| Australië: geschiedenis - Aborigines | |
Wikipedia; - aborigines - boemerang - didgeridoo - droomtijd |
50.000 tot 60.000 jaar geleden betraden de eerste mensen het Australische continent. In die tijd lag het zeeniveau zo’n 70 m lager. Daardoor behoorden zowel Tasmanië als het destijds veel dichterbij gelegen Irian Jaya en Papoea Nieuw Guinea tot de Australische landmassa. Deze landmassa was slechts een zeereis van enkele dagen verwijderd van de Indo-Maleisische archipel. Algemeen wordt aangenomen dat van daaruit de eerste migratie op gang kwam. Het zou nog duizenden jaren duren voordat de centraal gelegen woestijngebieden bevolkt raakten. Recente onderzoeken doen vermoeden dat dit niet eerder dan 15.000 jaar geleden is gebeurd. De Aborigines hebben in verschillende delen van Australië een andere lichaamsbouw ontwikkeld. In koudere streken waren de Aborigines vrij klein en dik, in de warmere streken lang en slank. Ze leefden in groepen van zo’n 20 tot 50 mensen. Meer groepen vormden samen een stam van tussen de 100 en 1000 mensen. Elke stam had zijn eigen territorium, afgebakend door landschappelijke elementen als rivieren, bergketens en natuurlijke bronnen. De grootte van het territorium was sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van water en voedsel. Aborigines hebben nooit landbouw of veeteelt bedreven. Zij leefden binnen hun territorium een nomadisch bestaan, afhankelijk van de beschikbaarheid van wild en water- en voedselbronnen. De Aboriginalcultuur kent geen religie, maar wel een heel sterke geloofsopvatting. De Australische Aborigines geloven dat het leven op aarde ontstaan is in de Droomtijd, een periode waarin hun voorvaders als mythische wezens vanuit de aarde opstonden. Ze waren half mens, half dier en schiepen alle landschappelijke elementen, hemellichamen, flora en fauna en mensen. Na de schepping keerden zij terug naar de aarde, waarbij ze soms de vorm aannamen van een bijzonder landschappelijke element zoals een berg, een steen of een boom. De Aborigines beschouwen het als hun heilige plicht om de scheppingsverhalen en de daarbij behorende rituelen over te dragen en in stand te houden. De Droomtijd-verhalen hebben naast een spirituele ook een praktische betekenis. Ze leren de Aborigines waar de beste jachtgronden zijn, waar ze waterbronnen kunnen vinden, waar bepaalde vruchten en zaden groeien en wanneer die gegeten kunnen worden. Niet alleen vertellen de Droomtijd-verhalen hoe de Aborigines in harmonie met de natuur kunnen leven, ze geven ook inzicht in de gedragsregels en in de regels over hun onderlinge sociale verhoudingen.koloniale tijd Het gebruik van de term Aborigines wekt de indruk dat het één bepaalde groep mensen betreft, maar dat is niet zo. Toen de Europeanen zich hier vestigden, waren er honderden verschillende groepen die in vele opzichten van elkaar verschilden. Elke groep had zijn eigen gebied, een eigen politiek- en rechtensysteem en een eigen taal. De beschikbaarheid van voedsel en water had veel invloed op hun levenswijze. De mensen bijvoorbeeld die in de woestijn leefden, moesten erg ver reizen voor hun drinken en voedsel, waardoor hun gereedschap geavanceerder was. Het moest tevens voor andere doeleinden te gebruiken zijn om te voorkomen dat ze te veel mee moesten sjouwen. Ook de dansen en muziek varieerden per familie, al dienden deze wel vaak voor dezelfde doelen. Hoeveel mensen hier woonden toen de Nederlanders dit continent ontdekten is niet duidelijk; schattingen lopen uiteen van 300.000 tot één miljoen. Vanaf de tijd van de Nederlandse ontdekking van het continent (begin 17de eeuw) tot aan de periode van de Engelse kolonisatie (eind 18de eeuw) werd het door Europeanen beschouwd als een leeg land, terra nullius, slechts bewoond door nomadische wilden. Doordat de Aborigines geen schrift kenden en alle informatie doorgaven via ceremonies, verhalen, dans en muziek, moet het voor de Europeanen niet gemakkelijk zijn geweest om iets van de gecompliceerde cultuuruitingen te begrijpen . . . maar men stond er ook absoluut niet voor open gezien de gevolgen van de kolonisatie voor deze bevolkingsgroep. Europeanen en Aborigines hadden elk hun eigen gedragscodes en verwachtingen. Waar zij elkaar troffen werden deze codes vaak geschonden, met geweld en conflict als gevolg. Er waren veel aanleidingen voor conflicten. Er waren maar weinig Europeanen die begrepen dat zij niet zo maar water of dieren van Aboriginal grond konden nemen, of dat zij niet intiem konden worden met Aboriginal vrouwen zonder verplichtingen aan te gaan. Als dit soort schulden niet werden voldaan, schond men het principe van wederkerigheid, en op dat principe waren voor Aborigines de relaties met vreemden gebaseerd. Aboriginal strafuitoefening leidde tot Europese vergelding. Speren werden met kogels beantwoord. In sommige verafgelegen grensgebieden, zoals noord Queensland of Northern Territory, werd Europese vergelding tot een systeem. In de koloniale periode kostte dat honderden Aborigines het leven. Aborigines kenden ingewikkelde systemen van wetshandhaving. Niemand had permanent de leiding. Sociale controle was gebaseerd op een diep verankerd respect voor wetten die door de mythologische voorouders in de Droomtijd waren uitgevaardigd. Vanaf 1788 vielen de Aborigines onder de Britse wet – voor wat betreft de sancties en, in mindere mate, de bescherming die die wet bood. Op basis van Brits eigendomsrecht werden Aborigines van hun land verdreven. Kleine ambtenaren en bureaucraten gingen over Aboriginals regeren. Wetten beperkten hun bewegingsvrijheid en culturele gebruiken. De distributie van rantsoenen en het aanwijzen van plekken voor Aboriginal kampen was in handen van de politie. Zendelingen en missionarissen stichtten internaten voor Aboriginal kinderen, en moedigden hen vaak aan hun taal en traditionele gebruiken af te wijzen. 20ste eeuw en heden De Aborigines probeerden hun cultuur te behouden maar door de onderdrukking verzwakte hun band met de heilige aarde. Het natuurlijk evenwicht werd door geïntroduceerde planten en dieren verstoord en vele Aborigines stierven aan ziekten die de Europeanen op hen overbrachten. Ze werden ook steeds afhankelijker van westers voedsel dat ook nieuwe problemen met zich meebracht zoals bijvoorbeeld zwaarlijvigheid en diabetes. Sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw hebben zich steeds meer Aborigines uit de woestijn teruggetrokken. Zij verhuisden naar missieposten, grote veehouderijen aan de rand van de woestijn of nederzettingen die de overheid had opgezet. De overheid had de bedoeling de Aborigines te socialiseren en een “waardig burger” te maken. Verhalen over deze “oases” drongen tot diep in de woestijn door. Er zijn verhalen bekend van stammen die met kreupele ouderen en pasgeboren baby’s voettochten van honderden kilometers hebben gemaakt om een nederzetting te bereiken. Ook gingen patrouilles van de overheid er met trucks op uit om mensen uit de woestijngebieden weg te halen. In 1984 bereikten een groep van negen Pintubi Aborigines een van de overheidspatrouilles. In Kiwirkura zagen deze mensen de eerste blanken. Het nieuws verspreide zich over de hele wereld. Toch is de vraag of er geen Aborigines meer in de woestijn leven. Hoewel expeditieleden geen tekenen van recente bewoning hebben aangetroffen, werd hen bij aankomst in Kintore verzekerd dat zij zelf niet ongezien zijn gebleven. Er is nog steeds een enorme kloof tussen het welvarende blanke Australië en de Aboriginal gemeenschap. De laatste decennia is er echter steeds meer oog voor het onrecht dat de oorspronkelijke bevolking is aangedaan. Zo oordeelde in 1992 de Hoge Raad dat Aborigines landrechten hadden, in weerwil van de Europese kolonisatie. In 1996 gaf de rechter de Wik (die bijna 400 jaar daarvoor de eersten waren die Europeanen ontmoetten) hun land terug. Er is tegenwoordig ook veel aandacht voor de “Stolen Generations”; Aboriginal-kinderen die bij hun ouders werden weggehaald en bij blanke pleeggezinnen werden ondergebracht. Op 13 februari 2008 bood de Australische regering hiervoor excuses aan. kunst Pas eind 19de eeuw begonnen antropologen iets te begrijpen van de spirituele verbintenis met het land, die in liederen, ceremonies en kunst werden uitgedrukt. De eerste tentoonstelling van Aboriginal kunst vond plaats in 1929. Maar het duurde nog eens 30 jaar voordat het grote publiek iets begon te begrijpen van het verband tussen kunst, Aboriginal wereldbeschouwing en het Australische landschap. In de 70er jaren van de 20ste eeuw kwam de Western Desert kunstbeweging op, net op het moment dat Aboriginal landrechten wettelijk erkend werden. ![]() Europese verzamelaars hadden aanvankelijk een voorkeur voor figuratieve werken, zoals de boombast-schilderingen van dieren en in hout uitgesneden voorouder-figuren van Arnhem land. Deze voorkeur leidde tot een verhoogde productie van houtsnijwerk, zelfs in de streken waar houtsnijden geen gebruik was. De toeristenmarkt gaf de stimulans tot veel innovaties.Aboriginal kunst bood Europeanen enige kijk op Aboriginal wereldbeschouwing, politiek en geschiedenis. Als het zo is dat Europeanen een spirituele band beginnen te krijgen met dit oeroude land, 400 jaar na hun eerste contact, dan heeft Aboriginal kunst daar zeker aan bijgedragen. Uit: Australië: het land en de mensen. Tentoonstellingsgids Rijksmuseum voor volkenkunde, Leiden, 2005. |