| Hermitage Amsterdam: "Impressionisme: Sensatie & Inspiratie. Favorieten uit de Hermitage." | |
| info | Van 16 juni 2012 tot en met 13 januari 2013 toonde de Hermitage Amsterdam met Impressionisme: sensatie & inspiratie de wereldberoemde impressionisten uit de omvangrijke collectie van het Staatsmuseum de Hermitage St.-Petersburg in hun context. Topstukken van baanbrekers als Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir, Alfred Sisley en Camille Pissarro waren te zien samen met werk van andere invloedrijke Franse schilders uit de tweede helft van de negentiende eeuw als Eugène Delacroix en Jean-Léon Gérôme. Het contrast tussen de verschillende kunststromingen was een belangrijk aspect van de tentoonstelling. Zo werd de ‘sensatie’ van het impressionisme zichtbaar en concreet; de stroming die een nieuw tijdperk zou inluiden. Sensatie Het impressionisme ontleent zijn naam aan Monets schilderij Impression, soleil levant uit 1872; de naam werd spottend gebruikt door een journalist maar groeide snel uit tot een geuzennaam. De impressionisten schilderden vluchtige impressies, puur voor het plezier van het schilderen, zonder ‘grootse gedachte’, met levendige kleuren, in de openlucht met steeds veranderend licht. Daarmee brachten zij vernieuwing in een starre kunstwereld. De onderwerpen zijn toegankelijk en naast stadsgezichten en landschappen zijn vaak de aantrekkelijke kanten van het alledaagse leven van de bourgeoisie weergegeven: de cafés en boulevards van Parijs, uitstapjes naar de kust, informele portretten en roeitochten net buiten de stad. De revolutionaire opvattingen van de vernieuwers druisten regelrecht in tegen de heersende academische traditie. De kleurrijke ‘impressies’ werden als schokkend en radicaal ervaren en in het begin belachelijk gemaakt. De breuk in stijl, techniek en thematiek bleek echter zeer inspirerend voor veel kunstenaars. Er ontstond een nieuwe kijk op de werkelijkheid, een nieuwe schoonheid, een nieuw tijdperk. Inspiratie Het impressionisme is destijds ontstaan als een reactie op het classicisme van de Parijse Salon, waar officieel geselecteerde kunst jaarlijks werd getoond. De vertegenwoordigers van deze stroming schilderden alles precies zoals ze geacht werden het te schilderen, geconstrueerde scènes, scherp omlijnd en met oog voor detail. Zij kozen mythologische, historische of religieuze onderwerpen. De belangrijkste kunstenaars van de (neo)classisistische tradities zijn Alexandre Cabanel (Portret van gravin Jelizaveta Vorontsova-Dasjkova, 1873) en Jean-Léon Gérôme (Verkoop van een slavin in Rome, 1884). Van de Franse romantici is Eugène Delacroix (Leeuwenjacht in Marokko, 1854) een van de bekendste. Schilders als Théodore Rousseau (Landschap met werkman, 1860–1865) en Charles-François Daubigny (De vijver, 1858) vertegenwoordigen de Barbizon-school. Zij zijn te zien als voorlopers van de impressionisten omdat zij hun realistische landschappen en plein air schilderden. De tentoonstelling plaatste de impressionisten bewust tussen voorlopers, tijdgenoten en navolgers, tussen geestverwanten en tegenstanders. Favorieten als Dame in de tuin van Monet en Portret van de actrice Jeanne Samary van Renoir hingen naast werk van Delacroix, Daubigny en Gérôme. En naast magnifieke werken van Paul Cézanne (De roker ca. 1890–1892) en Paul Gauguin (Vrouw met fruit, 1893) die geïnspireerd door het impressionisme tot een volstrekt eigen stijl kwamen. Zo werd de tijdgeest met alle controverses in het uiterst bewogen artistieke klimaat in Frankrijk tussen circa 1850 en 1900 overzichtelijk en sprekend verbeeld. Van Gogh Museum in de Hermitage Aan de namen van Cézanne en Gauguin moet die van Vincent van Gogh worden toegevoegd; een even oorspronkelijke en briljante tijdgenoot, die ook schatplichtig was aan de impressionisten. Hij verkende als belangrijke postimpressionist de grenzen van het genre. Van 29 september 2012 tot 25 april bevond een groot deel van de collectie van het Van Gogh Museum zich in de Hermitage Amsterdam, waaronder 75 topstukken, werken op papier en een selectie van de brieven. Beide tentoonstellingsvleugels waren tegelijk open voor het publiek. Nooit eerder was de beroemde Van Gogh-collectie onder één dak te zien met zo veel vermaarde Franse tijdgenoten uit de Hermitage. Bron: website Hermitage (oktober 2012). |