vlinderbloemenfamilie


lupine
Het geslacht Lupinus telt ongeveer 200 soorten en kent vele hybriden en cultivars. In Noordwest-Europa komt alleen de vaste lupine (Lupinus polyphyllus) in het wild voor. Deze soort is in de 19de eeuw uit Noord-Amerika ingevoerd. Lupine houdt niet van kalkrijke grond maar heeft een voorkeur voor zure tot neutrale grond. Afhankelijk van de soort kan deze plant een hoogte bereiken die varieert van 50 cm tot wel 2 m en de bloeitijd kan van juni tot oktober doorlopen. Lupine kan worden vermeerderd door middel van zaaien of wortelstekken, waarbij de jonge, witte wortelstokken uitgeplant kunnen worden. Lupine is in staat stikstof uit de lucht te binden en daarmee de grond te verrijken.
In IJsland is veel lupine gezaaid om erosie tegen te gaan; bijvoorbeeld in de kale delen van het Bæjarstaðurbos bij Skaftafell. Toen dit gebied de status van nationale park kreeg en beschermd werd tegen grazende schapen, verspreidde de lupine zich snel en drong andere plantgemeenschappen binnen. In de periode 1982-1988 werd hier het met lupine begroeid gebied 17 keer zo groot. Deze verspreiding van lupine ging ten kosten van inheemse planten. Zo kan in gebieden waar veel lupine groeit, een berkenpopulatie zich zeer moeilijk handhaven en doorgroeien. In 1991 is men begonnen de groei van lupine terug te dringen om inheemse planten meer kans te geven.

zeelathyrus (Lathyrus japonicus)
De zeelathyrus komt voor langs de noordelijke kusten van het noordelijk halfrond, langs de Grote Meren van Noord-Amerika en in Chili. In Europa komt de plant langs de Noordzeekust voor. In Nederland is deze plant zeer zeldzaam maar op IJsland komt de zeelathyrus vrij algemeen voor.
De zeelathyrus is giftig. Deze plant wordt 15-100 cm hoog. De iets vlezige, elliptische bladeren zijn veernervig, 1-4 cm lang en 0,5-1 cm breed. Het één-na-laatste en het eindstandige blaadje zijn vaak omgevormd tot ranken. De plant bloeit in juni en juli met 14-22 mm grote bloemen die in het jonge stadium blauwpaars zijn, maar bij het ouder worden blauwachtig worden. De bloeiwijze is een tros met twee tot zeven bloemen. De zaden kunnen ook drijvend in het zeewater tot 5 jaar kiemkrachtig blijven, doordat ze hardschalig zijn. Pas als de zaadhuid beschadigd wordt (bijv. door schuren over zand) kan het zaad water opnemen en gaan kiemen. De zeelathyrus komt voor tussen basaltstenen van zeedijken, bij zeeduinen en op vloedmerken. Door vorming van stikstofwortelknolletjes wordt de bodem verrijkt met stikstof.