| Nieuw Zeeland: Veeteelt, land- en tuinbouw | |||||
sheep farming |
Ondanks de verstedelijking (85% van de bevolking woont in steden) is het land nog altijd sterk afhankelijk van landbouw en veeteelt. Landbouwindustrieën zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle exportinkomsten. Van oudsher draait het bij de veeteelt om schapen en runderen, maar andere soorten vee zoals herten, geiten, varkens en kippen zijn sterk in opkomst. Dennenbossen bedekken hellingen die te steil zijn om begraasd te worden en op vruchtbaar land aan de kust en in het binnenland worden gewassen verbouwd. Velden met traditionele graangewassen bedekken een groot deel van het vlakke land van het Zuidereiland, met name in Canterbury en Southland. Hier worden tarwe en haver geproduceerd voor binnenlandse consumptie en gerst en haver voor het maken van veevoer; gerst wordt ook verbouwd voor mouten in Nieuw Zeelandse brouwerijen. Grootschalige groenteproductie is in de vruchtbare kuststreken van zowel het Noorder- als het Zuidereiland van de grond gekomen en nieuwe plantenvariëteiten zoals zonnebloemen, lavendel en knoflook geven kleur aan het landschap.
Het milde, zonnige klimaat en de vruchtbare bodem van de kuststreken van de Bay of Plenty, Gisborne, Hawke’s Bay, Nelson en Otago hebben een lappendeken van boomgaarden doen ontstaan met traditionele pit- en steenvruchten, maar ook citrusvruchten, bessen en exotisch fruit. Appels en peren, de belangrijkste pitvruchten van Nieuw Zeeland, komen vooral uit Hawke’s Bay en Marlborough/Nelson. Perziken en andere steenvruchten als abrikozen, nectarines, pruimen en kersen zijn geconcentreerd in Hawke’s Bay en Central Otago. Ander fruit zoals grapefruits, avocado’s, tamarillo’s, dadelpruimen, pepino’s en kiwi’s wordt in kleine boomgaarden verbouwd in de warmere delen van Nieuw Zeeland (Northland, Auckland en de Bay of Plenty) terwijl zachtfruit als frambozen op het koelere Zuidereiland wordt geteeld. Druiven worden voornamelijk voor eigen consumptie en voor de wijnproductie verbouwd. Marlborough, Gisborne en Hawke’s Bay zijn de grootste druivenstreken. Voor wat de veeteelt betreft worden meer dan 40 miljoen schapen en bijna 10 miljoen runderen gehouden om hun wol, vlees, zuivelproducten en huiden. Slachtvee overheerst in Northland, melkvee in Waikato, Taranaki en Manawatu, en schapen in de rest van het land. Herten, geiten en ander vee worden op beide eilanden gehouden. Het Romney-schaap is het meest voorkomende schaap; het wordt gehouden om zijn vlees en wol. De zwart-witte Holstein-Fries is de meest algemene melkkoe; dit ras geeft meer melk dan andere. Herten worden op ongeveer 5000 boerderijen gefokt. Voor wild wordt overal goed betaald en het leer is vooral in Azië zeer gewild. Geiten worden gehouden om hun melk, vlees en mohair maar ook om onkruid te bestrijden. Struisvogels en emoes behoren tot het nieuwere vee en winnen snel aan populariteit. |