Nederland, Utrecht: Museum Catharijneconvent - tentoonstellingen
fotoblad heksen

zoeken:
- Nederland
- Utrecht
- stad

externe links:
- Catharijneconvent
- Bruegel de Oude
- Hieronymus Cock
- Jacobus
- legende
- Saftleven
In het Museum Catharijneconvent zijn ieder jaar verschillende tijdelijke tentoonstellingen die de moeite meer dan waard zijn. Onderstaande informatie is afkomstig van de website en brochures van het museum.

De heksen van Bruegel. (19 september 2015 t/m 31 januari 2016)
Hoe Pieter Bruegel ons huidige heksbeeld bedacht: Eenmalig was een unieke collectie heksen-voorstellingen uit de roerige periode van heksenvervolgingen in de Nederlanden (1450-1700) te zien. Deze tentoonstelling toonde dat niemand minder dan Pieter Bruegel aan de wieg staat van de verbeelding van de heks zoals we die nu kennen. De tentoonstelling bood ook inzicht in de omstandigheden waarin de heksenvoorstellingen tot stand zijn gekomen.
Iedereen weet hoe een heks eruit ziet: het is een lelijke vrouw die op een bezem de haard invliegt en door de schoorsteen op een bezem naar buiten vliegt. In de haard staat een grote heksenketel waarin ze haar tovermiddeltjes kookt en ondertussen warmt een kat zich bij het vuur. Minder bekend is dat dit heksbeeld door kunstenaars uit de Nederlanden werd bedacht met Pieter Bruegel de Oude als voorloper.
Tot in de zestiende eeuw bestond er geen stereotype weergave van de heks. In 1565, een onrustige periode waarin heksenvervolgingen oplaaien, maakte Bruegel twee prenten over hekserij die daar verandering in brengen. Bruegel plaatste de heks op een bezem in nabijheid van een haard met een heksenketel. De weergaloze prenten van Bruegel vormden een bron van inspiratie voor de Hollandse en Vlaamse meesters van die tijd. Tot op de dag van vandaag zien we de heks van Bruegel terugkomen. Hiermee creŽerde Bruegel het iconische heksbeeld zoals we dat nu nog steeds kennen.
Ghespoock in de Nederlanden
Het ontstaan van heksenvoorstellingen is onlosmakelijk verbonden met de heksenvervolgingen. Niet lang na de eerste processen halverwege de 15de eeuw verschenen afbeeldingen van heksen in manuscripten en juridische handboeken. Inquisiteurs en rechters wilden weten wat heksen zijn en hoe ze hen zouden kunnen herkennen. De angst voor heksen was groot. Talloze tegenslagen wakkerden deze angst aan. Europa en de Nederlanden werden geteisterd door uitzonderlijk slecht weer, misoogsten, religieuze twisten en oorlogen. Er was behoefte aan een verklaring voor dit leed, een zondebok. Hier moest toverij in het spel zijn. In 1450 vlogen in de marges van manuscripten de eerste heksjes, ter illustratie. Pas later werd de heks een interessant onderwerp voor zelfstandige kunstwerken.
Pieter Bruegel, observator
Bruegels meesterschap blijkt niet alleen uit zijn verbluffende fantasie of unieke lijnvoering. Zijn grootste gave is zijn blik op de wereld en hoe hij die vertaalt naar zijn werk. Zo verwerkte Bruegel in een prent de olifant die in 1563 in Antwerpen verblijft. Dat Bruegel een scherp observator is, zien we terug in de prenten die hij in 1565 vervaardigde in opdracht van de uitgever Hieronymus Cock. Hij grijpt de vroegchristelijke legende van apostel Jacobus en de magiër Hermogenes aan om te verwijzen naar de publieke angsten en gebeurtenissen: de heksenwaan en de vervolgingen. Omdat de legende geliefd is bij de Spaanse overheid bood het Bruegel de mogelijkheid om duivels, tovenaars en heksen weer te geven zonder risico te lopen verkeerd te worden begrepen.
De legende van Jacobus en Hermogenes
Wanneer apostel Jacobus predikt in Judea stuurt de tovernaar Hermogenes zijn leerling Philetus naar hem toe. Philetus moet bewijzen dat Jacobus' wonderen niets zijn in vergelijking met de toverkunsten van hermogenes. Wanneer de leerling zo onder de indruk blijkt van Jacobus' woorden dat hij zich wil bekeren, tovert Hermogenes hem lam. Als Jacobus Philetus bevrijdt, gebiedt Hermogenes zijn demonen om de twee mannen bij hem te brengen. Maar de demonen gehoorzamen JAcobus en brengen de tovernaar bij de heilige. Uiteindelijk laat Jacobus de tovenaar vrij en deze is dan doodsbang voor zijn eigen duivels. Dat hij zich uiteindelijk bekeert tot het christendom, laat Bruegel niet zien. Hij wijkt bewust van de legende af en laat de tovenaar neerstorten. Hiermee sluit de prent aan bij het standpunt van de demonologen die aandringen op heksenvervolgingen en -terechtstellingen zonder genade.
Pieter Bruegel, inspirator
Tijdens zijn leven was Pieter Bruegel al een groot en bekend kunstenaar. Zijn werk werd veelvuldig herdrukt, gekopieerd en verspreid. Men dacht destijds anders over zaken als vervalsing en auteursrecht. Copyright, zoals wij dat nu kennen, bestond nog niet. Tot lang na zijn dood lieten kunstenaars zich inspireren door Bruegels werk. Zijn prenten stimuleerden veel Hollandse en Vlaamse meesters tot het weergeven van heksen. Zij namen Bruegels symbooltaal over. Met slechts vier elementen - bezem, heksenketel, haard en kat - legde Bruegel de basis voor ons stereotype heksenbeeld. Het werk van Cornelis Saftleven is exemplarisch. Zijn schilderijen alten precies dezelfde elementen zien als het werk van Pieter Bruegel. Zelfs de heilige Jacobus en de tuimelende acrobaten heeft hij overgenomen.
Listige wiven
Het merendeel van de tot heks veroordeelden was vrouw. Dit hangt samen met een uitgesproken negatief vrouwbeeld dat al vroeg bestond in de samenleving. De meest listige vrouw komen we tegen in de bijbel. In het paradijs werd Adam door Eva verleid met de appel. Een dwaasheid die leidde tot de zondeval. Eva werd daarna de belichaming van de vermeende zwakheid en verraderlijkheid van de vrouw. Ondeugden van vrouwen werd een populair thema in de kunst. Mannen werden gewaarschuwd voor de listige en wellustige vrouwen en quade wiven die hen erin wilden luizen. Het beeld van de vrouw als heks sloot hier bij aan. Met hun genotzieke, zwakke aard waren vrouwen een makkelijke prooi voor de duivel, dacht men.
Van angst naar amusement
Na 1600 werden er op grote schaal heksenvoorstellingen vervaardigd in de Nederlanden. Kunstenaars, onder wie Frans Francken II en David Teniers II, ontwikkelden het genre van het tooverycken. Gepassioneerd produceerden zij afbeeldingen van heksenbijeenkomsten en -keukens. Duistere voorstellingen met heksen en angstaanjagende monsters, duidelijk beïnvloed door Pieter Bruegel. Deze voorstellingen zijn ver verwijderd van de illustraties in juridische handboeken uit de 15de en 16de eeuw. Dit is amusument, gemaakt voor de elite. Om veilig te bekijken in huiselijke kring, zoals tegenwoordig een film. Mensen geloofden wel in het bestaan van heksen, maar gebruikten dat gegeven om te griezelen.
Van schrikbeeld tot sprookjesfiguur
Een sprookje voor het slapen gaan. Een spannende Disneyfilm, een mooi prentenboek. Heksen zijn overal te zienin de westerse wereld. Niet als angstaanjagende ordeverstoorders die een pact sluiten met de duivel, maar als knusse knuffelheksen uit een fantasierijk. Een beetje eng, soms grappig of mooi, maar vooral: niet echt. In de 21ste eeuw worden heksen in de westerse wereld niet meer verguisd of en verbrand. Heks-zijn is onder aanhangers van natuurreligies zelfs in. Het beeld van de heks is sterk veranderd, maar is nog steeds verankerd in de 16de en 17de eeuwse cultuur. Ook al is niet iedereen zich hiervan bewust.

Goddelijke inspiratie. Russische ikonen ontmoeten westerse kunst. (10 april 2013 - 4 augustus 2013)
Het Andrej Rublev Museum in Moskou herbergt een prachtige verzameling ikonen uit de vijftiende eeuw tot circa 1900, die behoort tot de belangrijkste van Rusland. De collectie wordt zelden uitgeleend en het aanbod om een dertigtal indrukwekkende exemplaren in tijdelijke bruikleen te krijgen, heeft Museum Catharijneconvent in Utrecht in 2013 dan ook met beide handen aangegrepen.
Bijzondere ontmoeting
De indrukwekkende ikonen werden in de tentoonstelling gecombineerd met stukken uit de eigen verzameling westerse religieuze kunst van de vroege Middeleeuwen tot heden Goddelijke inspiratie. Russische ikonen ontmoeten westerse kunst gaf daarmee een goed overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen orthodoxe en westerse christelijke kunst. Ikonen uit Nederlandse galeries en particuliere verzamelingen maakten het geheel compleet.
Wederzijdse invloed
De invloed van Byzantijnse ikonen op de kunst in het Westen ontstaat al in de vroege Middeleeuwen. Door pelgrimages, handel en huwelijken komen kunstenaars in contact met ikonen en manuscripten. Ivoorsnijders, miniaturisten en schilders maken gebruik van de Byzantijnse voorbeelden en laten zich hierdoor inspireren. De overeenkomsten zijn onmiskenbaar. Toch groeien de wegen uit elkaar.
Een nieuw fenomeen
Waar de oosters-orthodoxe ikonen blijvend volgens een vast stramien worden geschilderd, verandert de westerse kunst in een eigentijdse vertaling van het bijbelse verhaal. De weerslag van westerse kunstenaars op de ikoonschilderkunst is ontstaan toen Moskou in 1547 tot op de grond afbrandde. Om de stad in ere te herstellen worden ambachtslieden uit West-Europa ontboden. De westerse kunstenaars brengen hun atlassen en geillustreerde bijbels mee. Zo maken de Russen kennis met nieuwe fenomenen. Perspectief, licht- en schaduwwerking, achtergronden met landschap en architectuur en menselijke proporties doen hun intrede in de Russische schilderkunst.