| VS, Virginia: Booker T. Washington National Monument | |
| Tuskegee Institute National Park Service |
Booker T. Washington NM ligt in Virginia, niet ver verwijderd van de Blue Ridge Parkway. Het monument is in 1957 opgericht ter nagedachtenis van het leven en werk van Booker T. Washington die, geboren als slaaf, vele moeilijkheden wist te overwinnen en uiteindelijk o.a. zeer belangrijk werd voor de stimulering van het onderwijs voor alle zwarte Amerikanen. Hiermee hielp hij deze bevolkingsgroep op weg naar economische vrijheid dat tot volledige gelijkheid zou moeten leiden.
Het monument omvat de boerderij waar Washington in 1856 als slaaf van de familie Burroughs werd geboren. Hij leefde hier tot 1865. De slavernij was inmiddels afgeschaft en hij ging met zijn familie naar naar zijn stiefvader in Malden (West Virginia).Het Jack-O-Lantern Branch Trail loopt door het gedeelte waar zich eens de tabaksvelden van de familie Burroughs bevonden. Via de Farm Trail is het gedeelte te zien waar vroeger het huis, de slavenvertrekken, de schuren en de stallen waren. De gebouwen zijn reconstructies. De plekken waar het huis van de familie Burroughs en de houten hut van de familie van Washington hebben gestaan (blijkt Washington tijdens zijn bezoek in 1908 te hebben aangewezen) wordt met behulp van stenen gemarkeerd. Vlakbij de picknickplek ligt de begraafplaats waar leden van de familie Burroughs zijn begraven; o.a. James Burroughs (de “eigenaar” van Washington tijdens de slavernij) en zijn zoon Billy die in de burgeroorlog stierf (hij vocht voor de Confederacy). De boerderij De boerderij van de familie Burroughs was, net als andere bedrijven in de regio, klein en moest daardoor zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Betaalde arbeid was dus geen optie; de familie had 10 slaven. Dat was blijkbaar niet veel. James Burroughs en zijn zonen werkten ook op het land. Washington en zijn broer en zus en moeder sliepen op de grond in een kleine houten hut. Het houten huis van de Burroughs werd dan wel “the big house” genoemd, maar het was eigenlijk maar klein voor zo’n groot gezin (5 kamers, 14 kinderen).De zelfvoorzienendheid blijkt o.a. uit groententuin en de dieren de familie had. De groententuin werd door de vrouwelijke slaven verzorgd en leverde het hele jaar door voedsel op. De paarden waren er voor het eigen vervoer en het trekken van ploegen. Een aantal koeien werd gehouden om melk en boter te verkrijgen, schapen voor vlees en wol en kippen, ganzen en eenden voor vlees en veren (voor de bedden). Varkens liepen los rond en werden in de herfst met mais vetgemest en geslacht. Het gezouten vlees, dat in het “smokehouse” werd gerookt, was ook voor de slaven. Volgens de ranger die ons rondleidde kreeg een slaaf een beter stuk vlees naarmate hij/zij het werk beter deed. foto: Larven van de Colorado-kever in aardappelplanten. Een deel van de grond werd gebruikt om dieren te laten grazen. Verder werden er gewassen als tarwe, haver, mais en vlas verbouwd voor eigen gebruik. Voor de teelt van tabak was eigenlijk relatief maar weinig land nodig. Dit gewas vergde echter wel veel meer arbeid dan de andere gewassen. Tabak werd in februari gezaaid en tot begin september waren de slaven druk met de verzorging; insekten en onderste bladeren verwijderen, voorkomen dat de planten zaad aanmaken etc. Begin september werden de planten in zijn geheel geoogst, in de lengte gesplitst en op zijn kop opgehangen aan stokken (6 tot 8 planten per stok). De planten werden enkele dagen gerookt boven een vuurtje dat op de grond van de schuur werd gestookt. In het voorjaar werden de planten naar de fabriek gebracht. Veel slaven werden dan aan de fabrieken verhuurd om de planten verder te verwerken. Tijdens de burgeroorlog vertrokken alle zonen van de familie Burroughs om te gaan vechten voor de Confederacy. Met de dood van James in 1861 was het aan de vrouwen om de boerderij draaiende te houden. Het waren moeilijke economische tijden en er was gebrek aan de luxere producten en bepaald voedsel. De familie leed echter het meest vanwege het feit dat slechts 2 zonen de oorlog overleefden. Na de oorlog was er geen sprake meer van slavernij en raakte de familie dus hun arbeidskrachten kwijt. De kinderen wilden het bedrijf niet voortzetten. Het duurde tot 1893 voordat Elizabeth Burroughs er in slaagde het bedrijf te verkopen. Booker T. Washington Booker T. Washington werd in 1856 geboren op de tabaksboerderij van de familie Burroughs als zoon van een kokin (slaaf) en een blanke man uit de buurt. In die tijd werden zwarte mensen als bezit gezien en als zodanig verkocht of aangekocht. Er blijkt een inventaris van de familiebezittingen uit 1861 te zijn, waarin ook de slaven staan vermeld. Hun waarde werd geschat op basis van het werk dat men kon doen. Washington schrijft in zijn autobiografie “Up from slavery” dat hij als kleine jongen nog niet echt veel kon doen. Hij moest o.a. het erf schoon houden, de mensen in het veld van water voorzien en de boeken van een van de dochters naar school dragen. Dat betekende volgens die inventaris uit 1861 een waarde van 400 dollar. Nadat in 1865 het bericht de boerderij bereikte dat de slavernij was afgeschaft, vertrok het gezin naar Malden (West Virginia) om zich bij zijn stiefvader te voegen. Tijdens de slavernij was onderwijs voor slaven illegaal. Na de burgeroorlog hadden velen de wens om onderwijs te volgen, echter de meesten moesten werken om hun familie te ondersteunen. Ook Washington moest werken en zijn stiefvader zorgde voor een baan in de zoutmijn. Hij wist zijn stiefvader over te halen hem ’s ochtends heel vroeg te laten beginnen, zodat hij ’s middags naar school kon.Zijn wens om veel te leren werd versterkt door de rijke vrouw waar hij een paar jaar later voor ging werken. Op 16 jarige leeftijd reisde hij 500 mijl (voornamelijk lopend) om naar Hampton Institute te gaan; een nieuwe school voor zwarte studenten. De studenten werkten er ook om zo voor hun opleiding te betalen. Washington werd er in 1879 leraar en kreeg een paar jaar later de gelegenheid om in Tuskegee (Alabama) les te gaan geven. Tuskegee Institute werd in 1881 door Washington opgericht. Hij ging daarbij uit van een combinatie van onderwijs en werk; dat laatste omdat onafhankelijkheid volgens hem erg belangrijk was en ook omdat werken goed voor het karakter is. De gebouwen van het instituut werden door de studenten zelf gebouwd. Washington was een van de meest invloedrijke zwarte mannen van zijn tijd. Hij kreeg ook kritiek; sommigen vonden hem te conservatief in zijn aanpak om tot raciale gelijkheid te komen. Hij wou zaken echter voorzichtig aanpakken om ook steun van invloedrijke blanken te krijgen, waarvan velen zelf eerder slaven hadden. Hij zag dat zij vaak bezwaar hadden tegen onderwijs voor zwarte mensen omdat ze dachten dat die dan veel werk niet meer zouden willen doen. Bovendien nam in de tijd dat Washington met zijn eigen opleiding bezig was en later onderwijs voor anderen regelde, de raciale spanning enorm toe. Met name in de zuidelijke staten probeerden blanken wetgeving te regelen om de rechten van de gekleurde bevolking te beperken en organiseerden ze zich in groeperingen zoals de Ku Klux Klan die zich met veel geweld tegen hun medemens richtten. In die context regelde hij onderwijs zonder al te veel spanningen op te wekken. Maar dat nam niet weg dat hij wel degelijk naar gelijkheid streefde en in het geheim veel acties steunde. In zijn latere jaren was hij wel openlijk zeer uitgesproken over dit onderwerp. Hij stierf in 1915 op 59 jarige leeftijd. |