| Nederland: kanstanjeziekte | |
- rapport 2005 - rapport 2008 - artikel 2009 - presentatie - Den Haag 1 - Den Haag 2 |
Een mysterieuze aantasting bij paardenkastanjebomen (alle Aesculus-soorten) verspreidt zich razendsnel over Nederland. Bomen krijgen bruine vlekken op de stam en 'bloeden' donker vocht. De aantasting leidt tot baststerfte en bij ernstige aantasting tot sterfte van de boom. De werkgroep Aesculaap zoekt en werkt aan oplossingen voor deze merkwaardige kastanjeziekte. Daarnaast legt en onderhoudt Aesculaap contacten met boomexperts, adviseurs van stedelijk groen, onderzoek, beleidsmedewerkers van gemeenten, landschapsbeheerders, medewerkers groen en onderhoud. - - - - - - - - - - (persbericht oktober 2006) Het aantal paardenkastanjebomen in Nederland dat is aangetast door de bloedingsziekte neemt toe. Was het aandeel zieke bomen vorig jaar nog 31 procent, dit jaar blijkt 40 procent de ziekteverschijnselen te hebben. Dat blijkt uit de inventarisatie die de werkgroep Aesculaap in de afgelopen maanden heeft gehouden onder de Nederlandse gemeenten. Opnieuw komt naar voren dat het westen en het midden van het land zwaar zijn getroffen en het zuidoosten aanmerkelijk minder, hoewel in alle provincies het percentage aangetaste bomen hoger ligt dan vorig jaar. Op basis van beschikbare gegevens concludeert Aesculaap dat te verwachten is dat het aantal zieke bomen nog verder zal toenemen. Op dit moment zijn er echter nog onvoldoende gegevens beschikbaar om te voorspellen hoe de bloedingsziekte zich in de toekomst geografisch verder zal verspreiden. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat waar er in 2005 nog veel licht aangetaste bomen werden gevonden, er nu steeds meer zwaar aangetaste bomen worden aangetroffen. Evenals in 2005, blijkt dat de ziekte het meest voorkomt in half volwassen bomen en wat minder in jonge of oude bomen. In de inventarisatie is ook gekeken naar omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan en de ontwikkeling van de bloedingsziekte in paardekastanjebomen. Voorbeelden van deze omgevingsfactoren zijn of een boom in verharding staat, zoals een trottoir, of in een plantsoen, en hoe het niveau van het grondwater ter plekke is. Hieruit zijn echter nog geen duidelijke tendensen naar voren gekomen. Beheersen Eerder dit jaar maakte de werkgroep Aesculaap bekend dat een bacterie uit de groep Pseudomonas syringae de veroorzaker is van de bloedingsziekte. Op dit moment loopt een groot vervolgonderzoek met als doel te zoeken naar mogelijkheden om de ziekte te beheersen.. Dat onderzoek is complex en tijdrovend. Met diverse deelonderzoeken gaat de werkgroep Aesculaap na hoe de bacterie de boom binnen treedt en hoe de bacterie zich verspreidt. Een vraag is of spatwater, insecten, schurende takken of vorstschade daarbij een rol spelen. Is er een mogelijke invloed van stressfactoren, zoals wateroverlast of droogte? Tevens onderzoekt Aesculaap of er een verband bestaat tussen de conditie van de bomen en de mate waarin ze door de ziekte worden aangetast. Daarnaast vertonen paardenkastanjes die lijden aan de bloedingsziekte afweerreacties. Hoe en wanneer dit verdedigingsmechanisme in gang wordt gezet, wil de werkgroep weten, evenals wat de mogelijkheden zijn hoe de ontwikkeling van de ziekte in de boom het best in toom gehouden kan worden. Aesculaap verwacht medio januari 2007 met eerste resultaten van de deelonderzoeken naar buiten te treden. Aesculaap In de werkgroep Aesculaap werken samen: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) van Wageningen UR (coördinatie), Groenadvies Amsterdam BV, de Plantenziektenkundige Dienst (PD) van het Ministerie van LNV, Alterra van Wageningen UR en de gemeenten Den Haag, Utrecht, Haarlemmermeer en Houten. Verder werken in het onderzoek mee: Plant Research International (PRI) en de Leerstoelgroepen Plantencelbiologie en Plantenfysiologie van Wageningen UR. - - - - - - - - - - Via de links in de kolom zijn een paar documenten over de kastanjeziekte in te zien. In het artikel van 2014 wordt gemeld dat de bacterie, die de kastanjeziekte veroorzaakt, gevoelig is voor warmtebehandeling. Dat bleek uit laboratoriumonderzoek. De resultaten van dit onderzoek waren zo bemoedigend dat inmiddels proeven met bomen "in het veld" zijn gestart. Het is te hopen dat dat onderzoek een behandelingsmethode oplevert die in de praktijk goed toe te passen is ... wordt vervolgd. De website van de gemeente Den Haag meldt (augustus 2013) dat in september 2012 alle kastanjebomen in Den Haag opnieuw gecontroleerd zijn. Tot nu toe zijn 400 ernstig zieke kastanjebomen
gekapt. 66% van de Haagse kastanjebomen is aangetast door deze ziekte. Dat betekent niet dat deze bomen dood gaan, maar ze moeten wel in de gaten worden gehouden. De gemeente
verwijdert alleen de zeer ernstig aangetaste bomen. Het vrijgekomen hout wordt verbrand. Of de gemeente preventief kapt, hangt af van de uitkomsten van de onderzoeken. Elke gekapte
kastanjeboom wordt in principe vervangen; dat kan ook een boom van een andere soort zijn. Omdat op sommige plekken kastanjes het beste passen in het totaalbeeld van een straat
of plein wordt soms gewacht met terugplanten of wordt soms toch voor een kastanjeboom gekozen. De herplant is maatwerk.In 2011 maakten verschillende kranten melding van het feit dat de kastanje uit het straatbeeld van Utrecht zal verdwijnen. "Utrecht gaat bomen die een gevaar vormen voor de omgeving steeds omkappen. De rest mag blijven staan tot het niet meer verantwoord is. Voor de gerooide exemplaren worden nieuwe bomen geplant, maar Utrecht plant voorlopig geen kastanjes meer". Zo'n vaart lijkt het niet te lopen want volgens de website van de gemeente Utrecht worden wel degelijk kastanjes teruggeplaatst, maar dan alleen op beschermde en beeldbepalende plekken. Volgens de gemeente Utrecht lijkt het er sinds 2011 op dat de witte paardenkastanje een licht herstel vertoont terwijl de rode paardenkastanje nog sneller achter uit gaat. Mogelijk zal de rode paardenkastanje op termijn grotendeels uit het straatbeeld verdwijnen. |