| zuidelijk Afrika: Botswana, Namibië & Zimbabwe - Nama | |
- Afrikaner, Jan Jonker - Afrikaner, Jonker - Nama vs Afrikaner vs Herero - Witbooi, Hendrik - Nama vs Duitsers !nara |
De Khoi-Khoi vertonen fysieke overeenkomsten met de San en ook hun talen, die klikgeluiden bevat, komen gedeeltelijk overeen. Deze bevolkingsgroepen gezamenlijk worden aangeduid als Khoisan. De Khoi-Khoi werden door de kolonisten ook wel Hottentotten genoemd; maar dat wordt tegenwoordig als een denegrerende benaming gezien die niet meer mag worden gebruikt. De Nama zijn een subgroep van de Khoi-Khoi. Er wordt aangenomen dat ze ongeveer 2000 jaar geleden vanuit Botswana naar zuidelijk Namibië en Orange River in Zuid Afrika zijn getrokken. Uit documenten van missionarissen en zendelingen blijkt dat de Nama in zuidelijk Namibië in goed georganiseerde gemeenschappen leefden, met soms wel meer 1000 inwoners. Ze hadden grote kuddes vee, schapen en geiten en waren volledig zelfvoorzienend. De verschillende stammen leefde vredig naast elkaar en respecteren elkaars recht op water en land. De Oorlam, een bevolkingsgroep ontstaan aan het einde van de 18de eeuw in Zuid Afrika rond Orange River, werd gevormd door Nama, gevluchte slaven en Nama met blanke (voor)ouder(s). Zij werkten voor de Boeren en handelaren als jagers en gidsen, waren gedoopt en hadden toegang tot geweren en paarden. Van de traditionele leefwijze van de Nama was bij deze bevolking weinig meer terug te vinden. Sommige vormden een groep die zich onafhankelijk van de kolonisten vestigden en leefden van jacht, handel en het stelen van vee van de Nama die aan de andere kant van Orange River in zuidelijk Namibië leefden. In het begin van de 19de eeuw eisten de Boeren steeds meer grond op waardoor de Oorlam Namibië introkken, op zoek naar land. In eerste instant verliep het contact tussen de Oorlam die Orange River overstaken en de lokale Nama redelijk vredig. Naarmate er steeds meer Oorlam de rivier overstaken namen de spanningen toe en kwam het vaak tot gewapend conflict. Alhoewel de Nama qua aantal de Oorlam enorm overtroffen, hadden ze veel minder wapens en paarden en waren ze met hun grote kuddes ook veel minder flexibel dan de Oorlam. De Oorlam wisten zich dan ook vrij snel in de regio te vestigen en bleven de Nama teisteren. Het bleef jaren onrustig en pas in de jaren 40 van de 19de eeuw wisten Oaseb en Jonker Afrikaner (een van de respectievelijke Nama en Oorlam leiders) vrede tussen beide volkeren te bereiken. Men realiseerde zich dat over de jaren beide groepen steeds meer één waren geworden, door hun gezamenlijke behoefte aan land en water en huwelijken over en weer. Bovendien bedreigde de Herero, die al een eeuw in zuidelijke richting migreerden, beide groepen. Afrikaner kreeg de leiding over het land tussen Swakop River en Kuiseb River en werd opperheer van het Hererogebied ten noorden van Swakop River tot aan Waterberg Plateau. Met wapens wist hij hegemonie te behouden over de Herero en diende het gebied als buffer tussen de Herero in het noorden en de Nama in het zuiden. Na zijn dood in 1861 kwam het geregeld tot gewapende conflicten tussen de Nama/Afrikaner en de Herero. Eind 19de eeuw zag Nama-leider Hendrik Witbooi als eerste Namibische leider in dat de verschillen tussen de verschillende bevolkingsgroepen veel minder belangrijk was dan de strijd tegen de Duitsers. Samen met andere Nama-leiders leidde hij tijdens de oorlog van 1904-1907 het verzet tegen de Duitse overheersing in zuidelijk Namibië. Net als bij de Herero eisten de oorlog en ziekten in deze periode hun tol bij de Nama. Het aantal nam af en hun land werd, ook onder Zuid Afrikaanse overheersing, steeds kleiner. Tijdens de apartheid verbleef het grootste deel van de Nama gedwongen in een gebied ten zuidwesten van Mariental en ten noordwesten van Keetmanshoop. Tegenwoordig leven de meeste Nama in centraal en zuidelijk Namibië; 14 verschillende stammen en in totaal ongeveer 90.000 mensen. Ze staan bekend om hun dicht- en zangkunst, waarmee naast liefdesliedjes ook een belangrijk deel van hun geschiedenis wordt doorgegeven. Belangrijkste bron van inkomen is nog steeds de veehouderij. Het valt echter niet mee om in de semi-woestijn in het levensonderhoud te voorzien. Men leeft op gemeenschapsgrond met uitzondering van de Topnaar die in de Kuiseb Canyon regio wonen. Zij zijn gebonden aan een klein deel van het land in de Kuiseb River vallei. Dat gebied maakt al jaren deel uit van een nationaal park waardoor er steeds discussie is over toegang tot land en gebruik van natuurlijke bronnen. Bovendien is er steeds minder grondwater beschikbaar als gevolg van industriële ontwikkeling aan de kust. De vegetatie heeft hier onder te lijden waaronder de !nara-plant waar de Topnaar gedeeltelijk voor hun voedsel van afhankelijk zijn. Campagnes voor landrechten en waterbronnen hebben tot nu toe nauwelijks impact gehad. Bron tekst: Footprint "Namibia" (2006). |