| Harakeke | ||||||
- Wikipedia 1 - Wikipedia 2 - Wikipedia 3 - PCN - DOC |
Harakeke is, met zijn lange, groene, zwaard-achtige bladeren en lange bloeistengels een makkelijk herkenbare plant. De Maori hebben de plant deze naam gegeven. Europese kolonisten noemden deze plant echter
“vlas” omdat de vezels die er uit te winnen zijn, vergelijkbaar zijn met die van echte vlas in andere delen van de wereld. Harakeke is echter een lelie behorend tot de
familie Hemerocallidaceae. Naast Harakeke (Phormium tenax), dat vooral in natte gebieden groeit, komt in Nieuw Zeeland ook nog een andere soort voor: Wharariki (bergvlas, Phormium cookianum). Deze soort is te vinden op grote hoogtes en in open kustgebieden. Harakeke biedt veel dieren onderdak en is voor velen een overvloedige voedselbron. Zo zoekt de zeldzame vlasslak (komt alleen in het uiterste noorden van Nieuw Zeeland voor) vaak beschutting onder de Harakeke. Deze slak eet echter niet van de Harakeke maar knabbelt liever op afgevallen bladeren van inheemse loofbomen. Harakeke kan tot 3 meter hoog groeien en de bloemstengels tot 4 meter hoog. Bosvlas wordt nooit zo hoog; deze soort wordt zelden hoger dan 1,6 meter. Binnen de twee vlas soorten zijn er tal van verschillende rassen. Sommigen hebben hangende, slappe bladeren terwijl bij anderen de bladeren strak omhoog groeien, als speren. De bloemkleur kan variëren van geel tot rood tot oranje.
In de 19de eeuw was Harakeke voor de Europeanen een waardevolle bron vanwege de sterkte van de vezel die men er uit won. Het was het grootste exportproduct van Nieuw-Zeeland totdat later die eeuw wol en schapenvlees de belangrijkste exportproducten werden. Tegenwoordig wordt Harakeke verwerkt in zeep, handcrème, shampo’s en een scala aan andere cosmetica. Ook wordt vlaszaadolie verhandeld en hebben er zelfs al experimenten plaatsgevonden om te kijken of van Harakeke wijn te maken is. Bij de traditionel verwerkingswijze van de Maori werden alleen de oudere bladeren aan de buitenkant verwijderd. Men geloofde dat de drie binnenste lagen van de plant een gezin vertegenwoordigden. De buitenlaag vertegenwoordigde de grootouders, terwijl de binnenste laag van nieuwe scheuten, het kind, werden beschermd door de volgende binnenlaag bladeren, de ouders. Harakeke was de belangrijkste vezelplant voor de Maori in Nieuw-Zeeland. Elke pa of marae had meestal wel een vlasplantage. Er werden verschillende rassen speciaal gekweekt voor hun sterkte, zachtheid, kleur en vezelgehalte. Het gebruik van de vlasvezels was talrijk en gevarieerd. Kleding, matten, platen, manden, touwen, vogel strikken, spanbanden, vislijnen en netten werden allemaal gemaakt van Harakeke-bladeren. Vlotten werden gemaakt van bundels van gedroogde bloemstengels. De overvloedige nectar uit de bloemen werd gebruikt om voedsel en dranken te zoeten. Vlas had ook vele medicinale toepassingen. Het kleverige sap of gom die Harakeke produceert, werd toegepast op steenpuisten en wonden en voor kiespijn. Bladeren werden gebruikt bij het binden van gebroken botten, natte bladeren als dressings en wortelsap als ontsmettingsmiddel van wonden. Harakeke is een algemeen en veel voorkomende plant in Nieuw Zeeland. Echter veel van de bijzondere vormen, die waren gekweekt door de Maori, zijn bijna verloren gegaan tijdens de twintigste eeuw. Gelukkig hebben een paar telers hun collecties van bijzondere rassen door de jaren heen onderhouden. Naar deze cultivars is inmiddels weer veel vraag als gevolg van en hernieuwde belangstelling voor het vlasweven. Bron tekst: website DOC (mei 2014). |