| Nieuw Zeeland: natuur | |||||||||||||||||||
- albatros - buttercup - huhu kever - kea - pelsrob - pinguin, kleine - pinguin, kuif- - pinguin, geeloog- - scholekster - shelduck - uil - weka - zeeleeuw DOC |
Nieuw Zeeland is 80 miljoen jaar een geïsoleerd gebied geweest, met als resultaat dat er planten en dieren voorkomen die nergens anders ter wereld worden aangetroffen. Het kent slechts twee landzoogdieren (allebei vleermuizen), al komen er voor de kust veel zeeleeuwen, walvissen en dolfijnen voor. Loopvogels, allerlei hagedissen, reuzenslakken, primitieve kikkers en planten die net zo oud zijn als de dinosauriërs, maken Nieuw Zeeland uniek. De vogels die in dit land voorkomen zijn geëvolueerd zonder grote roofdieren als ratten, katten of honden die hen bedreigden en ze verloren elke noodzaak om te vliegen. Sommigen ontwikkelden zich niet alleen tot loopvogels, maar ook tot de grootste vogels die ooit hebben geleefd. Toen de Maori’s arriveerden, ontdekten ze de enorme moa, die meer dan 2 meter groot was. Er werd zo intensief op gejaagd dat de moa enkele honderden jaren later uitstierf. Er zijn nog enkele oude Nieuw Zeelandse vogelsoorten over, waaronder de kiwi, de kakapo, de takahe, de black robin en de kea. Er wordt veel moeite gedaan om ze voor uitsterven te behoeden. Kiwi’s komen vooral voor in de warme bossen van Northland (noordelijke punt van het Noordereiland) waar ze met hun lange snavels naar voedsel zoeken. De zilvervaren of ponga, door velen gezien als nationaal symbool, is genoemd naar de zilveren onderzijde van de bladeren. Kea’s zijn de bergpapegaaien van het Zuidereiland. Ze staan bekend om hun speelsheid en intelligentie. De koningsalbatros broedt op Taiaroa Head op het Otago Peninsula (Zuidereiland) nadat hij van zijn wintervoedselgebied is teruggekeerd.
Met de vorming van de overheidsinstelling Department of Conservation (Maori: Te Papa Atawhai) in 1987 werden delen van het Department of Lands and Survey, de Forest Service en de Wildlife Service geïntegreerd tot een geheel. Het DOC beheert bijna een derde van het land van Nieuw-Zeeland, waaronder 14 nationale parken en vele bossen, zeegebieden, rivieroevers, kusten, wetlands en eilanden. De meeste gebieden die de DOC in beheer heeft, zijn beschermd vanwege wetenschappelijke, historische of culturele redenen of worden gebruikt voor recreatieve doeleinden. Daarnaast houdt het DOC zich ook bezig met het beschermen van inheemse, bedreigde soorten, omgaan met bedreigingen als dierlijke plagen en invasieve plantensoorten, herstel van habitats, beschermen van het zeeleven en ondersteunen ze landeigenaren bij het effectief beheren van natuurlijk erfgoed. Verder beheert het DOC historische plekken op publiek terrein, zorgt het voor recreatiemogelijkheden en is verantwoordelijk voor de brandbestrijding in landelijke gebieden. In Abel Tasman National Park grenzen goudgele stranden aan met struiken begroeide kliffen. Daarachter kenmerken diepe grotten en ondergrondse rivieren het landschap. In Paparoa National Park geeft het kalksteenlandschap het gebied een speciaal karakter. Langs de kust heeft de Tasmanzee het kalksteen uitgesleten tot de Pancake Rocks en spuitgaten. Mount Cook in het gelijknamige nationale park wordt door de Ngai Tahu-stam Aoraki oftewel wolkendoorboorder genoemd en in het park bevindt zich de langste gletsjer van Nieuw Zeeland. Fiordland National Park is een uitgestrekte, afgelegen wildernis met sneeuw bedekte bergen, fjorden, gletsjerdalen en meren, watervallen, eilanden en dichte gematigde bossen.
|