| Nieuw Zeeland: Arrowtown | |
William Fox reis |
Twintig kilometer ten noordoosten van Queenstown ligt Arrowtown, aan de voet van ruige heuvels. Het is de schilderachtigste en best bewaard gebleven goudmijnstad in het gebied. In 1862 ontdekte een klein groepje mijnwerkers, onder wie William Fox en John O'Callaghan, goud in Arrow River. Binnen enkele weken hadden ze 113 kilogram verzameld. De bevolking van Arrowtown groeide tot meer dan 7000 inwoners. Het is een van de weinige groeisteden die noch spookstad zijn geworden, noch geheel gemoderniseerd zijn. In de hoofdstraat met loofbomen staan aan de ene kant veel oude koloniale winkels en gebouwen, en aan de andere kant stenen mijnwerkershuisjes uit de jaren 1860 en 1870.
Na 1865 speelden Chinese mijn werkers een grote rol in de geschiedenis van Arrowtown. Zij gingen er werken toen de goudkoorts de Europese mijn werkers naar de westkust had gelokt. De Chinese Settlement, met onder meer gerenoveerde stenen huisjes, herinnert aan hen. De goudkoorts bij Otago begon toen er in 1861 goud werd gevonden in Gabriel's Gully vlak bij de huidige stad Lawrence, 92 kilometer ten westen van Dunedin. Men vestigde zich er in tenten en al spoedig trokken de goudzoekers verder landinwaarts. In 1862 volgden er vondsten in het Dunstan-gebied rond Cromwell en Alexandra en kort daarna in de Wakatipustreek. Tienduizenden trotseerden hete, droge zomers, bitterkoude winters en voedselgebrek in hun verlangen om snel rijk te worden. In andere hoeken van de provincie werden ook vondsten gedaan, maar tegen 1870 vertrok men naar de westkust. Toen het beste uit de grond was gehaald, had men meer ontwikkelde methode nodig, zoals spoelen, zeven en mijn bouw inde kwartsriffen. Tot in het begin van de 20ste eeuw bleef men naar goud zoeken. Ook tegenwoordig worden met moderne middelen op grote schaal mijnen geëxploiteerd. Bron: Nieuw Zeeland Capitool Reisgidsen 2003. |