Australië, Victoria: geschiedenis
Parks Victoria

externe links:
- Beechworth 1
- Beechworth 2
- Bonegilla
- Eldorado
- Ned Kelly
- Walhalla
- Walhalla railway
- Walhalla wiki

brochures:
- Beechworth
- Eldorado
Ontdekkingsreiziger Matthew Flinders was de eerste Europeaan die het Australische continent bezocht. Hij bereikte het in 1802 via Port Philip Bay. In die tijd werden hier geen kolonies gesticht omdat Tasmanië (Van Diemen's Land) veel geschikter werd geacht voor bewoning.
Ongeveer 30 jaar later dacht men daar anders over en vestigden zich hier de eerste blanken. In de buurt van het huidige Portland werd een gebied bezet en bij Port Philip Bay ontstond Melbourne. De Britse regering wenste echter geen kolonisatie van dit deel van New South Wales, was dan ook fel tegen maar kon uiteindelijk de toestroom van nieuwe bewoners (uit Tasmanië en Engeland) niet stoppen. Er was een grote vraag naar wol en dus een grote behoefte aan grond om schapen te kunnen houden.
Tot die tijd werd dit gebied alleen bewoond door aboriginals; al zeker 40.000 jaar. De Koories verzetten zich uiteraard tegen de bezetting van hun land. Deze strijd, de ziekten die de blanken op hen overbrachten én het steeds maar toenemende aantal bezetters had enorm veel slachtoffers tot gevolg en betekende een dramatische afname van hun bevolking.
In de jaren 40 en 50 van de 19de eeuw nam het aantal nieuwkomers sterk toe. Men eiste afscheiding van New South Wales en dat resulteerde in 1851 in het ontstaan van de onafhankelijke kolonie Victoria. Een paar dagen later werd er in Victoria goud gevonden, waardoor het een nog grotere aantrekkingskracht op migranten kreeg. De status van Victoria veranderde enorm als gevolg van de goudkoorts. Het werd niet langer gezien als landelijk achtergebied maar vervulde een centrale rol. Dat blijkt ook uit het feit dat Melbourne in 1901 (tot 1927) de hoofdstad van Australië werd toen dat een zelfstandig land werd.

Beetchworth Eldorado Dredge Walhalla HS Eldorado Dredge

goudkoorts

Robert Hughes beschrijft in het boek “Fatale kust” de eerste goudvondsten in Victoria. “Naarmate de goudkoorts zich uitbreidde, begonnen sommige goudzoekers zich te realiseren dat de nieuw gevormde staat Victoria in geologisch opzicht niets meer was dan een voortzetting van New South Wales (waar tot die tijd het goud was gedolven). In juli werd er goud gevonden bij Clunes, op 160 kilometer van Melbourne en in september 1851 ontdekte de 70 jarige goudgraver John Dunlop het rijkste goudveld bij Ballarat, slechts 120 kilometer ten westen van Melbourne. Als een lopend vuurtje ging het gerucht terug naar Melbourne dat er overal goud voor het oprapen lag. Het lag verspreid in de rotsen en tussen het taaie gras, glinsterend zoals het al duizenden jaren had gedaan zonder dat er acht op was geslagen. Maar nu zouden de diepstgewortelde obsessies van een pionierssamenleving er zich aan vastklampen en zou die samenleving er onherkenbaar door veranderen”.
In 1854 leidde een opstand in Eureka, die het gevolg was van onvrede onder de goudzoekers over de hoge kosten van de vergunningen op de goudvelden, tot een beweging in de richting van maatschappelijke gelijkheid in Australië. Toen hoteleigenaar Peter Bentley vrijgesproken werd van de moord op de jonge goudzoeker James Scobie, vloog de vlam in de pan. Onder leiding van Peter Lalor verschansten de goudzoekers zich achter een zelfgebouwde palissade, waar ze hun vergunningen verbrandden en de vlag hesen die bekend staat als de Eureka Flag. Op 3 december 1854 voerden 282 soldaten  en politieagenten een verrassingsaanval uit, waarbij 30 goudzoekers de dood vonden. De publieke verontwaardiging die daarop volgde, leidde tot vrijspraak van de goudzoekers en afschaffing van het vergunningensysteem.
Intussen kwamen uit Australië zelf maar ook uit Europese landen en China steeds meer  goudzoekers naar Victoria. De eerste Chinese goudzoeker arriveerde in 1853 in Melbourne. In 1859 waren er 40.000 Chinezen in Victoria. Ze werkten hard, maar de Europeanen keerden zich tegen hen. Ze vonden dat de nieuwkomers de rijkdommen van de kolonie in pikten. In 1857 werd er een aantal Chinese goudzoekers vermoord. De overheid probeerde de gemoederen te sussen door belasting te innen van Chinezen die per boot arriveerden, maar de Chinezen landden gewoon in een aangrenzende staat en liepen verder naar Victoria. Toen de goudkoorts ten einde was, werden ze tuinman, kok of fabrieksarbeider. In Victoria wonen heden ten dagen nog steeds veel Chinezen.

Het plaatsje Beechworth ligt iets ten oosten van Wangaratta. In 1852 werd er goud gevonden en vervolgens was het in de jaren 50 en 60 het centrum van de legendarische goudvelden van de Ovens. In de hoogtijdagen telde de stad 42.000 inwoners en 61 hotels.
In dit plaatsje, een van de best bewaard gebleven goudzoekerstadjes van Victoria, is de tijd stil blijven staan. Er staan nog meer dan 30 19de eeuwse panden overeind. Ned Kelly (voor meer info zie Glenrowan zat hier gevangen nadat hij op 17 jarige leeftijd tot 6 maanden werd veroordeeld wegens obsceen taalgebruik. De Chinese begraafplaats herinnert aan de honderden Chinezen die op de goudvelden zijn gestorven.
Beechworth Historic Park grenst aan Beechworth. Hier werd in 1926 de 5 kilometer lange Gorge Scenic Drive aangelegd om de omgeving van het dorp toegankelijk te maken. De brochure vermeldt wat er zo al te zien is.
Yackandandah een buurdorpje van Beechworth. Het is een klassiek Australisch plattelandsdorp met houten veranda’s en schaduwrijke bomen. Ook hier werd in 1852 goud gevonden en het hele dorp wordt beschermd door de National Trust.

Bethanga is een klein plaatsje in het noordoosten van Victoria; het ligt vlak bij Lake Hume en Murray River. Het is ontstaan na de ontdekking van goud in dit gebied. In het begin werd er maar weinig goud gevonden; het werd in 1875 een serieuze business met de ontdekking van nieuwe goudvelden door W.R. Rhodes maar het bleek moeilijk om het goud op eenvoudige wijze te winnen. Kort daarna, in 1877, werd er koper ontdekt en dat was de redding van Bethanga.
In 1878 bouwden Harris en Hollow een smelterij waar iedereen gebruik van kon maken. In dat zelfde jaar kreeg John A. Wallace belangstelling voor Bethanga. Hij kocht een aantal mijnen en bouwde een smelterij (zie foto’s rechts van Bethanga Historic Area) die alleen hij gebruikte. Harris en Hollow moesten uiteindelijk zijn voorbeeld volgen; zijn kochten mijnen en de smelterij was niet langer publiekelijk beschikbaar. Wallace werd door velen uit de gemeenschap met argusogen bekeken. In 1883 nam hij het bedrijf van Harris en Hollow over. In de loop van de tijd werd het steeds moeilijker om op eenvoudige wijze koper te winnen. Wallace zocht bijna een decennium naar experts die een methode wisten om koper te winnen.`Ondanks alle moeilijkheden produceerden zijn mijnen ruim 10 jaar het meeste koper van Victoria. Toen in 1887 de open ovens werden verboden in verband met de luchtvervuiling, ging het bedrijf van Wallace bijna failliet.
In 1894 kwam er eindelijk een einde aan het probleem van Wallace; een van zijn mijnmanagers, Thomas Martin, had een nieuwe methode gevonden om koper en goud te winnen. Met dit nieuwe proces werd Bethanga opnieuw een interessante goudveld met koper als interessant bijproduct. De Wallace Bethanga Company trok de aandacht van Bethanga Goldfields Ltd en werd in 1895 door dit bedrijf overgenomen en volgende vele succesvolle jaren. Rond 1904 sloten de mijnen: al het makkelijk te winnen goud was reeds “geoogst”, de smelterijen leden onder financiële problemen en de arbeidskosten waren gestegen. In dat zelfde jaar stierf Wallace.
In 1909 werden de mijnwerkzaamheden toch weer hervat. Bethanga Gold Mining Company en Mount Currajong Gold and Copper Mining Company gingen voortvarend aan de slag. De kosten bleken echter al vrij snel hoger dan de inkomsten; in 1918 werd definitief met de werkzaamheden gestaakt.

Eldorado is een heel klein dorpje in het noordoosten van Victoria waar het iets ten zuidoosten van Wangaratta ligt. In de jaren 50 van de 19de eeuw kwamen vanuit Beechworth goudzoekers naar Eldorado op zoek naar goud dat hier in waterwegen diep in de grond zat. Het graven naar goud was een dure, gevaarlijke en hartverscheurende ervaring. Vaak moesten er enorme hoeveelheden water uit de mijn worden gepompt om bij het goud te kunnen komen. In 1895 liep het uit op een ramp toen een mijn overspoelde en er 6 mensen om kwamen.
Er waren 3 methoden van goudwinning in Eldorado: ondergronds delven, dagbouw (afgraven aan de oppervlakte) en baggeren. Bij laatstgenoemde methode werden de oevers van kreken afgegraven waarna het materiaal door een serie grote zeven werd gespoeld waarbij de rotzooi werd verwijderd en alleen het sediment met het goud overbleef.
In de jaren 30 van de vorige eeuw nam de prijs van goud toe. Dat was een sterke prikkel om het dieper gelegen goud te gaan delven. In 1934 werd de Cocks Eldorado Dredge Company opgericht om in de omgeving aan de slag te gaan. Er werd een “state-of-the-art” elektrische baggeraar werd besteld bij Thompson's Engineering and Pipe Company in Castlemaine. De kolossale machine werd ter plekke in elkaar gezet en was klaar in juni 1936 waarna hij 6 dagen in de week, 24 uur per dag werkzaam was. De link naar de brochure biedt meer informatie over de werking van The Dredge.
In 1954 werd de Eldorado Dredge buiten werking gesteld. Het werd in 1975 opgenomen in de State Register of Historic Buildings en het National Estate Register om te voorkomen dat het zou worden weggehaald of dat er aan gerommeld zou worden. In 1988 werd het beheer overgedragen aan het toenmalige Department of Conservation en Natural Resources; in 1996 nam Parks Victoria het over. De Eldorado Dredge is de enige goudbaggeraar die Victoria’s belangrijkse goudbaggerperiode (1900-50) intact heeft overleefd. Het is in Australië de enige overgebleven machine uit een periode dat giga diepgravende baggeraars wereldwijd werden ingezet.

Het stadje Walhalla in het diepe dal van de Stringers Creek heeft de neergang van de goudwinning overleefd en is tegenwoordig een populair doel voor een uitstapje. Het ligt in West Gippsland op ongeveer 184 kilometer van Melbourne en het heeft nog steeds een paar inwoners (vooral in het weekend). Walhalla telde ooit 15 hotels, 40 winkels, 2 brouwerijen, 4 kerken, een school, een gevangenis en zijn eigen krant. Het dorp werd, als laatste op het Australische vast land, in december 1998 op het elektriciteitsnet aangesloten.
In 1863 werd er goud gevonden in Stringers Creek. Rond 1866 waren er meerdere mijnen inde omgeving geopend. De Long Tunnel Company werd Victoria’s grootste producent van goud. Het bedrijf sloot in 1913. De Long Tunnel Extended Gold Mine was van 1865 tot 1911 in bedrijf. De immense mijn telt 8 kilometer tunnels, die tot bijna 1 kilometer onder de grond afdalen. Een andere mijn met een vergelijkbare naam is de Long Tunnel, die de diepte van 1120 meter bereikte.
In 1910 werd de spoorlijn van uit Moe aangelegd ... net op tijd om het dorp te zien verdwijnen. In 1944 werd het spoor gesloten maar in 1993 hersteld en is tegenwoordig een populaire trekpleister als Walhalla Goldfields Railway.

Bonegilla Bonegilla Glenrowan, Ned Kelly Walhalla HS

Glenrowan was het toneel van het laatste optreden van Ned Kelly, de beroemdste struikrover van Australië. In 1880 wist de politie hem na een schietpartij in Siege Street, vlak bij het station, eindelijk gevangen te nemen. Hij was ruim twee jaar op de vlucht geweest. Kelly kende het gebied rond Glenrowan als zijn broekzak, vooral de mooie Warby Ranges, en gebruikte Mount Glenrowan als uitkijkpost. Glenrowan maakt dankbaar gebruik van de connectie met Ned Kelly. Een ijzeren beeld van de struikrover begroet bezoekers bij de ingang van het dorp en er zijn tentoonstellingen over zijn leven en gevangenschap.
Op 15 jarige leeftijd werd Ned Kelly al veroordeeld tot 6 maanden dwangarbeid. Hij werd in 1854 geboren en groeide op in een Ierse immigrantenfamilie. Vijfentwintig jaar later werd hij in de Old Melbourne Gaol opgehangen, terwijl duizenden van zijn aanhangers buiten de gevangenis een stil protest hielden. Samen met zijn stiefvader George King, vrienden en familieleden vormde hij de legendarische Kelly Gang die in het district van Glenrowan opereerde. Door zijn lef en het feit dat hij lak had aan elke autoriteit werd hij een soort volksheld. De Kelly Gang werd op handen gedragen door de arme boeren en arbeiders die, evenals Kelly, genoeg hadden van de corrupte politie en de Britse deftigheid van de grootgrondbezitters. Nog steeds beschouwt men hem in Australië meer als een romantische vrijbuiter dan als een misdadiger. Kelly droeg ter bescherming tegen politiekogels een zelfgemaakt ijzeren harnas met een smalle spleet om door te kijken. Het ongepolijste staal en de plompe vorm hadden een angstaanjagend en surrealistisch effect. Hij zag er uit als een ridder en dat zal zeker hebben bijgedragen aan de legendevorming. Drie politiemannen werden er op uitgestuurd om de bende op te rollen, maar werden door Kelly neergeschoten. De staatsbank van Benalla en de bank van New South Wales in Jerilderie werden beroofd. Deze laatste stad werd zelfs twee dagen lang gegijzeld. Uiteindelijk werd de bende door de politie in een hotel in Glenrowan omsingeld en werd Ned, toen hij in zijn harnas al schietend probeerde te ontsnappen, gearresteerd.

Iets ten oosten van Wodonga, vlak bij Hume Lake, staan de restanten van het Bonegilla complex; een oorlogskamp uit de Tweede Wereldoorlog. Er werden destijds soldaten ondergebracht die, mocht dat noodzakelijk zijn, snel inzetbaar waren in New South Wales of Victoria. Van 1947 tot 1971 werd het complex gebruikt als opvangcentrum voor migranten. Het oorspronkelijk kamp besloeg 130 hectare waar 24 gelijke blokken waren neergezet. Alleen Block 19 is er nog.
Bonegilla was het grootste en langst geopende opvangcentrum na de oorlog. Het was een plek waar nieuwe migranten verbleven terwijl hun immigratie werd verwerkt en er werk voor ze gezocht werd. Het was ook een trainingscentrum waar niet-Engelse sprekers in staat werden gesteld een start te maken met het onder de knie krijgen van het Engels en de Australische gebruiken. Dit alles met de intentie mensen te helpen in de overgang naar een nieuw leven in een nieuw land.
Block 19 is van nationale betekenis als een plek die samenhangt met een belangrijke verandering in de immigratiebeleid van Australië. De meeste van de 300.000 migranten en vluchtelingen die op enig moment in Bonegilla verbleven, kwamen uit niet-Engels sprekende Europese landen. Vlak na de oorlog de vluchtelingen uit de communistische Oost Europese landen en later vooral Grieken, Italianen en Nederlanders.
Bij aankomst werden migranten van tijdelijke accommodatie voorzien terwijl de overheid ze hielp bij het vinden van werk. Alhoewel deze hulp welkom was, heeft men aan Bonegilla uiteenlopende herinneringen. Veel migranten herinneren een eenzame verwarrende aankomst, duizenden kilometers van huis, onzeker waar ze naar toe gingen, wat ze zouden gaan doen en waar ze zich zouden vestigen. Het vreemde, weidse landschap waar ze in terecht kwamen toen ze uit de trein stapten, de angst die ze voelden toen ze naar gezamenlijke slaap- en douchegelegenheden werden geleid en het Australische eten dat werd opgediend zorgden bij elkaar vaak voor een onwerkelijke ervaring. Anderen zagen Bonegilla als een plek van hoop, symbolisch voor een nieuwe start.
Bonegilla was groot. Op een bepaald moment leefden er 7.700 mensen en nog eens 1.000 mensen in tenten, als dat nodig was. Gewoonlijk had het 2.000 tot 5.000 bewoners. In Block 19 woonden ongeveer 320 mensen. Bonegilla had haar eigen kerken, banken, sportvelden, bioscoop, ziekenhuis, politiebureau en treinstation. Gedurende meerdere jaren had Bonegilla meer inwoners dan Wodonga.
Tegenwoordig is Block 19 een plek ter herdenking. Deze plek en de mondelinge, geschreven en beelddocumentatie geven duidelijkheid over het naoorlogse immigratiebeleid en –procedures die de samenstelling en de omvang van de Australische bevolking hebben veranderd. Ze bieden ook inzicht in de uiteenlopende ervaringen van de migranten/vluchtelingen.