VS, Californië: flora & fauna
  Op de perfect onderhouden parktuinen in de gegoede, beveiligde woonwijken van Rancho Mirage graasden een paar jaar geleden nog dikhoornschapen. De hier met uitsterven bedreigde dikhoornschapen waren vanuit de woestijncanyons op zoek naar voedsel naar de vallei getrokken. Deze schapen zaten al tienduizend jaar in dit gebied en horen hier dus thuis, maar de mensen willen natuurlijk geen schapen in hun tuin. De Fish and Wildlife Service heeft daarom de bewoners geholpen bij de bouw van een hoog hek in de heuvels. Dat werkt! De schapen zijn weer overgeschakeld op een natuurlijk dieet en zijn teruggekeerd naar hun voormalige verspreidingsgebied, dat loopt tot waar de vegetatie dicht wordt: ze komen niet op plaatsen waar ze poema’s en andere roofdieren niet kunnen zien. Maar er is meer nodig om de schapenpopulatie te redden. Door woningbouw en de aanleg van golfbanen blijft er in de vallei steeds minder vrije natuur over. Dat geldt ook voor de bergen, waar huizen worden gebouwd en wandel- en ruiterpaden worden aangelegd. De schapen hebben niet meer voldoende vruchtbare grond om te grazen en te drinken en hun ontsnappingsroutes naar de bergen zijn afgesneden.

De echte troef van de Californische natuur is vermoedelijk toch de flora; van sequoia’s langs de kust tot kleurige weidebloemen en tere plantjes die groeien op onvruchtbare ondergrond. Alleen op plaatsen waar tektonische platen botsen, zoals in Californië, raakt gesteente uit de aardmantel het daglicht; het zit vol met magnesium, ijzer, nikkel, chroom en kobalt, maar bevat weinig calcium. Water verandert het gesteente in serpentiniet. Als dat erodeert ontstaat er een voedingsarme bodem die wel rijk is aan metalen. Slechts weinig planten kunnen daar op groeien. Maar er is een plant die juist op een serpentinietbodem gedijt: Streptanthus breweri. De plantjes groeien er tussen de glasachtige, in zonlicht metalig glanzende rotsen. Tot de lente zijn het slechts rozetjes van grijze bladeren, daarna komt er een stengel met paarse bloempjes uit. Als verdediging tegen de rupsen van een vlinder die haar eitjes op de plant legt, heeft S. breweri bladeren ontwikkeld met opstaande, oranje stippen: nepeitjes die vlinders doet doen denken dat een andere vlinder ze voor is geweest.

sequoia zwarte beer redwoods Californische condor

S. breweri is slechts een van de unieke soorten in Californië; grote delen van deze staat bevatten zo veel unieke soorten dat wetenschappers het gebied aanduiden als California Floristic Province; een ecologische zone die bijna de hele staat Californië en delen van Oregon en Mexico beslaat. Veel soorten worden er bedreigd door landbouw en ontwikkeling. De wouden en wetlands herbergen soorten als de Californische condor en 3488 inheemse plantensoorten, waarvan 60% nergens anders ter wereld voorkomt.
Het probleem met kleine soorten is dat ze gemakkelijk over het hoofd worden gezien. De grote plantensoorten leggen al massaal het loodje. Maar liefst 96% van de oorspronkelijke (dus niet aangeplante) redwoods is omgehakt; wel is de rest nu beschermd. Hoeveel hoop is er dan nog voor de kleine soorten? In 1989 besloot Conservation International tot het aanwijzen van “hotspots van biodiversiteit”. Om als zodanig te worden gekwalificeerd moet een gebied minstens 1500 inheemse plantsoorten tellen en moet 705 van hun primaire habitat verloren zijn gegaan. In 1990 kreeg ook Califonië een plek op deze lijst van in totaal 34 hotspots.
Evenals de 4 andere hotspots met een mediterraan klimaat wordt “floragewest” Californië van meerdere kanten ernstig bedreigd. De oorzaak? Het zijn stuk voor stuk prachtige gebieden met een heerlijk klimaat waar mensen graag willen wonen. Ze kampen daardoor vaak met dezelfde problemen: habitatversnippering, urbanisatie en landbouwuitbreiding. Maar liefst 20% van het grondgebied van Californië is beschermd, een percentage dat alleen in Alaska hoger ligt. Maar de meeste natuurreservaten zijn aangewezen vanwege de landschappelijke waarde en minimale economische activiteit; dus niet vanwege de grote biodiversiteit. Slechts een klein percentage van de gebieden met Californische hotspotsoorten is beschermd.