoeve van de nieuwe kolonie (Swan River Colony). In de jaren 80 van diezelfde eeuw groeide de plaats doordat het door de komst van de spoorweg, een uitvalbasis werd voor o.a.
goudzoekers en mijnwerkers die op weg waren naar de Goldfields regio. Veel van York’s mooie gebouwen zijn in die tijd gebouwd. York is een van de eerste en best bewaarde
historische stadjes in West Australië dat een heel goed beeld geeft van de 19de eeuwse architectuur. St. Patrick’s Church werd gebouwd tussen 1875 en 1886. York Town Hall
kwam gereed in 1911 en het Castle Hotel in 1853 en schijnt een van oudste hotels in Australië te zijn.
Toodyay
Toodyay is een historisch plaatsje aan de Avon River, zo’n 85 kilometer ten noorden van Perth. Het is een van de eerste binnenlandse nederzettingen van de Swan River Colony (het
huidige Perth); in 1831 gesticht door Ensign Dale. De naam van het plaatsje is afgeleid van het Aboriginal woord “duigee” wat “place of plenty” zou betekenen;
een toepasselijke naam gezien de vruchtbaarheid van dit gebied. In 1850 verlieten de bewoners originele plaats in verband met het steeds weer overstromen van de Avon River. De huidige
plaats werd een paar kilometer verderop gebouwd en werd in eerste instantie Newcastle gedoopt. Een halve eeuw later kreeg het weer de naam van de originele plaats.
Er staan nog vele gebouwen uit de begintijd. Bijvoorbeeld Connor’s Mill dat in 1870 is gebouwd om de tarwe, die in de omgeving werd verbouwd, te verwerken.
 |
 |
 |
| Connor's Mill - Toodyay |
Memorial Hall - Toodyay |
Toodyay |
|