Australië: New South Wales


- A t/m Z
- natuurgebieden

reisschema:
- NSW/Queensland
- NSW/Victoria/ACT

externe links:
- Killer Whale Museum
- Billabong K&WP
- Potoroo Palace
New South Wales neemt met een grootte van ongeveer 800.000 km2 een tiende van het continent in beslag; Groot Britannië past er ruim 3 keer in. De kustlijn van 1900 kilometer lang is bijna één lang zandstrand. Met iets meer dan 7 miljoen inwoners is de dichtstbevolkte staat van Australië. Ongeveer een derde van de totale bevolking van Australië woont hier, waarvan meer dan de helft in Sydney woont! Deze staat ligt in de gematigde zone die bijna het hele jaar door voor warm en mild weer zorgt. De natste maanden zijn maart en juni, de koudste maand is juli en januari/februari zijn de warmste maanden. Extreem lage of hoge temperaturen zijn uitzonderingen.

Na de komst van de Europeanen ontwikkelden vroege strafnederzettingen, aan de rand van het huidige Sydney, zich tot welvarende landbouwgebieden langs de Hawkesbury River. In 1812 stak men voor het eerste de Great Dividing Range over. Hierna zwermden de schapen en koeien naar het westen, noorden en zuiden uit, naar de rijke vlakten die er achter lagen. Op 12 februari 1851 werd er in deze staat voor het eerst goud gevonden. Het kwam uit de Lewes Pond Creek, een zijstroompje van de Macquarie River bij Guyong, in de buurt van Bathurst. De goudkoorts was een feit en er werden wegen en spoorwegen aangelegd. Tegenwoordig heeft New South Wales een dichter bevolkt platteland en een dichter bebouwde kust dan enig ander deel van Australië. Toch is er ondanks deze ontwikkeling nog steeds heel veel natuurschoon. Allereerst de kust en het achterland met de beroemde Hunter Valley wijngaarden. Daarnaast de heuvels, plateaus en hoogvlakten van de New England Tablelands en de Western Plains met hun rivieren, nationale parken en productieve landbouwgebieden. Tenslotte de stoffige, afgelegen Outback ten westen van de Great Dividing Range.

Pebbly Beach Bald Rock NP Hat Head NP Ghost Gully - Tenterfield

In 1770 voer de Engelse kapitein Cook met zijn schip Endeavour een inham binnen die later Botany Bay zou worden genoemd. Aan boord was onder meer de amateur-botanicus Jospeh Banks. Zij waren de eerste blanken die hier aan wal gingen. Cook gaf het de naam New South Wales en eenmaal weer thuis berichtte hij vrij negatief over dit droge continent. Banks deed wél een uitbundig verslag over de regio waar naar zijn idee een nieuwe Engelse kolonie gesticht moest worden. Die kwam er in 1788. De noodzaak om een nieuwe kolonie te stichten was groot omdat het door de burgeroorlog in Amerika niet langer mogelijk was daar nog gevangenen naar toe te sturen. De eerste scheepslading, die onder leiding van kapitein Philip aankwam, was erg teleurgesteld over het aanzien van Botany Bay. Al snel werd uitgeweken naar Port Jackson, de huidige haven van Sydney.
Het grondgebied van het huidige New South Wales werd al vroeg bewoond, zoals enkele archeologische vondsten laten zien. Vóór 1788 wisten ongeveer 48.000 mensen zich hier uitstekend in leven te houden op het voor hen overvloedige land. In de tijd dat de eerste Europeanen zich hier vestigden, woonden in het zuidoosten van New South Wales de tweede grootste Aboriginal gemeenschap van Australië, de Wiradjuri. Zij werden door de nieuwkomers van hun leefgebied verdreven. Hongerige Aboriginals stalen schapen waarna het geweld echt losbarstte. Aboriginals werden zonder pardon door de kolonisten dood geschoten en een groot offensief van de Wiradjuri eindigde in een massale moordpartij. In augustus 1824 werd een wet afgekondigd (in 1825 weer afgeschaft) die het goedkeurde dat een blanke Aboriginals mocht doden zonder dat men daar verantwoording voor hoefde af te leggen. Velen vonden hierdoor de dood.
De beginperiode van de kolonie kenmerkte zich ook door honger. De nieuwkomers wisten niet hoe ze deze drogen gebieden moesten cultiveren. Het duurde vier jaar voordat de kolonie in haar eigen behoefte kon voorzien en niet meer afhankelijk was van voedselvoorraden uit Engeland waar men zo lang op moest wachten. Soldaten en gevangenen, die hun straftijd hadden uitgezeten, werden in staat gesteld stukken land te bezitten. Al snel breidde de kolonie zich uit met vrije kolonisten. In 1840 kwam er een einde aan de deportaties naar New South Wales. In 1823 kreeg New South Wales, als eerste, de status van zelfbesturende kolonie. In 1851 scheidde Victoria zich af en in 1859 volgde Queensland.

Sydney is de bakermat van blank Australië. De kolonisatie is hier begonnen, hoewel er vijf jaar na de eerste landing nog maar zevenhonderd houten huizen en een paar bakstenen overheidsgebouwen stonden die niet verder lagen dan de huidige Bridge Street. De plaats van de eerste nederzetting is nu de drukke en hectische Circular Quay. De huidige stad ligt tussen de Blue Mountains (een onderdeel van de Great Dividing Range) en de kust van de Grote Oceaan. De stad kan zich niet onbeperkt uitbreiden want ze is omringd door beschermde nationale parken. Port Jackson, de monding van de Parramatta River, is de natuurlijke haven van Sydney. Het is een grillig gevormde inham van de Tasmanzee met baaien, zijrivieren, zacht glooiende heuvels en steile klifkusten. Tussen al dat water, op de heuvels en rond de baaien is Sydney gebouwd.
Het Sydney Opera House is het visitekaartje van de stad en misschien wel van heel Australië. Dertig locaties werden bekeken voordat werd besloten het gebouw bij Circular Quay op de landtong Point Bennelong in de haven te bouwen. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven die 233 ontwerpen opleverden. De jury kon niet kiezen en gaf de Amerikaanse architect Eero Saarinen de opdracht een keuze te maken. Het winnende ontwerp was van de Deense architect Jorn Utzon. Hij had geen gedetailleerd ontwerp ingezonden maar slechts een paar prachtige schetsen van geometrische vormen die de zeilen van schepen voorstellen die er de hele dag voorbij varen. Men begon al met de aanbesteding voordat de techniek voor de bouw van de eigenaardige daken bekend was. Het duurde twee jaar voordat dat probleem was opgelost. Het gebouw werd begroot op 7 miljoen dollar maar kostte uiteindelijk 165 miljoen dollar. Het dak kreeg een speciale bedekking van meer dan een miljoen speciaal vervaardigde witte keramiektegels. Er zijn tienduizenden van deze tegels opgeslagen om toekomstige reparaties mogelijk te maken. De bouwtijd werd met tien jaar overschreden; de opening door koningin Elizabeth vond plaats in 1973.
De Royal Botanic Gardens liggen rond Farm Cove en vormden eens de privé-tuin van gouverneur Macquarie. Het Government House uit 1897 staat nog steeds op een strategische plek in het park en de plek waar zijn vrouw graag naar de haven keek, is gemarkeerd met een gegraveerde steen en heet Mrs Macquaries Place. Midden in het park liggen restanten van de muur die de misdadigers moest scheiden van de respectabele burgerij. De eerste boerderij van de kolonie ligt daar ten zuiden van.
De Royal Botanic Gardens bevat een van de grootste en mooiste collecties palmbomen ter wereld. De plantensoorten die Joseph Banks tijdens de reis van James Cook in 1770 langs de oostkust verzamelde, zijn te vinden in het National Herbarium of New South Wales in de zuidpunt van het park.
De bouw van de Sydney Harbour Bridge, die in 1932 werd voltooid, was zowel een enorme economische prestatie als een technische triomf. Vóór die tijd was de enige verbinding tussen het stadscentrum aan de zuidkant van de haven en de woonwijken aan de noordkant een veerdienst; het alternatief was een omweg van 20 kilometer via 5 bruggen. De één boogsbrug, die in de volksmond “de kleerhanger” heet, werd in 8 jaar tijd gebouwd inclusief de spoorlijn. Hij werd in stukken opgebouwd op het terrein waar het lunapark kwam. De laatste lening voor het in totaal 6,25 miljoen oude Australische ponden kostende project werd in 1988 afgelost. De snelweg over de brug is vernoemd naar de hoofdingenieur John Bradfield.
Sydney Tower (AMP Tower), de 305 meter hoge “naald”, is in 1981 geopend en wordt door een constructie van 56 kabels in evenwicht gehouden. Het heeft twee draaiende restaurants en een tank die 162.000 liter water bevat ter stabilisatie bij harde wind. De liften zijn in nog geen minuut aan de top en de bovenste verdieping biedt prachtig uitzicht op de stad en de omgeving.
In 1821 legde gouverneur Macquarie de eerste steen van St Mary’s Chapel. Die plek waar nu St Mary’s Cathedral staat, was de eerste grond in Australië die aan de katholieke kerk werd gegeven. In 1868 legde aartsbisschop Polding de steen voor de neogotische kathedraal waarvan de eerste fase in 1882 werd voltooid. In 1928 was de kathedraal af, maar de twee duidelijke torens die de eerste architect William Wardell voor ogen had, ontbraken. In 2000 zijn die torens er alsnog opgezet. De foto dateert uit 1996 ... dus nog geen torens!

Opera House & Harbour Bridge Government House St Mary's Cathedral Sydney Tower

Ben Boyd National Park heeft prachtige rotskusten en stranden aan beide kanten van Twofold Bay. Het plaatsje Eden, ooit haven van de walvisvaarders, ligt hier midden in. Het Killer Whale Museum, in Eden gevestigd, geeft meer informatie over o.a. walvisvaart die werd geholpen door orka's. De groep orka's zorgden er voor dat de walvissen Twofold Bay in zwommen. De jagers harpoeneerde de walvissen waarna de orka's het hen onmogelijk maakten nog te ontsnappen. Als de walvissen eenmaal dood waren, aten de orka's de tong en lippen op en lieten de rest van de walvis voor de jagers achter. De laatste walvis werd gevangen in 1928. Old Tom was de leider van de orka's. Hij werd in 1930 dood aangetroffen in Twofold Bay. Zijn skelet wordt in het museum tentoongesteld.
Aan de zuidkant van Twofold Bay bevindt zich het Davidson Whaling Station. Dit walvisvaartbedrijf, op de oever van Kiah Inlet, was een van de langstlopende walvisvaarders die vanaf de kust opereerde en tevens een van de laatste die werd gesloten. Drie generaties van de familie Davidson gingen de zee op in kleine boten, geassisteerd door een groep orka's onder leiding van orka Old Tom. De dode walvissen werden Kiah Inlet ingesleept tot aan de Try-work site die zich aan het water voor het whaling station bevond. Hier werden de walvissen verwerkt; de geur die daar bij vrijkwam hing over de gehele inlet en werd bij bepaalde weersomstandigheden over Twofold Bay tot aan Eden verspreid.

Aan het einde van onze reis door Queensland en New South Wales hadden we slechts één koala gezien, hoog in een boom. We waren niet van plan Australië te verlaten zonder dit dier een keer goed te hebben bekeken. Daarom zijn we naar Billabong Koala and Wildlife Park gegaan. Dit park bevindt zich in Port Macquarie, ten oosten van de kruising van de Pacific en Oxley Highways. Naast koala’s zijn er vele andere Australische en exotische dieren te zien. Volgens Wikipedia (januari 2012) bestaat het park sinds 1989 en staat het wereldwijd bekend als centrum waar koala’s gefokt worden.

Potoroo Palace bevindt zich niet ver ten noorden van Merimbula, in het zuidoosten van NSW. Dit kleine, wat rommelig dierenpark biedt gelegenheid om een aantal typisch Australische dieren eens van dichtbij te bekijken. Zo is het mogelijk om te zien hoe een mierenegel eet en dat een dingo echt met een gewone, tamme hond te verwarren is. Verder zijn er een aantal nachtdieren te zien, die in het wild wel algemeen voorkomen, maar die zich niet uitgebreid laten bekijken. Uiteraard ontbreekt het aaien van koala’s niet.

Het plattelandsplaatsje Tenterfield, ten noorden van de New England Tablelands, heeft een bijzondere plaats in de geschiedenis van Australië. In de School of Arts, die ook wel de “Birthplace of our Nation” wordt genoemd, hield Henry Parkes, plaatselijk politicus en kopstuk van de 19de eeuwse politiek, op 24 oktober 1889 zijn “One Nation” toespraak. Hij zette zijn plan uiteen om alle kolonies van Australië samen te voegen tot één land. Deze toespraak vond veel bijval en resulteerde op 1 januari 1901 in de Australische federatie.
Ten westen van het plaatsje zijn verschillende granietrotsen en Ghost Gully. Laatstgenoemde is een drooggevallen kreek waarvan de oevers prachtige vormen hebben als gevolg van erosie.