| Namibië: Etosha NP - dieren | |
- diversen - gemsbok - giraf - gnoe - hartebeest - impala - koedoe - leeuw - neushoorn - olifant - springbok - trappen - zebra - zwijn, knobbel- |
![]() Springbokken, zebra’s, gemsbokken en gnoes hebben vaak dezelfde habitat. Bij het begin van de regentijd migreren ze van oost naar west. Ze komen op de vlaktes tussen Okaukuejp end Sprokieswoud samen en daar worden de jongen geboren. Na de regentijd trekken ze terug naar het oosten naar de Halali vlaktes, Namutoni en Andoni. Ze zijn bij alle waterbronnen aan te treffen, alhoewel springbokken en gemsbokken lang zonder water kunnen.Gemsbokken leven in groepen met verschillende samenstelling. Spring-bokken en gnoes leven in kleine en grote kuddes bestaande uit of vrouwtjes met hun kalfjes of mannetjes. Er zijn ook mannetjes die alleen leven. Zebra’s leven meestal in familieverband; 1 mannetje met 5 tot 6 vrouwtjes. Black-faced impalaDe black-faced impala is in de jaren 70 van vorige eeuw in Etosha geïntroduceerd. Deze dieren zijn niet snel geneigd naar onbekend gebied te trekken, dus ze zijn min of meer gebonden aan de gebieden waar ze destijds geplaatst zijn. Ze komen voor in het zuidelijk deel van het park (tussen Ombika, Goas en Klein Namutoni) in gebied waar struiken en bomen groeien. Ze mijden open gebieden. Damara dik-dik De kleine Damara dik-dik komt in Etosha voor in de Eastern Karst Woodlands, vooral ten oosten van Namutoni. Giraf In het hele park komen giraffes voor, ook op de vlaktes waar alleen wat gras groeit, maar wel altijd in de buurt van waterbronnen. Het is aan acacia’s goed te zien als ze regelmatig door giraffes worden “belaagd”. Ze hebben dan vaak platte toppen en zijn van gelijke hoogte. Men is het er niet over eens of dat nu slecht is voor die planten of juist gunstig omdat via de giraffes pollen worden verspreid. HartebeestHet hartebeest is niet afhankelijk van water maar is toch vaak bij waterbronnen aan te treffen. Ze komen tussen vooral voor in gebieden met struiken en bomen en zelden op vlaktes; tussen Ombika en Springbokfontein en zelden ten oosten of westen van deze bronnen. Ze paren in maart, aan het eind van de regentijd, en de jongen worden geboren in oktober/november vlak voordat de regentijd weer aandient. Jachtluipaard Jachtluipaarden jagen in de vroege ochtend en laat in de avond. Hun prooi wordt regelmatig afgepakt door hyena’s en leeuwen, dus als je die ziet is de kans om een jachtluipaard te treffen klein. Ze komen vooral voor bij Leeubron, bij Gemsbokvlakte, op Charitsaub Plain en ten oosten en westen van de Halali vlaktes. Koedoe De koedoes in Etosha leven meestal in familieverband; groepen met vrouwtjes, kalfjes en nog jonge dieren. Mannetjes vormen aparte groepjes, met uitzondering van mei tot juli wanneer het paartijd is. Ze sluiten zich dan bij een familie aan. In het gehele park komen koedoes voor. Ze blijven in de buurt van waterbronnen en komen voornamelijk in gebieden voor waar struiken en bomen groeien. Ze mijden de vlaktes. ![]() LeeuwIn Etosha zijn leeuwen in principe bij alle waterbronnen aan te treffen. Sommige bronnen bieden goede schuilplaatsen van waaruit ze hun prooien kunnen verrassen. In een aan Namibië gewijde natuurserie van de BBC vertelde een ranger dat hij leeuwen, die op de een of andere manier uit het park zijn geraakt (blijkt vaak via door wrattenzwijnen gegraven tunnels), terug wist te lokken door een geluidsopname van een etende groep leeuwen af te spelen. De kwaliteit van de tape was door de jaren sterk verminderd. De geluidsman van de BCC heeft meegeholpen om nieuwe opnames te maken. Het geluid staat nu op cd dus dat gaat wat langer mee. Luipaard Het schijnt dat deze panter overdag toch regelmatig wordt gezien, ondanks het feit dat hij niet afhankelijk is van aanwezigheid van water en eigenlijk voornamelijk in het donker actief is. De luipaarden in Etosha hebben een voorkeur voor springbok, maar ze vangen ook wel impala’s en steenbokken. Neushoorn Neushoorns brengen meestal pas tegen de avond, gedurende de avond en nacht een bezoek aan waterbronnen. Overdag zijn ze soms te zien als ze voedsel zoeken of rusten. De witte neushoorn is in 1995 vanuit het Kruger National Park geïintroduceerd en in 1999 zijn er dieren vanuit Waterberg Plateua Park overgebracht. De meeste witte neushoorns komen voor in het gebied rond Namutomi en tussen Namutomi en Springbokfontein. Olifant De olifanten in Etosha komen voor in kuddes van 20 tot 50 vrouwtjes, kalfjes en jonge mannetjes of als groepje van 2 tot 8 vrijgezellen. Deze laatsten drinken over het algemeen overdag en zijn vooral in open vlaktes en bij Acacia nebrownii aan te treffen. De kuddes drinken voornamelijk ’s nachts maar zijn overdag wel aan te treffen bij Aus, Olifantsbad, Tsumcor en Kalkheuvel. Tijdens het regenseizoen zijn de olifanten moeilijk te spotten. Zij trekken als eersten weg van de bronnen. Als olifanten dorst hebben, water kunnen ruiken maar het komt niet snel genoeg, dan hebben ze de neiging om vernielzuchtig te worden. Bij de waterbronnen zijn dan ook maatregelen genomen om schade zo veel mogelijk te voorkomen. Afhankelijk van de tijd van het jaar en waar je je bevindt in het park, tref je olifanten met verschillende kleuren. Dit komt doordat ze de kleur aannemen van het stof waarin ze baden.
WrattenzwijnDe verspreiding van het wrattenzwijn over het park hangt samen met de aanwezigheid van waterbronnen en van de aanwezigheid van leeuwen: ze blijven meestal in de buurt van waterbronnen en uit de buurt van leeuwen en verblijven daar waar voldoende vluchtroutes zijn. In een aan Namibië gewijde natuurserie van de BBC werd verteld dat wrattenzwijnen vaak tunnels onder de omheining graven omdat “het gras altijd groener lijkt aan de andere kant”. Verder brachten ze een wrattenzwijn in beeld die bij een van de lodges woont, tot groot plezier van de gasten. Zadeljakhals Een zadeljakhals kun je overal en altijd tegenkomen. In de rest camps beschouwt men ze als lastpost. Ze zijn vaak aan te treffen op plekken waar een roofdier een prooi te pakken heeft. Ook komen ze naar waterbronnen; alhoewel ze niet van water afhankelijk zijn. Ziekten in Etosha Anthrax, endemisch in Etosha, is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door Bacillus anthracis. Anthrax sporen kunnen in de bodem honderden jaren overleven. In 1964 werd deze ziekte voor het eerst in Etosha vastgesteld. Het is in meerdere dieren aangetroffen, maar het treft vooral zebra’s. Tussen 1966 en 1974 waren er tot 300 gevallen per jaar. Uit onderzoek blijkt dat het “plains game” vooral aan het eind van de regentijd en olifanten aan het eind van het droge seizoen treft. De zadeljakhals en de Kaapse vos zijn gevoelig voor het hondsdolheidvirus. Ook dit is een dodelijke ziekte. Af en toe breekt deze ziekte uit in de populaties in Etosha. Het FIV, Feline Immunodeficiency Virus, is een ziekte dat bij de meeste Afrikaanse leeuwenpopulatie voorkomt. De leeuwen in Etosha hebben dit virus echter niet. |