napjesdragerfamilie/beukenfamilie (Fagaceae)
  De napjesdragersfamilie ook wel beukenfamilie genoemd, is een van de belangrijkste families van bomen op het noordelijk halfrond. Het omvat de geslachten Castanea (Kastanje), Fagus (beuk) en Quercus (Eik).

kurkeik (Quercus suber)
De kurkeik komt van nature voor in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Deze groenblijvende eik wordt aangeplant als sierboom in parken en tuinen. Verder wordt de boom vooral in Spanje en Portugal gekweekt vanwege de kurk. Dom Pérignon, de wijnmakende monnik, herontdekte in de 17de eeuw de kurk als een smaak- en geurloos afsluitmateriaal voor wijnflessen. Portugal, de grootste kurkproducent ter wereld, heeft bijna 7000 km2 land met kurkeiken en produceert zo’n 30 miljoen kurken per dag. Op het platteland wordt van de schors waterdichte, hittebestendige voedselboxen gemaakt, een traditioneel ambacht in de Alentejo.
De bomen, die om de 10 jaar van hun schors worden ontdaan, hebben een ruwe, rode onderlaag die zichtbaar is tot de nieuwe schors is aangegroeid. Alleen de stam wordt "ontkurkt", de takken blijven ongemoeid. De stam vormt na het afnemen van de bast heel snel een zwarte buitenlaag om zich weer tegen de hitte te kunnen beschermen. Kurkeiken kunnen 250 jaar oud worden, maar waarschijnlijk veel ouder als ze niet van hun bast werden beroofd. De kurklaag wordt in één stuk van de stam gepeld, en pas na een periode in het water en een poos drogen is de kurk dicht genoeg en bruikbaar. De eerste kurk wordt van de stam genomen als de boom 30 jaar oud is; die noemt men maagdekurk en deze is slecht van kwaliteit.
kurkeik (Algarve, Portugal ) kurkeik (Algarve, Portugal ) kurkeik (Andalusië, Spanje) kurkeik
(Andalusië, Spanje)