| |
Midden in het park ligt de Etosha Pan. Deze droge vlakte omvat 4.730 km2, bijna een kwart van de totale oppervlakte van het park. Tijdens het regenseizoen kan de vlakte, o.a. door aanvoer van water via de “riviertjes” Ekuma, Oshigambo, Omuramba en Owambo, vol komen te staan met water. Soms is het een waterlaag van wel 15 centimeter diep. Het is voor wild te zout om te drinken. Het wier dat in het water groeit trekt duizenden flamingo’s die hier enorme broedkolonies vormen.
Het water kan niet wegstromen maar verdwijnt, als de regenval is gestopt, door verdamping. Hierdoor is het oppervlak zeer zout. Zo zout dat er bijna niets kan groeien. Alleen het gras Craspedarhachis africana en de struiken Sueda articulata en Sasola etoshensis komen er voor. Het trekt wel dieren aan die zout in hun dieet nodig hebben. Zuidelijk en westelijk van het meer bevinden zich grote grasvlakten en savanne. Nog verder zuidelijk en westelijk zijn er bosgebieden.
Tussen Namutoni en Okaukuejo, iets ten noordoosten van Halali biedt Etosha Outlook de mogelijkheid een stukje de vlakte op te rijden. De foto linksonder is gemaakt vanaf dat uitkijkpunt.
|