Australië: Queensland


- A t/m Z
- geschiedenis
- natuurbehoud
- reisschema

externe links:
- Bunya Mountains
- Carnarvon
- Daintree NP
- Wet Tropics
- Girraween 1
- Girraween 2
- Barrier Reef
- Lamington
- Main Range
- waterfall circuit
- Millstream Falls
- Undara V. NP
- Undara Experience
Queensland omvat bijna eenvierde van het Australische continent en is daarmee de op een na grootste staat van het land. De grootte is te vergelijken met iets meer dan de helft van Groot Brittanië of 57x België. Deze staat heeft ruim 4 miljoen waarvan ongeveer de helft in Brisbane woont. De beste tijd om Queensland te bezoeken is tussen april en oktober. De regentijd is dan voorbij, het is niet zo drukkend heet meer en het is niet zo druk met Australische toeristen.

Aan de oostkust ligt de Koraalzee, een randzee van de Stille Oceaan, met het grootste koraalrif ter wereld het Great Barrier Reef. De machtige bergketen Great Dividing Range loopt door Queensland en ligt vlak achter de kust. In deze relatief smalle, maar lange kuststrook woont 60% van de inwoners van deze staat. De golvende en beboste hoogvlaktes van de Darling Downs en Atherton Tablelands liggen direct ten westen van de Great Dividing Range. De rest van de staat bestaat tot aan de grens met Northern Territory uit een uitgestrekt, dunbevolkt, heet en droog gebied. Hier liggen grote, afgelegen boerderijen en grazen schapen en koeien. Nog westelijker verdwijnt het gras, water wordt steeds zeldzamer en begint de Outback.
Bij Rockhampton ligt de grens van de Steenbokskeerkring. Hierboven heerst een tropisch klimaat en hieronder een subtropisch klimaat. Het tropische noorden heeft twee seizoenen: een droge, warme tijd en een hete periode met veel regen. De regentijd ligt tussen december en april, hoewel in de noordelijke kuststrook tussen januari en maart de meeste regen valt. Deze 3 maanden zijn echt nat met gevaar voor cyclonen en overstroomde wegen. Maar ook in het subtropisch zuiden wordt het nooit echt koud. Brisbane heeft bijvoorbeeld een heerlijk warm, g ematigd klimaat. Voor het binnenland gelden andere maatstaven; er zijn daar plaatsen waar het zelden of nooit regent en waar het extreem heet (50 ºC) kan zijn.

Millstream Falls NP Trinity Bay bunya pine Girraween NP ficus

De zuidelijke kustlijn van Queensland is vanuit Brisbane gemakkelijk te bereiken en is dan ook een van de populairste vakantiebestemmingen van Australië. Het is er zonnig en er zijn zandstranden en een goede branding. De beroemde Gold Coast strekt zich over een lengte van 75 kilometer uit ten zuiden van Brisbane. De Sunshine Coast in het noorden is iets ingetogener en eleganter. Achter de vruchtbare kustvlakten liggen veel “goudkoortsstadjes” uit de jaren 50 van de 19de eeuw, die een goed beeld geven van die periode. In het Capricorn Hinterland, vanuit Rockhampton landinwaarts, bevinden zich de interessante edelsteenvelden van Emerald en de zandstenen rotsformaties van de nationale parken Carnarvon en Blackdown Tableland. Ten noorden van Rockhampton ligt Townsville, een belangrijke poort naar de vele eilandjes rond het Great Barrier Reef.
In het noorden van Queensland wordt, tot aan Cairns, veel suiker geproduceerd. De suikerplantages worden begrensd door de Great Dividing Range. Het noorden van Queensland is dun bevolkt: Cairns is de enige grote stad en Port Douglas en Mossman zijn kleine plaatsen. Andere noemenswaardige plaatsen in deze streek zijn Daintree en Cooktown. Cape York Peninsula is een van de laatste ongerepte wildernissen ter wereld. Het landschap verandert met de seizoenen: in het natte seizoen zwellen de rivieren aan en is de natuur groen; tijdens de droge winter vallen de rivieren droog en is het land dor.
Het weelderige groen van de oostelijke regenwouden staan in scherp contrast met de droge vlakten, mijngebieden en aboriginalnederzettingen in het noordwesten van Queensland. De grote afstanden en hoge temperaturen weerhouden veel toeristen van een bezoek aan deze woestenij. Zij die het er op wagen zien unieke dieren en krijgen een beeld van het harde leven in de Outback.
Bron: Australië, ANWB-Capitool-Dominicus reisgids.

Barron Gorge National Park ligt ongeveer 20 kilometer ten noordwesten van Cairns. Het park is onderdeel van een gebied dat vroeger werd bewoond door de Djabugandji Bama en door hen Djirri Nyundu Nyrrumba genoemd werd. In december 2004 gaf de rechtbank het zogenaamde native title determination aan deze be-volkingsgroep waarmee Barron Gorge NP het eerste park van Queensland met een dergelijke bepaling werd. De bepaling betekent een erkenning van de belangen en de rechten van de Bama.
Ten tijde van de goudkoorts (jaren 70 van de 19de eeuw) kwamen de Europeanen naar dit gebied. Cairns werd gesticht als havenplaats en van daar uit werden paden aangelegd, door Barron Gorge, naar de mijnen. In 1935 werd er een waterkrachtcentrale gebouwd. Deze werd in 1963, na de bouw van de Tinaroo Dam, vervangen door de Barron Gorge Hydro-Power Station verderop in de kloof. Tegenwoordig is de waterval alleen nog in volle omvang te zien als water wordt vrijgelaten in tijden van wateroverlast. De foto rechts laat Barron Falls zien zoals wij het zagen, de foto links zoals het volgens een reisgids kan zijn.

De hoofdstad van Queensland, Brisbane, is meer een woonstad dan een plaats voor toeristen. Brisbane River stroomt door de stad en mondt uit in Moreton Bay; eeuwenlang vormde deze rivier de grens tussen het grondgebied van de Ngundanbi- en Yuggera-aboriginals. Hun heilige ontmoetingsplaats lag op de plek waar Brisbane nu ligt. De Europeanen ontdekten deze plek in 1823 toen ze op zoek waren naar een geschikte omgeving voor een nieuwe strafkolonie.
Anders dan Sydney en Melbourne bleef Brisbane lange tijd een te ver afgelegen stad om tot ontwikkeling te komen. Dat gebeurde pas in 1960 toen de explosief groeiende mijnindustrie de bouw van een aantal moderne, hoge kantoorgebouwen nodig maakte. Brisbane ontwikkelde zich vervolgens tot een wereldstad. Het ligt ongeveer 300 kilometer ten zuiden van de steenbokskeerkring en dus midden in de subtropen. Het heeft een heerlijk klimaat met gemiddeld 7,5 uur zon per dag. Het centrum heeft een prachtige ligging in een bocht van de Brisbane River en is daardoor omgeven door water.

Bunya Mountains National Park ligt ongeveer 230 kilometer ten noordwesten van Brisbane. De Bunya Mountains zijn waarschijnlijk de restanten van een oude schildvulkaan. De lavastromen zijn afgekoeld, verhard tot basalt en hebben gedurende miljoenen jaren aan erosie blootgestaan. Tegenwoordig liggen de bergen als een eiland omgeven door vlakten en landbouwgronden en vormen ze een toevluchtsoord voor vele planten en dieren.
De bunyaden komt hier algemeen voor en is duidelijk herkenbaar door zijn koepelvorm. De Waka Waka waren de eersten die zich in deze bossen waagden. Ze kwamen er voor de kegels die aan de bunyaden groeien. Deze kegels, die zo groot als een voetbal kunnen worden, bevatten namelijk eetbare zaden. Om de drie jaar was er een extra grote oogst. Andere stammen werden dan uitgenodigd om deel te nemen aan de oogst. Er werd dan niet alleen feest gevierd, maar ook ideeën uitgewisseld, ceremoniën gehouden, onenigheden uitgesproken etc.
In de jaren 70 van de 19de eeuw kwamen houthakkers in dit gebied rode ceders kappen. Na een paar jaar waren de Aboriginals verdreven en alle rode ceders verdwenen, waarna de houthakkers zich op de bunyadennen richtten. In die tijd kwamen er ook al mensen naar dit gebied om van de omgeving te genieten en te ontspannen. Al snel ontstond het besef dat het gebied moest worden behouden en na velen jaren lobbyen kreeg in 1908 ruim 9.000 hectare de status van nationaal park. Bunya Mountains NP was daarmee het tweede nationale park van Queensland en het eerste van wezenlijke grootte.

Carnarvon National Park ligt iets meer dan 700 kilometer ten noordwesten van Brisbane. Het is maar een klein deel van het enorme Consuelo Tableland, bestaat vooral uit zandsteen, reikt tot 900 meter hoog en is de oorsprong van 4 belangrijke riviersystemen. Het park bestaat uit verschillende delen, waarvan Carnarvon Gorge het best toegankelijk is. De ingang naar dit deel ligt 250 kilometer ten zuiden van Emerald.
Carnarvon Gorge is een ruim 30 kilometer lange kloof, uitgesleten door Carnarvon Creek. Links en rechts van deze kreek verrijzen zandstenen rotsen tot soms 200 meter hoog, variërend van felwit tot geel, oranje en bruin. Een goed gemarkeerd pad, dat bij het rangerskwartier begint, volgt de loop van Carnarvon Creek en steekt het water minstens 10 keer over voordat het Cathedral Cave, 10 kilometer stroomopwaarts, bereikt.
De eerste bezoekers van dit prachtige landschap, de Aboriginals, zijn allang verdwenen maar hebben hun unieke kunst achtergelaten. Duizenden jaren lang schilderden ze hun levenswijze en hun mythische Droomtijd aan de onderkant van allerlei overhangende rotsen in de kloof. Een voorbeeld van primitieve kunst is de “Art Gallery” dat volgens koolstofdateringen meer dan 400 jaar oud is. Het ligt 500 meter van het hoofdpad. Bij Cathedral Cave zijn veel tekeningen te zien. Aan één kant van deze grote zandstenen muur zijn boemerangs, speren, emoepoten en varanen afgebeeld. Op een ander deel komen veel meer handafdrukken voor. Bij deze kunstwerken zijn 3 stijlen te onderscheiden: vrij schilderwerk, sjabloonafdrukken en intaglio’s. Voor het sjabloonwerk mengde de kunstenaar zijn okerpigment in zijn mond met water waarna hij het tegen een voorwerp sproeide dat hij plat tegen de muur hield.

Daintree National Park ligt aan de kust, in het noorden van Queensland, tussen Daintree River in het zuiden en Bloomfield River in het noorden. Het bestaat uit 2 delen: Mossman Gorge en Cape Tribulation resp. 80 en 104 kilometer ten noorden van Cairns.
Cape Tribulation (tegenspoed) kreeg zijn naam van kapitein James Cook, wiens Endeavour in 1770 leg sloeg op een rif even ten noorden ervan. De Kuku Yalanji, die duizenden jaren in dit gebied hebben gewoond, noemen de kaap Kurranji. In 1873 gaf George E. Dalrymple leiding aan de eerste expeditie tot diep in de vallei van Daintree River. Hij noemde de rivier naar Richard Daintree, vriend en prominent geoloog. Dalrymple trof er land dat geschikt was voor landbouw én rode ceders. In die tijd was deze boom in het zuiden al bijna niet meer te vinden en binnen 10 jaar gold voor Daintree hetzelfde. Veel kolonisten vertrokken ontmoedigd en andere bleven om met landbouw en veeteelt de kost te verdienen. In de jaren 80 van de 19de eeuw verdween veel regenwoud en nam het aantal bewoners in de regio toe. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de houtwinning weer tot bloei en grote stukken bos verdwenen. In 1981 kreeg 17.000 hectare van het laatste overgebleven tropisch regenwoud een beschermde status als Cape Tribulation NP. In 1988 werden Cape Tribulation NP en Daintree NP samengevoegd en vormen ze een belangrijk onderdeel van het werelderfgoedgebied Wet Tropics.
Het grootste deel van het Mossman Gorge gedeelte is een vrijwel ontoegankelijke wildernis. Mossman Gorge is de enige plek die makkelijk bereikbaar is via een verharde weg vanuit Mossman. Er is daar een korte wandelroute in het regenwoud uitgezet. Om Cape Tribulation te bereiken dient de Daintree River te worden overgestoken. Ongeveer 28 kilometer ten noorden van Mossman is een veerdienst. Dan is het nog 40 kilometer rijden naar Cape Tribulation. Bezoekers die nog verder door willen rijden heen een 4WD nodig. In het Cape Tribulation gedeelte van het park zijn campings en een paar mooie wandelpaden. Als er geen kwallen zijn is het mogelijk om te zwemmen maar niet bij de monding van een zoutwater rivier, in Daintree River en in Bloomfield River ... daar leven krokodillen.

Girraween National Park ligt in een ruig granietgebergte 260 kilometer ten zuidwesten van Brisbane aan de grens met New South Wales. Girraween is het Aboriginal woord voor “place of flowers”. Ieder jaar vroeg in de lente ontstaat hier een zee van kleur als ineens duizenden wilde bloemen gaan bloeien. Het park ontstond in 1966 door de samenvoeging van Bald Rock Creek NP en Castle Rock NP. Tussen 1977 en 1979 werd het park door door aankoop van grond verder uitgebreid. De laatste aankoop vond plaats in 1980 en sindsdien is het park 11.800 hectare groot.

Voor de kust van Queensland ligt het grootste koraalrif ter wereld: het Great Barrier Reef. Het rif is meer dan 2000 kilometer lang en ligt, parallel aan de noordoostkust van Australië, tussen Lady Elliot eiland in het zuiden tot aan de Golf van Papoea in het noorden. De breedte varieert van 352 kilometer tot 20 kilometer.
Het Great Barrier Reef bestaat uit meer dan 2900 afzonderlijke riffen en eilanden; 20 eilanden beschikken over accommodatie. De eilanden zijn vanuit verschillende plaatsen te bereiken. Er is een verschil tussen de koraaleilanden en de continentale eilanden. Laatstgenoemden bestaan uit de toppen van bergen en heuvels op de zeebodem en liggen tussen het vaste land en het Great Barrier Reef. De meeste koraalriffen liggen permanent onder water hoewel sommige bij laag water kunnen droogvallen. Er zijn echter ook koraalriffen die zelfs bij hoog water droog blijven en op den duur begroeide koraaleilanden worden.
In 1981 werd het Great Barrier Reef het eerste World Hertitage Area van Queensland. Het wordt voor het overgrote deel beschermd door het Great Barrier Marine Park, andere nationale parken  en verschillende staatsparken.
Koralen zijn poliepen die, net als zeeanemonen en kwallen, tot de neteldieren behoren. Ze hebben tentakeltjes die een prikkende stof afscheiden om zich te beschermen en te voeden. Koralen leven samen met algen die kalk afscheiden waarvan de koraalpoliep een skelet bouwt. Koralen zijn er in alle vormen en maten, dit wordt onder meer beïnvloed door stroming en vooral licht. Sommige lijken op een gewei, andere vormen uitgestrekte matten met rechtopstaande uitsteeksels, weer andere zijn paddestoelvormig of bladachtig. Beroemd zijn de bolvormige hersenkoralen waarbij de poliepen tot een slingerend doolhof zijn vergroeid. Een koraalrif groeit ongeveer 1,5 centimeter per jaar en men neemt aan dat het Great Barrier Reef ongeveer 18 miljoen jaar oud is.
Een koraalpoliep is niet groter dan een vingernagel. Ze groeien op de kalkskeletten van vorige generaties en bouwen op die manier een rif op. De kleur van de koraalvelden ontstaat alleen door de levende poliepen, dood koraal is wit. Koraal leeft in water dat niet kouder dan 17,5 ºC wordt en daarom strekt het Great Barrier Reef zich niet verder zuidelijk uit dan Fraser Island. Het water moet helder zijn om zonlicht toe te laten, de koralen kunnen niet dieper dan 30 meter onder het wateroppervlakte leven. Ook moet het water een behoorlijk zoutgehalte hebben en daarom groeien er geen koralen aan de monding van rivieren.
Gedurende enkele nachten na volle maan in de periode van november tot december biedt het Great Barrier Reef een fantastisch schouwspel. Dan planten de koraalpoliepjes zich voort en spuiten ze miljoenen zaadjes en eitjes naar buiten. Ze doen dit allemaal tegelijk waardoor er melkachtige wolken ontstaan. “The Reef” bestaat uit ruim 400 verschillende koraalsoorten; er leven ruim 4000 soorten weekdieren zoals slakken en mosselen, duizend verschillende sponzen, schaaldieren, zeesterren, zee-egels en zeekomkommers. Van de 7 soorten zeeschildpadden op de wereld broeden er 6 hier op de koraaleilanden.
In deze prachtige omgeving zwemmen ook ruim 1500 soorten kleurige vissen. Er komen ook haaien voor en de Indische zeekoe, ook wel doejong genoemd. Elk jaar tussen juli en oktober bevinden zich bultrugwalvissen in dit gebied; ze krijgen hier hun jongen. Het kalf is bij geboorte ongeveer 5 meter en neemt tijdens de 5000 kilometer lange tocht terug naar het antarctische gebied, snel in lengte en gewicht toe.
De doornige zeester of doornenkroon is een gevaarlijk dier voor het koraal. Deze zeester kan zich door middel van zuignappen bijzonder snel bewegen en voedt zich met koraal. Men heeft ontdekt dat hij zich door grote delen van het koraalrif heeft gevreten. Het is geen inheems dier maar is waarschijnlijk met een Japans schip meegekomen.
Bron: Australië, Dominucus-reisgids.

Ongeveer 100 kilometer ten zuiden van Brisbane ligt Lamington National Park. Het is in 1915 ontstaan en ontleent zijn naam aan lord Lamington, die van 1896 tot 1902 gouverneur van Queensland was. Het dankt zijn bestaan grotendeels aan de toewijding van Robert Collins, die rond 1900 jarenlang onvermoeibaar actie voerde om het gebied tegen houthakkers te beschermen. Hij stierf 2 jaar voordat zijn droom werkelijkheid werd, maar een van zijn vurigste aanhangers, Romeo Lahey, zette de strijd voort. Lahey’s familie bezat in die tijd een van de grootste houtzagerijen van Queensland. Het is ironisch dat uitgerekend hij er de laatste stoot toe gaf dat het gebied tot nationaal park werd verklaard.
De vroegste bewoners van dit gebied waren de leden van de Aboriginal groep Yugambeh. De bergen, die zij 'Woonoongoora' noemen, waren voor hen heilig en spiritueel. Deze groep bestond uit de families Wangerriburra, Birinburra, Gugingin, Migunberri, Mununjali, Bollongin, Minjungbal en Kombumerri. Zij hadden dezelfde taal en rituelen.
Logan, Fraser en Cunningham waren de eerste Europeanen die melding maakten van de McPherson Range (1828). Francis Roberts, een landmeter die de grens tussen New South Wales en Queensland in kaart aan het brengen was, en zijn assistent Isaiah Rowland waren de eerste Europeanen die door het gebied trokken. Aboriginals droegen hun uitrusting en identificeerden bomen en dieren. In de jaren 70 van de 19de eeuw kwamen de houthakkers, op zoek naar “red gold” (cederhout), naar dit gebied gevolgd door boeren.

Ongeveer 110 kilometer ten zuidwesten van Brisbane ligt Main Range National Park. In en rond de Main Range hebben duizenden jaren Aboriginals gewoond. De eerste blanke die dit dicht beboste gebied doordrong, was Allan Cunningham in 1827. Hij zocht een pas over de Dividing Range en die heet tegenwoordig Cunningham Gap. Dit was echter geen gemakkelijke route. Twintig jaar later werd een alternatieve route gevonden. Cunningham had deze ook ontdekt, en Spicers Gap genoemd, maar had deze route niet aanbevolen.
Het duurde van eind jaren 50 tot midden jaren 60 in de 19de eeuw om een grote weg door Spicers Gap aan te leggen. Rond 1871 nam het gebruik van de weg af omdat er inmiddels een spoorweg was aangelegd. Later werd een meer directe route over het gebergte aangelegd door Cunninghams Gap. Deze weg werd in 1927 geopend en in de jaren 40 van de vorige eeuw verhard. Tegenwoordig is het een belangrijke interstate highway.
Aan het begin van de 20ste eeuw was het grootste deel van de ceder gekapt en richtten de houthakkers zich op andere boomsoorten. De lokale bevolking wist het voor elkaar te krijgen dat Cunninghams Gap en omgeving in 1909 de status van nationaal park verkreeg. In de jaren 30 tot en met 50 werden er wandelpaden aangelegd en in de jaren 60 en 70 kwamen er in de omgeving nog meer nationale parken. In 1980 werden verschillende parken samengevoegd onder de naam Main Range NP.

Millaa Millaa Waterfall Circuit: Het dorpje Millaa Millaa ligt ongeveer 100 kilometer ten zuidwesten van Cairns. De Millaa Millaa Falls liggen iets ten zuiden van het dorp. Ongeveer 7,5 kilometer verderop bevinden zich de Zillie Falls en van daar uit is het 3 kilometer naar de Ellinjaa Falls. Langs de Palmerston Highway liggen nog meer watervallen, zowel richting Ravenshoe als richting Innisfail.

De twee ingangen van Millstream Falls National Park liggen 4,5 kilometer verwijderd van Ravenshoe, dat 147 kilometer ten zuidwesten van Cairns ligt. Big Millstream Falls valt over de rand van een verharde basalt lavastroom en is, naar men zegt, de breedste “single-drop” waterval van Australië. Een aparte parkingang leidt naar de Little Millstream Falls. Het park ligt binnen het traditionele leefgebied van de Jirrbal. Deze bevolkingsgroep leefde hier in semi-permanente dorpen en het regenwoud was voor hen een bron van voedsel, materialen en medicijnen. Het park heeft ook een Tweede Wereldoorlog geschiedenis. Tussen 1943 en 1945 verbleven hier soldaten om te herstellen en te trainen. Dit gebied was dicht bij de slagvelden in Nieuw Guinea en het klimaat was voor de soldaten vele malen beter dan de tropische hitte aan de kust. Er zijn nog veel restanten uit deze tijd terug te vinden.

Mossman is een klein plaatsje in het noorden van Queensland. Het is een goede uitvalbasis voor een bezoek aan Daintree NP. Suikerriet is erg belangrijk voor de lokale economie. Er zijn vele suikerrietvelden in de omgeving. Het suikerriet wordt in Mossman verwerkt voordat het naar Cairns wordt vervoerd voor verder transport. 

Undara Volcanic National Park ligt 300 kilometer ten zuidwesten van Cairns. Hier bevinden zich de restanten van een van ’s werelds langste lavastromen (bijna 160 kilometer) afkomstig van één vulkaan. Ze ontstonden meer dan 190.000 jaar geleden, toen op het McBride Plateau een enorme vulkaan uitbarstte en miljoenen tonnen lava over het omringende gebied uitbraakte. Veel van die borrelende massa stroomde door droge rivierbedingen en vormde bij het afkoelen een harde laag op de grond. De kokende lava eronder stroomde onder die harde bovenlaag verder en zo ontstonden holle buizen.
De organisatie Undara Experience verzorgt verschillende accommodaties, restaurant, camping en rondleidingen.