Australië, Queensland: geschiedenis
externe links:
- James Cook
- Ludwig Leichhardt
- Thomas Brisbane
- John Oxley
- Kanaka
- blackbirding
- Pacific Island L. Act
- NPAQ

naar:
Queensland
Ontdekkingsreizigers stuitten in de 18de eeuw allen op het Great Barrier Reef en dit schrok hen dusdanig af dat men doorvoer. Het noorden van Queensland werd voor het eerst door Europeanen bezocht toen kapitein Cook zich genoodzaakt zag zijn beschadigde schip, de Endeavour, aan wal te brengen. Het gebied werd nog bijna 100 jaar met rust gelaten, totdat andere Europeanen koers zetten naar het noorden. Deze expedities waren gevaarlijk, vol ontberingen en ontmoetingen met vijandige Aboriginalstammen. In 1844 reisde Ludwig Leichhardt met zijn ploeg naar het noorden maar de meeste van zijn mannen raakten gewond of werden gedood. In 1848 leidde Edmund Kennedy een expeditie van Cairns naar het puntje van Cape York. Slechts twee mannen overleefden de tocht; ook Kennedy werd gedood de Aboriginals.
Het zuidelijke deel van Queensland kwam al eerder in beeld. In 1823 besloot gouverneur Thomas Brisbane dat er nog een extra strafkamp moest worden opgericht. Dit kamp zou dan ten noorden van Sydney moeten worden gebouwd omdat de hitte een goede straf zou zijn. In datzelfde jaar ging een groep onder leiding van landmeetkundige John Oxley op verkenning uit. Zij onderzochten de Moreton Bay, een baai die Cook een halve eeuw daarvoor al had gezien. Deze baai lag 700 kilometer van Sydney en weglopers zouden daardoor niet ver komen. De rivier en de vruchtbare bodem maakte het een geschikte plek om een nieuwe kolonie te stichten. De gedetineerden werden verplicht arbeid te verrichten. Omdat er weinig goede hulpmiddelen waren en er de eerste jaren honger werd geleden, was het een ellendige periode. De schrale bodem bij Redcliffe bleek niet echt te doen en in 1825 werd daarom uitgeweken naar de Brisbane River. Alle huizen werden voorzichtig afgebroken om 45 kilometer verderop opnieuw gebouwd te worden, het latere Brisbane. 
Na 1835 kwamen er steeds minder gevangenen en 5 jaar laten stonden de barakken leeg. De gevangenen die hun straf nog niet hadden uitgezeten waren overgeplaatst naar Sydney. De vrije kolonisten hadden nu geen gratis arbeidskrachten meer. In dezelfde periode werd een route naar de noordwestelijk gelegen groene vlaktes ontdekt waarop de nieuwe boeren hun vee lieten grazen. De economie van de staat kon daardoor op veeteelt gaan draaien. In 1859 werd Queensland afgescheiden van New South Wales en kreeg het de status van zelfstandige kolonie, met Brisbane als hoofdstad.
De welvaart van de nieuwe kolonie was aanvankelijk geheel afhankelijk van de agrarische sector. Dit veranderde toen er in 1867 bij Gympie, Charters Towers (foto) en Palmer River goud werd gevonden en de staat zeer welvarend werd. De bevolking groeide en er ontwikkelden zich mijnsteden. Maar in het begin van de 20ste eeuw was het goud zo goed als op. Wat ooit grote steden waren, zijn nu stadjes met één straat waar de 19de eeuwse architectuur nog herinnert aan deze bloeiperiode. De goudmijnen zijn gesloten maar de mijnbouw is nog steeds belangrijk. Zo produceert de mijn bij Mount Isa miljoenen tonnen koper, lood, zink en zilver per jaar. Het toerisme wordt steeds belangrijker maar mijn- en landbouw vormen de basis van de economie.

Charters Towers was met 30.000 inwoners ooit de op een na grootste stad van Queensland. Dat had alles te maken met het feit dat een aboriginaljongen in 1871 goud vond in dit gebied. Naast goud werd er koper, lood en zink gedolven. De snel rijk geworden mijneigenaren wilden de wereld tonen hoe welvarend ze waren. Charters Towers heeft dan ook de meeste National Trust-gebouwen van Queensland. Vooral in Mosman Street en Gill Street staan mooie exemplaren. Het postkantoor (1892) in Gill Street heeft een toren die een deel van de stad domineert. Charters Towers raakte in verval toen het goud in de jaren twintig van de vorige eeuw op raakte.
De economie draait nu op de vleesindustrie alhoewel er sinds een paar jaar wel weer een mijn actief is. De stad staat ook bekend om de vele kostscholen. Tijdens het Australian Day Weekend (eind januari) bezoeken meer dan honderd Australische cricketteams de stad voor de beroemde “Goldfield Ashes”. Dit toernooi met de vele festiviteiten er omheen wordt sinds 1948 door de Charters Towers Cricket Association Incorporated (CTCA) georganiseerd.

Queensland heeft de grootste Aboriginal en Torres Strait bevolking van Australië, maar deze vormt maar een paar procent van de gehele bevolking van de staat. De grootte van de inheemse bevolking wordt voor bijna de helft bepaald door de (voormalige) bewoners van de Torres Strait eilanden. Zij worden vaak in een adem met de Aboriginal bevolking genoemd maar dat is niet terecht aangezien zij een andere cultuur, andere tradities en een andere geschiedenis hebben. De Torres Strait bevolking leeft tegenwoordig zowel op het vaste land, voornamelijk langs de kust van Noord Queensland in Townsville en Cairns, als op de eilanden tussen Noord Queensland en de zuidkust van Papua Nieuw Guinea.
Meer dan in andere staten is de behandeling van de inheemse bevolking in Queensland een dieptepunt in de geschiedenis. In 50 jaar tijd werden meer dan 20.000 mensen uit deze bevolkingsgroep, meestal op wrede wijze, gedood. Het einde van  het verzet van de Aboriginals wordt gemarkeerd door de veldslag in 1884 rond Battle Mountain bij Cloncurry. Honderden Aboriginals liepen, bijna zonder zich te verdedigen de dood tegemoet. Nadat de kolonisten de volledige beheersing over het gebied hadden verworven werd de Aboriginal Protection and Restriction Act aangenomen. Overlevenden werden in reservaten geplaatst, ongeacht tot welke stam ze behoorden. De overheid kreeg een grotere zeggenschap over aboriginal kinderen dan hun ouders. Deze zeer controversiële wet bleef tot 1984 van kracht.
Een andere zwarte bladzijde in de geschiedenis van Queensland is de wijze waarop er met de eilandbewoners uit de Stille Oceaan werd omgegaan. Zij werden in de jaren 60 van de 19de eeuw naar Queensland gehaald om in de suikerindustrie te werken. In die tijd begon men in Queensland met het produceren van suiker en tegen 1880 was dit een bloeiende bedrijfstak. Blanke arbeiders waren schaars en duur. De arbeiders uit de Stille Oceaan, die Kanaka’s werden genoemd, kregen een hongerloontje, werden slecht gehuisvest en moesten zwaar werd verrichten. Sommige Kanaka’s werden zelfs uit hun land gekidnapt (blackbirding). Pas in 1901 werden er geen eilandbewoners meer tewerk gesteld. In dat jaar werd de Pacific Island Labourers Act aangenomen. Deze wet moest er in voorzien dat alle uit de Stille Oceaan afkomstige arbeiders werden gedeporteerd. Er waren intussen al meer dan 60.000 Kanaka’s naar Australië gebracht, waarvan 46.000 naar Queensland. Op het moment van het van kracht worden van de wet werkten er nog zo’n 10.000 in Australië; ongeveer 7.500 van hen werd gedeporteerd.

Het verleden van Queensland kent echter ook enkele hoogtepunten uit de koloniale geschiedenis van Australië. Het uitgestrekte en afgelegen boerenland en de ontberingen van de pioniers zijn behoorlijk geromantiseerd en de 19de eeuwse Australische volksdichter Banjo Paterson liet zich voor Waltzing Mathilda, het officieuze volkslied van Australië, door Queensland inspireren. Qantas Airlines, de nationale luchtvaart maatschappij, is in Queensland ontstaan en de unieke Flying Doctors Service voerde in het binnenland van Queensland de eerste vluchten uit.