Nederland, Den Haag: Gemeentemuseum Den Haag - tentoonstellingen
zoeken:
- Nederland
- Zuid Holland
- Den Haag

externe links:
- Gemeentemuseum
- Haagse School
- James Ensor
- Jozef Israëls
- Isaac Israëls
- Jongkind
In het Gemeentemuseum Den Haag zijn ieder jaar verschillende tijdelijke tentoonstellingen die de moeite meer dan waard zijn. Onderstaande informatie is afkomstig van de website van het museum.

Holland op zijn mooist (4 april t/m 30 augustus 2015)
Ze schilderden Nederland op zijn mooist, met grazende koeien, molens en frisse wolkenpartijen. Weissenbruch, Mesdag, Gabriëls, Mauve en andere schilders van de Haagse School trokken erop uit en wisten het Nederlandse landschap op pakkende wijze vast te leggen. Zo pakkend zelfs, dat hun iconische taferelen de Nederlandse identiteit tot op de dag van vandaag bepalen. Met Holland op z’n mooist presenteert het Gemeentemuseum Den Haag een grote tentoonstelling met ruim honderd schitterende werken. Daarbij worden verhalen verteld over de betekenis van en de veranderingen in het Hollandse landschap. De opkomst van de Haagse School hangt samen met de toenemende waardering van de natuur in eigen land. Dat uitte zich begin twintigste eeuw in de oprichting van de Vereniging Natuurmonumenten, waar rond deze tentoonstelling intensief mee wordt samengewerkt. Het resultaat is een unieke wisselwerking tussen cultuur en natuur. Iedereen kan de kunstwerken op zaal bewonderen én op excursie in de natuur die de Haagse School zo mooi in beeld bracht.
Aan het eind van de negentiende eeuw moest de wilde natuur plaatsmaken voor nuttige landbouwgrond en industrie. Maar ook het Hollandse cultuurlandschap, dat de Haagse School zo mooi vastlegde, veranderde ingrijpend. Toch bepalen de schilderijen van deze stroming tot op de dag van vandaag hoe er (inter)nationaal naar ons land wordt gekeken. De kunstenaars hebben ons zogezegd van het Hollandse landschap leren houden. Ruim honderd schilderijen, de eerste natuurfotografie uit het einde van de negentiende eeuw, archiefmateriaal en een uitgebreid buitenprogramma met excursies in natuurgebieden geven bezoekers een beeld van het Nederlandse landschap van weleer en het landschap anno 2015. Een aantal topwerken die in het Gemeentemuseum worden getoond, waren lange tijd in Japan. Nu vormen ze het middelpunt van Holland op z’n Mooist, aangevuld met werken uit veel andere, belangrijke museale en particuliere collecties.

James Ensor, Universum van een fantast (12 maart t/m 13 juni 2011)
Het indrukwekkende oeuvre van de Belgische expressionist James Ensor (1860-1949) is een ware maskerade. Een parade van groteske figuren, een dolle optocht van feestgangers met maskers, geschminkte vrouwengezichten, skeletten en carnavaleske poppen in felle- of juist pastelkleuren.
Satirisch wereldbeeld
De schilderijen van Ensor zitten vol uitersten. Aanvankelijk maakte de kunstenaar furore met zijn realisme, geraffineerde natuurgetrouwe voorstellingen van interieurscènes en strandgezichten. Later vond de grote omwenteling naar zijn fantasiewereld plaats. Ensor staat bekend om zijn veelzijdig en sensitief kleurgebruik, zijn vrije manier van schilderen, zijn fantasie en zijn onthulling van de lachwekkende mensheid. Ensor is geboren en getogen in Oostende, als telg uit een middenstandsgezin met een Belgische moeder en Engelse vader. Het Gemeentemuseum Den Haag eert James Ensor met een groots overzicht in het voorjaar van 2011; een blik in het universum van een fantast.
Pionier en vernieuwer
Zijn leven lang stond Ensor in de schijnwerpers. Juist met het doorbreken van conventionele thema’s en het aanboren van nieuwe onderwerpen in de schilderkunst was James Ensor een echte pionier en vernieuwer. Vanwege het moderne karakter van zijn werk werd hij niet overal onmiddellijk geaccepteerd en werd hij zelfs geweigerd op tentoonstellingen. Om toch te kunnen exposeren, richtte hij in 1884 de tentoonstellingsvereniging Les XX op met gelijkgestemde kunstenaars. Kort na de Eerste Wereldoorlog werd Ensor al opgenomen in de canon van de moderne kunst en hoort hij met Edvard Munch, Ernst Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Oskar Kokoschka tot de top van de Europese expressionistische kunst. Samen met René Magritte en Paul Delvaux behoort hij tot de voorhoede van de klassiek moderne Belgische kunst van internationale naam en faam.
Gedurfde kleurcontrasten
In de eerste plaats was Ensor een uitzonderlijk colorist, met gedurfde kleurcontrasten en tonaliteit. Ensor gebruikte lichtwerking in zijn schilderijen als emotioneel en expressief onderdeel van de voorstelling. In zijn groteske schilderijen gebruikt hij het masker als instrument van een expressionistisch demasqué, waarin hij de ware boosaardige en lachwekkende aard van de mensheid onthult. Ook was Ensor een buitengewoon grafisch talent, daarvan getuigen zijn tekeningen en etsen, die ook in de tentoonstelling te zien zijn. Boeiend is het contrast tussen zijn pasteus en uit kleur opgebouwde schilderijen en zijn juist minutieus en scherp getekende werken op papier, met voorstellingen van mensenmassa’s waarbij je over de hoofden zou kunnen lopen.
Ensor en Nederland
In de tentoonstelling is speciale aandacht voor de binding van Ensor met Nederland. Al op jonge leeftijd reisde Ensor door Nederland en raakte er geïnspireerd door de oude Hollandse meesters. Ensor werd in die tijd veel met Rembrandt vergeleken, in zijn Oestereeters (1882) bijvoorbeeld, zien we kenmerken van stillevens uit die tijd. Het werk van Ensor werd in Nederland al snel goed ontvangen en zelfs tentoongesteld en verzameld. Bovendien had hij een bijzondere relatie met Jan Toorop in een tijd waarin zij beiden een cruciale artistieke ontwikkeling doormaakten.

Jozef en Isaac Israëls, Vader en zoon (20 september 2008 t/m 8 februari 2009)
Jozef Israëls is reeds een gevierd en populair schilder van de Haagse School wanneer zijn zoon Isaac wordt geboren. Al snel blijkt het tekentalent van de jonge Israëls en het is dan ook niet verrassend dat hij in de voetsporen van vader treedt. Maar het traditionele schildersmilieu is hem te benauwend. Isaac ruilt Den Haag in voor Amsterdam, waar hij in zijn schilderijen een compleet andere weg inslaat dan zijn vader – niet voor niets wordt Isaac de Hollandse impressionist genoemd. Dat vader en zoon zo gelijk, maar ook zo verschillend kunnen zijn, is te zien in de tentoonstelling Jozef en Isaac Israëls, Vader en Zoon in het Gemeentemuseum Den Haag.
Oorspronkelijk stamt de familie Israëls uit Groningen. Jozef wordt daar in 1824 geboren in een gezin met veel belangstelling voor religieuze en kunstzinnige zaken, waar zijn uitzonderlijke tekentalent al snel opvalt. Hoewel hij aanvankelijk successen boekt met historiestukken, specialiseert hij zich in de loop der tijd in het vissersgenre, dat hem wereldberoemd zou maken. Jozef viert triomfen op de salons van Brussel en Parijs en financieel vergaat het hem uitstekend – mede dankzij de zakelijke neus van zijn echtgenote Aleida.
In 1865 wordt zijn zoon Isaac geboren en korte tijd later vestigt het gezin zich in Den Haag. Jozef laat zijn getalenteerde zoon naar de Tekenacademie gaan, maar hij is geen trouwe leerling; hij volgt liever zijn eigen weg. Ook ten opzichte van zijn vader, want vanaf zijn prille jaren wil Isaac zich onderscheiden van hem en het sentiment dat zijn werk zo kenmerkt en waarmee Jozef zoveel bewondering oogst. Moeder Aleida denkt hierdoor dat haar zoon een klap van de molen heeft gekregen en schrijft een brief met haar zorgen aan bevriend psycholoog en schrijver Frederik van Eeden. Die geeft haar echter een nuchter ouderschapsadvies: ‘Dacht u dat een kranig artiest als uw zoon onder zou gaan als hij in zijn jeugd een tijdje moet tobben en zoeken?’.
Zijn zoektocht leidt Isaac naar Amsterdam, waar hij zich ontwikkelt tot een kunstenaar van het moderne leven, met een losse toets die hem de bijnaam ‘de Hollandse Impressionist’ oplevert. Het verschil met zijn vader blijkt niet alleen uit de schilderstijl maar ook uit de onderwerpskeuze; geen sentimentele verbeeldingen van zware emoties, maar een realistische weergave, snel geschilderd. Misschien verwoordt Jozef het verschil zelf nog het beste, toen hij schreef dat zijn zoon de militairen schildert die naar het slagveld gaan, terwijl hijzelf de wenende weduwen verbeeldt. Maar ook in minder zware onderwerpen zijn vader en zoon nauwelijks met elkaar te verwarren. Voor Jozef Israëls zijn het strand en de duinen het decor voor Scheveningse vissersvrouwen en hun kinderen, voor Isaac zijn het elegant geklede dames in zomerse toiletten in de stad en later badgasten aan het Lido van Venetië of op het mondaine strand van Viareggio.
In de tentoonstelling staat de ontwikkeling van beide schilders centraal. Ook wordt duidelijk hoe Isaac, ondanks de verschillen met de stijl van zijn vader, ook weer voortborduurt op zijn lessen en invloed. De zalen van het museum worden gevuld met de monumentale, emotionele werken van de vader en de lichte, frisse schilderijen van de zoon.

Jongkind (11 oktober 2003 t/m 18 januari 2004)
Voor Manet was hij de vader van het moderne landschap, Monet beschouwde hem als zijn leermeester en de enige goede schilder van watergezichten. Zola stond versteld van zijn werk en kende geen interessantere persoonlijkheid en Signac zag hem als de geniale voorganger van het impressionisme. Zij bedoelen de Nederlandse schilder Johan Barthold Jongkind (1819-1891), die in Frankrijk zijn tweede vaderland vond. Na decennialange aandacht voor de impressionisten, is het nu tijd voor een herwaardering van het oeuvre van deze meester. In dit retrospectief zijn schilderijen, aquarellen, schetsen en drukken opgenomen uit museale en particuliere verzamelingen – niet eerder werd zijn werk in zo’n omvang in Nederland tentoongesteld.
Ondanks het feit dat Jongkind driekwart van zijn leven in Frankrijk doorbracht heeft hij de banden met Nederland nooit losgelaten. Hij was en bleef een Nederlander in Frankrijk, geëerd om zijn typisch Nederlandse uitgangspunten, zoals zijn realisme en zijn trouw aan de natuur. Het oeuvre van Jongkind is lang onderbelicht gebleven maar nu is het moment aangebroken om uitgebreid kennis te maken met zijn originaliteit en zijn schitterende werken. Monet zei ooit over hem: “zijn schilderijen waren te nieuw en veel te artistiek om in 1862 op hun waarde te kunnen worden geschat”. Nu, in 2003, krijgt Jongkind in Nederland eindelijk de waardering die hij verdient.