Canada, Alberta: Elk Island National Park
  Elk Island NP ligt ongeveer 50 kilometer ten oosten van Edmonton. Het park biedt een behoorlijk aantal wandelingen en daarmee de mogelijkheid veel dieren zelf te zien. Kamperen is mogelijk op Sandy Beach Campground. In bepaalde perioden van het jaar is het raadzaam om het gebruik van een anti-muggenmiddel niet te vergeten! En houd het fototoestel binnen handbereik want er kan ieder moment een beest opduiken!
Het park ligt in de Beaver Hills, een gebied waar aan het begin van de 18de eeuw bevers in overvloed aanwezig waren. De bossen waren een toevluchtsoord voor grote aantallen bizons, elanden en herten. Toen het gebied in 1906 tot park werd bestempeld leefden er 24 Wapiti herten (elk), 3 elanden en 35 herten (mule deer). In de loop van die eeuw zijn er grote gebieden aan het park toegevoegd. In 1907 werden prairie bizons (woodbison) geherintroduceerd. In 1942 en 1965 maakte respectievelijk de bever en de bos bizon (woodbison) zijn herintrede. Het park werd in 1930 uitgeroepen tot nationaal park. In 2007 leefden er ongeveer 425 prairie bizons in het park. Daarnaast waren er nog heel veel andere dieren te bewonderen bijvoorbeeld ongeveer 400 bos bizons, 605 Wapiti herten, 300 elanden, 558 herten, 200 prairiewolven (coyotes) en maar liefst 1120 bevers. De bos bizons bevinden zich in het gedeelte van het park dat ten zuiden van de Yellowhead Highway ligt en de prairie bizons ten noorden van deze weg. Ze worden apart gehouden om kruising te voorkomen.

Wildlife management
De Wapiti hert- en bizonpopulatie in het park wordt goed in de gaten gehouden om "overbevolking" te voorkomen. Normaal gesproken wordt dit op natuurlijke wijze voorkomen o.a. door verspreiding en roofdieren. Beide factoren ontbreken in Elk Island NP. Er zijn geen natuurlijke vijanden in het park en het hek voorkomt hun toegang én houdt verspreiding van de kuddes tegen. Het hek is noodzakelijk omdat het relatief kleine park wordt omringd door landbouwgebieden en plattelandsgemeenschappen. Het hek voorkomt dat vee en huisdieren het park binnendringen en bovendien kunnen de dieren uit het park geen schade aan landbouwgewassen aanrichten. Herintroductie van roofdieren is niet haalbaar in dit kleine park. Bovendien zou het een gevaar voor de omgeving op kunnen leveren als deze dieren over of onder het hek naar de omliggende gebieden zouden ontsnappen.
Elke winter wordt het aantal Wapitiherten, elanden en bizons vastgesteld en geregistreerd evenals hun leeftijd en geslacht. Op basis van deze gegevens wordt de toename van de populatie ingeschat. Aan de hand van de mate van begrazing wordt vervolgens vastgesteld hoeveel dieren er eigenlijk te veel zijn. Prairie bizons worden verkocht; bos bizons en Wapiti herten worden elders geplaatst. Elk Island NP is een belangrijke bron voor de herintroductie van Wapiti herten in gebieden in Noord Amerika waar ze vroeger van nature voorkwamen.

Elk Island NP heeft 2007 uitgeroepen als "jaar van de bizon" om aandacht te geven aan 100 jaar bescherming van de bizon.


Prairie bizon
Begin 20ste eeuw verkreeg Elk Island NP een paar van de laatst overgebleven prairie bizons (plainsbisons). De meeste waren afkomstig uit de Pablo-Allard kudde uit Montana. Deze bizons verbleven in Elk Island NP terwijl in Wood Buffalo NP hard gewerkt werd aan de omheining. Toen men daar klaar was werd de kudde in Elk Island NP bijeen verzameld en naar Buffalo NP gebracht. Een paar bizons (ongeveer 45) wisten hier echter aan te ontsnappen en bleven achter in Elk Island NP. Deze groep bizons gedijde goed en gedurende de daar opvolgende eeuw werden duizenden bizons uit het park naar andere natuurgebieden in Noord Amerika gebracht om kuddes te herintroduceren in gebieden waar de bizons ooit rondzwerfden. In de jaren 30 van de vorige eeuw liepen de aantallen in Elk Island NP op tot boven de 2400. Tegenwoordig reguleert men het aantal tot ongeveer 450 exemplaren (vóór de kalfperiode). Op het moment dat dit aantal stijgt, verkoopt men de dieren.
Bos bizon
Rond het begin van de 20ste eeuw waren er nog maar ongeveer 500 pure bos bizons (woodbisons). Om dit dier te beschermen werd Wood Buffalo NP opgericht en rond 1920 waren er al ongeveer 1500 van deze dieren. Op dat moment was de populatie prairie bizons in het park inmiddels sterk gegroeid en besloot men een groot aantal naar het noorden van het park te verplaatsen. Men dacht dat de afstand tussen beide soorten bizons groot genoeg was om kruising te voorkomen. Dat bleek helaas toch niet te voorkomen en de ziektes die onder de prairiebizons heersten, werden overgebracht op de hybride dieren.
Biologen gingen er in 1940 van uit dat er geen pure bos bizons meer aanwezig waren in het park. Rond 1960 ontdekten men toch bizons die alle eigenschappen van pure bos bizons leken te hebben. Een aantal werd overgebracht naar Elk Island NP. Helaas werd kort daarna een ziekte in de kudde geconstateerd en volgde een intensief programma om deze ziekte uit te bannen. Elk Island NP kan ongeveer 350 van deze bizons huisvesten. De overige exemplaren verhuizen naar andere gebieden.

Afbeeldingen:
- verspreidingsgebied;
- verschil tussen beide ondersoorten.


Oorspronkelijke bewoners en kolonisten
In Elk Island NP zijn meer dan 200 plaatsen aangetroffen waar de oorspronkelijke bevolking heeft geleefd. De meeste plekken werden als overnachtingsplaats of voor het vervaardigen van stenen gereedschappen gebruikt. Vermoedelijk was de Sacree-bevolking de eerste bevolking die in dit gebied leefde. Zij werden vóór het begin van de 19de eeuw naar de omliggende vlaktes verdreven door de Cree. De Cree waren toeleveranciers van de Europeese pelshandelaren. Zij gingen in grote groepen op jacht naar bizons en gebruikten verschillen jachtmethoden. De bizons waren voor henzelf een continue voedselbron; de huiden werden voor meerder doeleinden gebruikt (o.a. kleren) en ook de hoorns en beenderen waren van nut. In het Beaver Hills gebied was er ook een grote voorraad aan planten (wortels, bessen) en ander wild aanwezig. Met het verdwijnen van het wild en de mogelijkheden om pelzen te verkrijgen, verliet de bevolking het gebied.
Rond 1881 bereikten Duitsers, Engelsen en Oekraieners het Beaver Hills gebied en werd het land steeds meer voor de landbouw gebruikt. Het gebied was echter te heuvelachtig, nat en over het algemeen minder geschikt voor landbouw; de ontginning bleef dan ook beperkt. Toen het park werd opgericht weigerde alleen de Oster familie hun grond aan de overheid te verkopen. Zij woonden tot 1941 nabij het huidige Oster Lake. In het park zijn nog verschillende historische gebouwen te vinden. Zij worden goed onderhouden om hun historische waarde te bewaren.

bron: Website van Parks Canada (www.pc.gc.ca), Elk Island National Park of Canada Visitor Guide 2007.