Nieuw Zeeland: wijnen
info:
Wairau Valley
In Nieuw Zeeland werden al rond 1830 druiven geplant, maar pas in de jaren tachtig van de 20ste eeuw, toen wijnmakers besloten zich te concentreren op witte wijnen als sauvignon blanc en chardonnay, kreeg het land een naam als producent van goede wijnen. Het aantal wijnmakerijen bedraagt inmiddels meer dan 400 en in 2000 werd er 19,2 miljoen liter wijn uitgevoerd. In minder dan 20 jaar zijn de wijnmakers van Nieuw Zeeland tot de beste van de wereld gaan behoren. Ook het drinken van wijn is populair geworden in Nieuw Zeeland. Veel wijngaarden hebben restaurants, bieden rondleidingen met wijnproeven en verkopen wijn uit het vat.

De bekendste wijnen van Northland zijn volle rode, met name merlot. Het Auckland-gebied produceert ook vooral rode wijn, in het bijzonder cabernet sauvignon. De belangrijkste wijnen in Waikato, de Bay of Plenty en Gisborne zijn chardonnay’s. Hawke’s Bay staat bekend om de topkwaliteit van zijn chardonnay’s en cabernets. In Wairarapa, het jongste wijngebied van Nieuw Zeeland, kweekt men vooral pinot noir. Marlborough produceert een uitstekende sauvignon blanc, wat chardonnay en mousserende wijnen. Dit is de grootste wijnstreek van Nieuw Zeeland. De brede, vlakke Wairau Valley en het droge zonnige klimaat, waardoor de druiven langzaam rijp worden, zorgen ervoor dat hier de beste sauvignon blanc groeit. Op de kleine wijngaarden in Nelson groeien, net als op die in Canterbury, chardonnay, pinot noir en riesling. Central Otago, het zuidelijkste wijngebied van de wereld met een kort groeiseizoen, brengt onder andere gewürtztraminer, riesling en bourgogne-variëteiten voort.
James Busby (1800-1871) werd in 1833 door de Engelse regering in Nieuw Zeeland aangesteld als vertegenwoordiger van de overheid en staat te boek als de eerste wijnmaker van het land. Hij had het wijnmaken in Frankrijk geleerd en hielp een wijnindustrie opzetten in de Hunter Valley in Australië. De Franse ontdekkingsreiziger Dumont D’Urville gaf zijn zegen aan de wijnteelt in Nieuw Zeeland toen hij de witte wijn van Busby prees, die hij bij een bezoek aan de Bay of Islands in 1840 had geproefd.

De website van Gal&Gal meldt het volgende (april 2011):
Geschiedenis
De Engelse dominee Samuel Marsden plantte in 1819 de eerste druiven aan in Kerikeri, een plaatsje in het noorden van het Noordereiland. De eerste wijnen werden pas veel later geproduceerd, door James Busby. Busby legde in 1836 een kleine wijngaard aan op zijn land in Waitangi, iets ten zuiden van Kerikeri. Hij verkocht zijn wijnen aan Engelse soldaten.
Tot de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw was de wijnbouw in Nieuw-Zeeland betrekkelijk kleinschalig. In 1960 besloeg het totale wijnbouwoppervlakt nauwelijks 400 hectare. Er was geen grote binnenlandse afzetmarkt voor wijn en de export was evenmin noemenswaardig. Van oudsher dronken de Nieuw-Zeelanders, die veelal van Britse afkomst waren, meer bier dan wijn. Bovendien hanteerde de Nieuw-Zeelandse regering lange tijd een gematigd alcoholbeleid. Wijnproducenten mochten hun wijnen bijvoorbeeld niet direct aan de consument verkopen, maar alleen aan hotels. Dat waren de enige ondernemingen in het land die wijn konden verkopen aan particulieren.
Vanaf 1955 werd het Nieuw-Zeelandse alcoholbeleid iets losser. Er kwamen gespecialiseerde wijnwinkels, die losse flessen wijn mochten verkopen. Sinds 1960 mogen Nieuw-Zeelandse restaurants wijn op hun kaart zetten en vanaf 1990 is het toegestaan voor supermarkten om wijn te verkopen. De laatste decennia heeft de Nieuw-Zeelandse regering ook veel geïnvesteerd in moderne technieken, de herplant van oude wijngaarden en de aanplant van nieuwe wijnbouwgrond. Het huidige wijnbouwareaal beslaat nu ongeveer 25.000 hectare.
Een vrije handelsovereenkomst tussen Nieuw-Zeeland en Australië in 1983 regelde dat Australische wijnen zonder speciale tarieven geïmporteerd konden worden in Nieuw-Zeeland. Om te kunnen concurreren met Australische wijnen, moesten de Nieuw-Zeelandse wijnmakers de kwaliteit van hun wijnen wel verbeteren. Vanaf het begin van de jaren ’80 werden ook meer standaardregels opgesteld voor de productie en export van Nieuw-Zeelandse wijnen.
Wijnbouw
De seizoenen in Nieuw-Zeeland zijn tegenovergesteld aan de seizoenen in Nederland. Naar gelang de ligging van de wijngaarden wordt er meestal geoogst in de periode van februari tot mei. Nieuw-Zeeland heeft grotendeels een gematigd maritiem klimaat. Op de meeste plekken in het land valt er genoeg neerslag. Overdag is het warm en ‘s nacht koelt redelijk af. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgen voor friszure druiven met veel fruit.
Het land heeft een tiental wijnbouwgebieden die over het Noorder- en Zuidereiland verspreid liggen. Ieder wijnbouwgebied kent variaties in klimaat en bodem, waardoor de druiven verschillende aroma’s ontwikkelen en op verschillende momenten rijpen en geoogst worden. In het warmere en vochtigere noorden wordt chardonnay bijvoorbeeld eind februari, begin maart geoogst. In Central Otago, het meest zuidelijke wijnbouwgebied voor chardonnay, worden de druiven 6 á 7 weken later geoogst, in de 2e helft van april.
De Nieuw-Zeelandse wijnbouw is enorm beïnvloed door Australië. De Australische Wijnuniversiteit van Adelaide voorzag en voorziet in trainingen en goed opgeleid personeel voor veel Nieuw-Zeelandse wijnmakers. De laatste jaren zijn dergelijke wijninstituten ook steeds meer in opkomst in Nieuw-Zeeland zelf. Ook traditionele wijntechnieken uit Europa worden veel toegepast. Bovendien reizen veel Nieuw-Zeelandse wijnmakers af naar Europa om daar ervaring op te doen.
Druivenrassen
Met een totale aanplant van 34% is de sauvignon blanc het meest verbouwde druivenras van Nieuw-Zeeland, gevolgd door de chardonnay (18%) en de blauwe pinot noir (18%). De friszure Sauvignon Blancs uit Nieuw-Zeeland zijn wereldwijd beroemd om hun kwaliteit. Pinot noir-druiven worden veel verwerkt in mousserende wijnen. De riesling wordt ook steeds populairder. Verder staat er onder andere sémillon, cabernet sauvignon, merlot en syrah aangeplant Nieuw-Zeeland.
Classificatie
Nieuw-Zeelandse wijnmakers worden niet gehinderd door een strenge wijnwetgeving. Nieuw-Zeeland kent een beperkt aantal standaardregels waaraan wijnmakers zich moeten houden, maar verder zijn wijnmakers vrij om te doen en laten wat ze willen. Wijnmakers experimenteren dan ook met allerlei nieuwe mogelijkheden en technieken. Er mag bijvoorbeeld suiker aan de wijn toegevoegd worden om het alcoholpercentage te verhogen (het zogenaamde chaptaliseren). Wijnen mogen ook aangezuurd of ontzuurd worden en Irrigatie van de wijngaarden is toegestaan.