| Australië, Victoria: natuur | |
- Parks Victoria - Alpine 1 - Alpine 2 - Angahook Lorne - Brisbane Ranges - Buchan Caves - Cape Bridgewater - Grampians - King Lake - black saturday - ash wednesday - Lake Eildon - Lederderg - Morewell - Morewell Friends - MT Eccles - Organ Pipes - Otway - Port Campbell - Serendip - Tarra Bulga - Friends Tarra B. - Strzelecki - Tower Hill - Warby Ovens - Box Iironbark - Major Mitchell - Angahook Lorne - Brisbane Ranges - Buchan Caves - Grampians - King Lake - Lake Eildon - Lederderg - Morewell - Mount Eccles - Organ Pipes - Otway - Port Campbell - Serendip - Tarra Bulga - Tower Hill - Warby Ovens |
West Victoria staat bekend om zijn ongebruikelijke formaties zoals de Grampians en de Twelve Apostels. In het noordwesten ligt de belangrijkste landbouwstreek van de staat en vormt de rivier de Murray de levensader van verschillende grote gemeenschappen. Graanboeren en schapenhouders hebben zich gevestigd in delen van het eucalyptusgebied in het noorden van West Victoria, maar andere kolonisten hebben zich laten afschrikken door de droogte die er heerst en de opvallende flora en fauna van deze woestijn zijn voor een groot deel nog zoals ze vroeger waren. De zuidwestkust is vermaard om het landschap van zandstenen monolieten, uitgestrekte stranden, bossen en ruige kliffen.
Oost Victoria is een gebied van grote natuurlijke schoonheid met besneeuwde bergtoppen, eucalyptusbossen, vruchtbare valleien, ongerepte nationale parken en uitgestrekte zandstranden. Hier ligt een aantal van de beste wijnbouwgebieden van de staat. In de Australische Alpen worden veel wintersporten beoefend en ’s zomers kan men er wandelen tussen de wilde bloemen.![]() Parks Victoria is de organisatie die in 1996 vanuit verschillende andere organisaties door de overheid van Victoria is opgericht om de beschermde gebieden van de staat te beheren. Het totaal aan beschermd gebied in Victoria is gestaag groter geworden; van 4% van de staat in de jaren 70 van de vorige eeuw tot ongeveer 16% nu (2009). De organisatie heeft als visie “An outstanding park and waterway system, protected and enhanced, for people, forever" en als doel “Conserve, protect, and enhance natural and cultural values, provide quality experiences, services and information to its customers, provide excellence and innovation in park management and contribute to the environmental, social and economic wellbeing of Victorians". Parks Victoria hanteert de volgende typen parken: National Park: Een groot gebied dat van groot belang is voor het gehele land door de natuurwaarde en/of Aboriginal en Europees erfgoed. Het wordt beheerd om de natuur- en culturele waarde te beschermen en voor recreatie- en educatiedoeleinden. State Park: Over het algemeen kleiner gebieden dan de nationale parken, ter aanvulling op die parken om te komen tot een parksysteem dat representatief is voor de biodiversiteit van de staat en ter bescherming daarvan. Wilderness Park: Een gebied met natuurwaarde die nauwelijks verstoord is door de Europeese kolonisatie. Het heeft geen faciliteiten voor bezoekers. In Victoria zijn 3 van dergelijke parken en een aantal parken heeft zones met deze bestemming. Coastal Park: Nationaal park aan de kust echter minder uitgestrekt dan een National Park. Historic Park/Area: Gebied met belangrijke objecten van culturele of historische waarde. Marine National Park & Marine Sanctuary: Zwaar beschermde gebieden in zee, zoals een National Park op het land, ter bescherming van een grote verscheidenheid aan planten, dieren en habitats. Vissen en het verwijderen van planten is verboden. Metropolian Park: Gebied in Melbourne en omgeving met veel recreatiefaciliteiten in een voornamelijk natuurlijke setting. Overigens zijn er ook nog vele kleinere Conservation Reserves en zijn er parken en reservaten die door lokale overheden of commissies worden beheerd. De toegang tot de parken is gratis en het is veelal mogelijk om er te kamperen. Alpine National Park is het grootste park van Victoria; het strekt zich uit van het midden van Gippsland tot aan de grens van New South Wales waar het grenst aan Kosciuszko National Park. Het biedt ruige bergen, snelstromende rivieren, uitgestrekte sneeuwvelden, open vlaktes waar vroeger vee graasde en diepe ravijnen die zich tot groene dalen verbeiden. Het park reikt tot ver in de Great Dividing Range en is een belangrijke natuurlijke corridor voor unieke flora en fauna. Duizenden jaren lang woonden aboriginals in deze bergen die in 1824 door Hume en Hovell verkend werden. In de jaren 30 van de 19de eeuw vestigden zich boeren in dit gebied en vanaf de jaren 50 tot aan het begin van de 20ste eeuw had dit gebied een grote aantrekkingskracht op goudzoekers. Halverwege de vorige eeuw moesten veeboeren hun kuddes beperken en werden veel graasvergunningen ingetrokken. Tegenwoordig hebben nog maar weinig mensen toestemming om hun veel in de High Country te laten grazen. De eerste aanzet tot de vorming van een nationaal park kwam in de jaren 60 van de splinternieuwe Victorian National Parks Association maar de streek werd pas in 1989 tot nationaal park verklaard. Angahook Lorne State Park vormt samen met Otway National Park, Carlisle State Park, Melba Gully State Park en Otway Forest Park, het grote Great Otway National Park. Het omvat meer dan 21.000 hectare en ligt aan de Great Ocean Road tussen Anglesea en Apollo Bay. De hoge Otway Ranges en de winden van zee zorgen voor veel neerslag in dit gebied. Het regenwoud floreert hier dan ook goed. Er zijn diverse watervallen, wandelpaden, mogelijkheden om te kamperen en met de auto een mooie tocht te maken. In het Visitor Information Centre in Lorne kun je je over het park laten informeren en er zijn diverse brochures verkrijgbaar. Verschillende Aboriginal groepen (Gadubanud, Kirrae Whurrong, Wathaurung en Gulidjan) met ieder hun eigen taal, hebben een belangrijke band met dit gebied. Zij hebben hier tienduizenden jaren gewoond. Eind 19de eeuw ontdekten houthakkers dit gebied. Vanaf dat moment werden er vele mooie bomen gekapt en bleef het gebied ruim anderhalve eeuw een bron van hout. In de jaren 60 van de 20ste eeuw nam de houtkap af en inmiddels wordt de prachtige begroeiing beschermd in de vorm van verschillende parken waaronder Angahook Lorne State Park. Brisbane Ranges National Park omvat bijna 8.000 ha, ligt zo’n 80 kilometer ten westen van Melbourne en biedt o.a. wandelmogelijkheden en een paar bushwalkers-kampeerplekken. Kort nadat Melbourne was gesticht, in 1835, kwamen kolonisten naar deze regio op zoek naar grond om hun vee te laten grazen. Tot die tijd kwamen kleine groepen van de Wathaurong Aboriginal stam, die in het gebied rond Geelong woonden, regelmatig naar dit gebied. Halverwege de 19de eeuw trof men goud aan en werd het gebied overspoeld door goudzoekers die zich vestigden in Steiglitz. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit plaatsje echter al weer geheel verlaten. Er komen veel zoogdieren voor in het park zoals de grijze reuzenkangoeroe, wallabies, de echidna en possums. In 1957 en 1977 zijn er koala's geintroduceerd uit Phillip Island en French Island om het aantal dat al in dit gebied aanwezig was, aan te vullen. Er komen meer dan 170 soorten vogels in het park voor. Toen wij hier waren, had er recentelijk een brand gewoed en zagen wij al lopend over het Anakie Gorge Trail vele grasbomen in bloei in reactie op die brand. Het charmante plaatsje Buchan ligt tussen glooiend boerenland, maar de bezienswaardigheid die al meer dan een eeuw duizenden bezoekers trekt, is een groot grottensysteem van klaksteen. Deze grotten in East Gippsland, ten noorden van Lakes Entrance, vormen al sinds 1897 een officieel reservaat: Buchan Caves Reserve. De Fairy Caves werden pas in 1907 door Frank Moon ontdekt en later dat jaar voor het publiek opengesteld. De Royal Cave werd in 1960 ontdekt, maar pas 3 jaar later opengesteld. De grotten ontstonden door ondergrondse rivieren die zich een weg door het kalksteen baanden. Kleine druppeltjes opgelost kalksteen vormden stalactieten, stalagmieten en uiteindelijk zuilen. Bovengenoemde grotten zijn beide met een rondleiding te bezoeken. Er zijn wandelroutes uitgezet en een overnachting op de camping is wellicht het overwegen waard, als het niet te druk is. Cape Bridgewater, onderdeel van Discovery Bay Coastal Park, ligt ongeveer 30 kilometer ten zuidwesten van Portland. Het huisvest een kolonie Australische pelsrobben van zo'n 650 dieren. Het uitkijkpunt is te bereiken via een wandelpad dat start vanaf de parkeerplaats op de heuvel. Het is even stevig doorlopen, zeker bij flinke wind. Deze kolonie blijkt een van de niet-voortplantende kolonies van Australië te zijn. Een van de redenen zou kunnen zijn dat het habitat geschikt is voor jonge, nog niet vruchtbare pelsrobben en oudere pelsrobben en het een "overflow" van een andere kolonie is. Dat lijkt hier een plausibele verklaring. Ongeveer 50 kilometer ten zuidoosten van Portland bevindt zich op Lady Julia Percy Island een kolonie met duizenden pelsrobben waaronder ook pups. Vrij recent zijn er wel pups gesignaleerd in Cape Bridgewater. Onderzoekers zeggen dat dit een zeldzaamheid is; ze zwemmen blijkbaar af en toe eens met een oudere soortgenoot mee. Het grote Grampians National Park (ruim 167.000 ha) biedt veel activiteiten waaronder wandelen, klimmen en kamperen. In januari 2006 heeft er een groot deel van het park brand gewoed. Toen wij er later dat jaar waren, waren vele paden afgesloten. O.a. omdat het mogelijk was dat er nog grote takken plotseling uit bomen vallen, veel bewegwijzering nog niet hersteld was en om in bepaalde gebieden de kwetsbare natuur te beschermen. De Jardwadjali- en Djab Wurrung-bevolking hebben duizenden jaren in dit gebied (Geriwerd) geleefd. De komst van Majoor Thomas Mitchell in 1836 betekende het begin van de Europeese kolonisatie van dit gebied hetgeen o.a. veeteelt, hout- en goudwinning tot gevolg had. Het park ligt zo'n 260 kilometer ten westen van Melbourne. Kinglake National Park ligt ongeveer 65 kilometer ten noorden van Melbourne. Het ligt op de hellingen van de Great Dividing Range (Kinglake Ranges) en biedt prachtig uitzicht op de omgeving waaronder o.a. de skyline van Melbourne. Het gebied leverde aanvankelijk het hout voor de bouwhausse in Melbourne aan het begin van de 20ste eeuw. Rond het midden van de 19de eeuw hadden er zich goudzoekers gevestigd, maar zij maakten plaats voor houthakkers en veehouders, die dit berglandschap grondig veranderden door het bos grotendeels te kappen. De schoonheid van de streek werd ingezien en in 1928 kreeg het de status van nationaal park. Doordat stukken grond privé-bezit zijn, bestaat het park uit 3 delen die rond het dorp Kinglake liggen. Sinds de verschrikkelijke bosbranden van 2009 doen veel planten, die aangepast zijn aan omstandigheden met brand, het heel goed. Het park was, toen wij het bezochten, nog niet geheel hersteld van de branden, waardoor bepaalde delen nog niet toegankelijk waren. De nabijgelegen dorpen Kinglake en Kinglake West werden in de Black Saturday bushfires van 2009 zwaar getroffen met 42 doden en meer dan 500 verwoeste huizen. De dorpen werden ook in het verleden aan branden blootgesteld. In 2006 waren er zware bosbranden vanaf eind januari tot begin februari en ook in 1982-1983 (Ash Wednesday fires) en in de jaren 60 was er sprake van brand. Na de branden in 1926 was het postkantoor het enige gebouw dat nog overeind stond. Lake Eildon National Park ligt op de noordelijke uitlopers van Victoria’s Central Highlands, ongeveer 180 kilometer ten noordoosten van Melbourne. De eerste kolonisten kwamen hier aan het begin van de 19de eeuw op zoek naar weidegrond, even later gevolgd door goudzoekers die hun slag hoopten te slaan. Er zijn nog tastbare resten van die tijd zoals schachten en oude gebouwen. In die tijd werd veel van het dichte bos gekapt om open grasland voor het vee te realiseren. Mijnwerkers gebruikten het hout voor hun mijnen en gebouwen. In de jaren 50 van de vorige eeuw kocht de regering van Victoria boerderijen op die langs Goulburn River en Delatite River stonden. In Goulburn River werd een dam gebouwd om Goulburn Valley van irrigatiewater te kunnen voorzien. In 1955 werd het stuwmeer sterk vergroot en kwam een groot stuk overheidsgrond onder water te staan: Lake Eildon. Een gebied van ruim 3700 hectare, dat niet onder water kwam te staan, werd in 1957 Fraser NP. Vanaf 1980 vormden 3 gebieden, in totaal 24.000 hectare, rondom het meer het Eildon State Park om het stroomgebied te beschermen. De twee parken werden in 1997 samengevoegd tot Lake Eildon NP. Lerderderg State Park omvat iets meer dan 14.000 hectare en ligt ten noorden van Bacchus Marsh; ongeveer 75 kilometer ten noordwesten van Melbourne. Lerderderg River heeft een diepe kloof gevormd tussen de enorme eucalyptusbossen. In de 19de eeuw trokken goudzoekers naar dit gebied, aangelokt door de mogelijkheid om alluviaal goud aan te treffen. Sporen van hun activiteit zijn nog te vinden langs de Byers Black Track en bij Tunnel Point waar ze de rivier omleidden en met veel mankracht een tunnel door de rotsblok hakten. In 1963 werd het gebied een klein bosreservaat dat later meerdere keren is uitgebreid. Tegenwoordig heeft het de status van staatspark. De wegen in het park zijn niet verhard. Het park biedt vele kampeer- (voornamelijk “wild”) en wandelmogelijkheden en huisvest vele soorten dieren. De aardige wandelroute van Blackwood Mineral Springs naar Sweets Lookout en weer terug is ongeveer 3,5 kilometer. Het startpunt is vlakbij de camping in Blackwood dat aan de noordwestkant van het park ligt. Het pad gaat door een eucalyptusbos en als het even meezit, tref je er koala’s. Mornington Peninsula National Park ligt 95 kilometer ten zuiden van Melbourne en ten oosten en zuiden van Port Phillip Bay. Lees verder . . . Het kleine Morwell National Park ligt op de noordelijke uitlopers van de Strzelecki Ranges 16 kilometer ten zuiden van Morwell, te bereiken via Churchill of Yinnar. Het park speelt een belangrijke rol in de bescherming van het restant aan originele flora en fauna. De reden dat wij een bezoek aan dit park brachten: koala’s. We hadden de hele vakantie nog maar 1 koala gezien en wilden vlak voor onze terugreis naar Nederland toch nog een poging wagen een koala te spotten. Al wandelend en naar boven kijkend, troffen we na een half uur lopen een koala. Hij zat een beetje te dutten maar werd klaar wakker toen we dichterbij kwamen. Ruim 320 kilometer ten noordoosten van Melbourne ligt Mount Buffalo National Park dat zowel in de zomer als in de winter (skiën, langlaufen) veel bezoekers trekt. Lees verder . . . Mount Eccles National Park omvat ruim 6.000 ha en ligt ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Hamilton. Er is een camping (aanrader als een rustige, eenvoudige camping midden in de natuur op prijs wordt gesteld) en er zijn verschillende wandelroutes uitgezet. Ongeveer 19.000 jaar geleden was hier sprake van een van de grootste lavastromen van Victoria, die tot aan de kust reikte. Vulkanische activiteit continueerde tot ongeeer 6.500 jaar geleden. Ten westen van het park ligt Lake Condah. Het werd gevormd door de zogenaamde Tyrendarra lavastroom die stroompjes in de omgeving indamde. Dit meer was een belangrijke voedselbron voor de Gunditjmara-bevolking. Zij gebruikten hun kennis van het gebied om dammen en kanalen aan te leggen om vis te vangen. Een van de eerste ondernemingen in Victoria qua landbouw. Deze bewoners bouwden er huizen van de beschikbare vulkanische rotsen. Later bezetten de Europeanen dit gebied. Ze verwijderden veel vegetatie en introduceerden vee en ziekten; hetgeen dramatische gevolgen voor de oorspronkelijke bevolking had. In Organ Pipes National Park staat de 20 meter hoge “muur” van basaltkolommen centraal, die miljoenen jaren geleden uit lavastromen is ontstaan. De vulkanische resten van die uitbarsting zijn tegenwoordig van veel geologisch belang. Dat geldt ook voor de andere basaltformaties vandiezelfde uitbarsting zoals het zogenaamde Tesseladed Pavement, rotsen die op een mozaïekbestrating lijken . De Organ Pipes zijn te zien vanaf een uitkijkpunt maar het is ook mogelijk om ze van dichtbij te bekijken. Via een kort wandelpad is de voet van de rotsformatie te bereiken. Een andere korte wandeling biedt zicht op Rosetta Rock en Tesseladed Pavement respectievelijk een rozetvormige rots en mozaïekbestrating. Het park (121 ha) ligt niet ver ten noordwesten van Melbourne aan de M79. Het heeft geen kampeerfaciliteiten. Otway National Park vormt samen met Angahook Lorne State Park, Carlisle State Park, Melba Gully State Park en Otway Forest Park het grote Great Otway National Park. Het omvat bijna 13.000 hectare en ligt aan de Great Ocean Road tussen Princetown en Apollo Bay. De hoge Otway Ranges en de winden van zee zorgen voor veel neerslag in dit gebied. Het regenwoud floreert hier dan ook goed. Er zijn diverse watervallen, wandelpaden en mogelijkheden om te kamperen en met de auto een mooie tocht te maken. In het Visitor Information Centre in Apollo Bay kun je je over het park laten informeren en er zijn diverse brochures verkrijgbaar. Verschillende Aboriginal groepen (Gadubanud, Kirrae Whurrong, Wathaurung en Gulidjan) met ieder hun eigen taal, hebben een belangrijke band met dit gebied. Zij hebben hier tienduizenden jaren gewoond. Eind 19de eeuw ontdekten houthakkers dit gebied. Vanaf dat moment werden er vele mooie bomen gekapt en bleef het gebied ruim anderhalve eeuw een bron van hout. In de jaren 60 van de 20ste nam de houtkap af en inmiddels wordt de prachtige begroeiing beschermd in de vorm van verschillende parken waaronder Otway National Park. Cape Otway Lightstation is in 1848 als 2e vuurtoren op het Australische vaste land gebouwd en is dus meer dan 150 jaar oud. Het diende als herkenningspunt en waarschuwingsbaken voor schepen die in de Bass Strait voeren. Point Nepean National Park ligt 1 kilometer ten westen van Portsea. Het is onderdeel van het Mornington Peninsula National Park. Lees verder . . . De kust van Port Campell National Park, ongeveer 280 kilometer ten zuidwesten van Melbourne, is wereldberoemd en een van de indrukwekkendste kustlijnen van Australië. Over een afstand meer dan 50 kilometer loopt de Great Ocean Road langs vele uitkijkpunten waar van prachtige uitzichten kan worden genoten. Een aantal Visitor Information Centres langs de route, biedt nadere informatie. De verweerde kustlijn is een soort grafsteen voor de talloze schepen die in de buurt gezonken zijn. Tijdens de lange reis van en naar Engeland, gold de gevaarlijke zuidkust van Australië als een van de zwaarste etappes. Harde stormen en dichte mist maakten er de navigatie erg moeilijk. Hier langs de kust van het Port Campell NP eindigde de reis van heel wat schepen, die nu in het ondiepe water liggen. Het beroemdste wrak is de Loch Ard, die in 1878 schipbreuk leed. De oceaan heeft hier enorme grotten en pieken uitgesleten in de indrukwekkende rotsen uitgesleten. De pieken die uit hard kalksteen bestaan waren in staat de beukende golven te weerstaan en zo ontstonden de Twelve Apostles. Ze waren ooit een rij grotten aan de kust, maar het zachte klaksteen sleet weg , zodat de harde rotspunten overbleven. Dat de rotsen blootgesteld worden aan erosie blijkt o.a. uit het instorten van een deel van London Bridge in 1990. Voor een paar bezoekers die zich op dat moment op London Bridge bevonden, was het niet meer mogelijk om aan land te komen. Zij moesten per helicopter in veiligheid worden gebracht. In 2005 stortte een van de Apostelen in. Deze laatste gebeurtenis werd door een paar bezoekers op foto's vastgelegd . . . klik hier. In Serendip Sanctuary, een reservaat van 250 hectare, verblijven vele dieren; wild of in gevangenschap. De 4 wandelrondes bieden voldoende gelegenheid om veel van deze dieren te zien. Het meer, Lake Serendip, schijnt zich tot 30 hectare uit te kunnen strekken. Toen wij in dit reservaat waren, was er echter niet veel water in het meer te bekennen. De North Arm was wel nat en daar zagen we dan ook veel vogels. De Australische trap wordt hier gefokt. Jaren gelden, tijdens ons eerste bezoek aan Australië, hebben we deze vogel in Queensland (in het wild) gefotografeerd (en lange tijd onszelf afgevraagd wat voor rare vogel dat was). Nu hadden we de gelegenheid om hem eens op ons gemak te bekijken. Ook een frogmouth liet zich bekijken. Die zul je, als je geen fanatieke vogelaar bent, in het wild niet snel opmerken want hij slaapt overdag en valt niet echt op in de omgeving die hij als rustplaats kiest. Naast deze vogels zijn er, zoals gezegd, nog vele andere dieren te zien. Serendip Sanctuary ligt iets ten zuiden van The You Yangs RP, zo'n 60 kilometer ten westen van Melbourne. Ongeveer 200 kilometer ten oosten van Melbourne, in de Strzelecki Ranges, ligt Tarra Bulga National Park. Het is één van de nog slechts vier redelijk grote gematigde regenwoud-gebieden in Victoria. Het park beschermt het restant van het gematigde regenwoud dat ooit het oostelijk deel van de Strzelecki Ranges bedekte. De koele vochtige omstandigheden maken dit gebied ideaal voor de groei van varens; er komen 41 verschillende soorten voor. Met name de vele boomvarens zijn prachtig! Een andere opvallende plant in het park is de grote Mountain Ash boom: de grootste eucallyptussoort én de grootste bloemvormende plant ter wereld. In 1903 vroeg de Alberton Shire Council aan de Victoriaanse staat om van een stuk woud in de omgeving van Balook een park te maken. In 1904 kreeg 20 hectare en beschermde status; het park kreeg de Aboriginal naam Bulga, hetgeen berg betekent. Vijf jaar later werd 303 hectare woud in de Tarra Valley tijdelijk in bescherming genomen. Dit park werd vernoemd naar Charlie Tarra, de gids van Strzelecki. In 1986 werden de twee nationale parken samengevoegd en uitgebreid door landruil. Het park is nu (2012) 2.000 hectare groot. Als je naar You Yangs Regional Park rijdt, zie je de granieten pieken van het park aan de horizon verschijnen al ver voordat je het park nabij bent. Lees verder . . . Tower Hill is een vulkanische formatie waarvan men denkt dat het 30.000 jaar geleden is uitgebarsten. Er zijn aanwijzingen dat er sprake was van menselijke bewoning ten tijde van deze uitbarsting. Het gebied was een belangrijke voedselbron voor de Koroitgundidj bevolking. Hun afstammelingen hebben nog steeds een bijzondere band met dit gebied. De Europeanen hebben op Tower Hill en omgeving, met het weghalen van het grootste deel van de vegetatie, veel schade aangericht. Eind jaren 50 van de vorige eeuw begon men aan het herstel van de flora en de fauna en in 1961 werd dit gebied (614 ha) tot State Game Reserve uitgeroepen. Inmiddels is het een prachtig natuurgebied waar veel dieren kunnen worden aangetroffen op de verschillende wandelroutes die hier zijn uitgezet. Het ligt ongeveer 15 kilometer ten westen van Warrnambool. Upper Murray River Parks & Reserves Mount Granya State Park ligt in het noordoosten van Victoria, niet ver ten zuiden van Lake Hume, ten oosten van Albury en Wodonga en ten westen van MT Lawson SP. De oorspronkelijke bewoners van dit gebied behoorden tot de stam van de Yiatmathong. In de jaren 60 van de 19de eeuw vestigden de eerste Europeanen zich hier. Zij hadden wat vee en leefden verder van kleinschalige houtkap. Ongeveer 20 jaar later woonden er duizenden mensen in deze regio; allen aangetrokken door de vondst van goud. In 1995 kreeg het gebied de beschermde status van staatspark. Mount Lawson State Park ligt in het noordoosten van Victoria, niet ver ten zuiden van Lake Hume, ten oosten van Albury en Wodonga en ten oosten van MT Granya SP. Het zand- en granietrijke park is tamelijk groot maar heeft heel weinig auto- of wandelpaden. Aan de zuidgrens van het park loopt een kort wandelpad naar Boggy Creek Bridge Historic Reserve (te bereiken vanaf Murray Valley Hwy). Hier staat een oude brug over Boddy Creek die gemaakt is van Blue Gum, een grote eucalyptussoort die in de omgeving groeit. Veel van dergelijke bruggen zijn vervangen of hebben een “uplift” gekregen met moderne materialen. Deze brug is echter nog steeds zoals het in 1915 was gebouwd. Warby Ovens National Park ligt iets ten noorden van Wangaratta, ongeveer 240 kilometer ten noordoosten van Melbourne, en wordt gekenmerkt door 3 verschillende vegetaties: de granieten heuvels en het bos van de Warby Range, het Box-Ironbark van Killawarra Forest en de Red Gum bos en wetlands van de Ovens Heritage River. In 1979 kreeg de Warby Range de status van staatspark. Het park werd in 2002 uitgebreid met Killawara Forest en Boweya Forst. In 2010 werd de Lower Ovens River toegevoegd en kreeg het de status van nationaal park. Het vormt een belangrijke link tussen de uitlopers van de Alpen tot aan Murray River. Het biedt ’s winters een spectaculair uitzicht op de besneeuwde Alpen. Major Mitchell noemde de Warby Range initieel “Futters Range” tijdens zijn reis door dit gebied in 1836. Later werd het vernoemd naar Ben Warby die in 1844 de 9300 hectare van Taminick Run innam. Men zegt dat de beruchte struikrover Ned Kelly zich in de jaren 70 van de 19de eeuw hier schuil heeft gehouden. In dit gebied met enorme rotswanden en dalen wisten hij en zijn bende zich gemakkelijk te verbergen. Vanaf de top van Mount Glenrowan (Morgans Lookout) was het mogelijk het doen en laten van het stadje Glenrowan in de gaten te houden. De bezoekers van tegenwoordig komen voor het beboste gebied en de hoge grasbomen met hun dikke, zwarte stam onder lang, groen gras. De exemplaren in dit park bereiken vaak de indrukwekkende hoogte van meer dan 5 meter. |