mosselen (familie Mytilidae)
externe link:
aquacultuur
Nieuw Zeeland mossel (green lipped mossel, Perna canaliculus)
Samen met de chinookzalm en de Japanse oester vormt de Nieuw Zeeland mossel de ruggengraat van de Nieuw Zeelandse aquacultuur. Het zijn belangrijke exportproducten.

Tot de jaren 60 van de vorige eeuw werden mosselen handmatig geoogst voor de locale markt. Mosselbanken in Tasman Bay (Nelson regio) en de Golf (Coromandel regio) waren echter al snel uitgeput, waardoor men zich richtte op de mosselteelt. De inheemse Nieuw Zeelandse mossel werd gebruikt om een teelttechniek uit te proberen waarbij jonge mosselen (mosselzaad) werden gekweekt aan hangende touwen. Het beschutte, schone water van de Hauraki Golf en de Marlborough Sounds, rijk aan voedzame plankton, boden een ideale omgeving. Na 12-18 maanden waren de gekweekte mosselen klaar voor de oogst en in 1971 werden de eersten verkocht.
Naarmate er meer telers actief werden in de bedrijfstak, werd deze arbeidsintensieve teeltwijze vervangen door een aangepast Japans systeem. Bij de nieuwe teeltwijze werden biologisch afbreekbare “kousen” vol mosselzaad gebonden aan rijen van touwen, ondersteund door boeien. De jonge mosselen groeiden door de kousen en verankerden zich aan de touwen met draden gevormd door een speciale afscheiding.
Gedurende enkele jaren werden de touwen na de oogst opnieuw bezaaid met mosselzaad dat van nature in de kustwateren voorkwam. Dit was riskant omdat de beschikbaarheid en het volume van het zaadaanbod onvoorspelbaar was. In 1974 ontdekte een zeewetenschapper op Ninety Mile Beach (Northland) overvloedige hoeveelheden mosselzaad gehecht aan aangespoeld zeewier. Lokaal begon men het zeewier te verzamelen en werd het aan mosselkwekers verkocht. Kaitaia spat, zoals het werd genoemd, werd de belangrijkste bron van mosselzaad in Nieuw Zeeland.
In de jaren 80 waren de mosselen goedkoop en overvloedig aanwezig in de Nieuw Zeelandse supermarkten en richtte de industrie zijn aandacht op de ontwikkeling van betrouwbare exportmarkten. Bevroren mosselen in halve schalen werd een dominant exportproduct, gepatenteerd met de handelsnaam NZ Greenshell Mosselen. In 2000 was de sector “booming”: mosselen waren tweede belangrijkste zeevruchten export van Nieuw-Zeeland, met een omzet van $ 170.000.000 naar meer dan 60 landen.

Ninety Mile Beach levert tegenwoordig ongeveer 80% van het mosselzaad dat nodig is voor de aquacultuursector. De resterende 20% gevangen met vezelachtige touwen in zee in de buurt van mosselkwekerijen. mosselindustrie is dus zeer afhankelijk van het wilde mosselzaad. Toch heeft men nauwelijks inzicht in de biologische en ecologische processen die maken dat het op Ninety Mile Beach of op de touwen verschijnt. Bovendien is de hoeveelheid sterk variabel. De onzekerheid over de beschikbaarheid en het volume heeft al tot grote productie problemen geleid, waarbij de industrie periodes van tot een jaar zonder wild mosselzaad moet doorstaan.
Het verzamelen van wild mosselzaad is aanzienlijk goedkoper dan het kweken van mosselen. Het is echter waarschijnlijk dat de kweek steeds belangrijker zal worden. Bij kweek kan een waardevoller product worden verkregen omdat men kan selecteren op de gewenste eigenschappen. Bovendien is mosselzaad een veel stabielere basis voor de industrie.
De Nieuw Zeelandse mosselindustrie opereert binnen enkele van de strengste kwaliteitsnormen in de wereld. Zowel de mosselen als het zeewater rond de kwekerijen worden getest op biotoxines, bacteriën en zware metalen . De waterkwaliteit wordt continue gemonitoord om te zoregen dat het aan de normen voldoet van de Amerikaanse, Europese en Nieuw Zeelandse eisen. Nieuw Zeeland hoge normen zijn erkend door de Iternational Conservation Organisation Blue Ocean Institute, dat Nieuw Zeelandse mosselen rangschikt als een van de top twee ‘eco-friendly seafoods’ in de wereld.

Bron tekst: www.teara.govt.nz & Wikipedia (mei 2014).