| "Frans Hals. Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan" (bron: tekst uit tentoonstellingsgids, afbeeldingen diverse bronnen) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
- Vrij Nederland - Elsevier Frans Hals |
Frans Hals (1582/1583 - 1666) geldt als één van de meest virtuoze schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw. Met zijn levendige groepsportretten van schutters en regenten en met zijn vrolijke figuren oogstte hij veel succes, zowel in Haarlem als ver daarbuiten. Meer dan enig ander schilder uit zijn tijd wekt Frans Hals de indruk dat we oog in oog staan met de mensen op de schilderijen. Hij is de meester van de lichte, vluchtige poses en gezichtsuitdrukkingen: een lach, een steelse blik, een schijnbaar achteloos, maar veelzeggend gebaar. .De eerste grote Hals-tentoonstelling in bijna 25 jaar toont topstukken uit alle fasen van Hals' carrière. Deze sleutelstukken worden gepresenteerd naast schilderijen van bekende voorgangers en collega's onder wie Titiaan, Rubens en Rembrandt. De geselecteerde schilderijen nodigen uit tot vergelijken, een nieuw concept voor een overzichtstentoonstelling. Vergelijken is cruciaal om 17de eeuwse kunst te begrijpen. Het geeft een beeld van de uitdagingen waarvoor Hals moet hebben gestaan en van zijn relatie tot illustere voorbeelden en tijdgenoten. Maar bovenal laat het zien wat hem uniek maakt en wat hem onderscheidt.
1. Frans Hals - Twee lachende jongens (ca. 1628) - olieverf op doek - Hofje van Aerden, Leerdam. Hals ging de uitdaging aan om, net als Titiaan en Tintoretto eerder hadden gedaan, grof ('ruw') te schilderen. In vergelijking met hen is Hals' kracht het snapshot-effect. Dat bewijzen deze lachende jongetjes. Met vlotte 'ruwe' verfstreken, legt hij als een soort fotograaf een luchtig, levendig moment vast. Hals schilderde vaak kinderen in zijn voorstellingen van het alledaagse leven; waarschijnlijk stonden zijn kinderen model. Hij kreeg er maar liefst 14! Volgens 17de eeuwse kunstenaars moest je dit soort 'ruwe' werken van een afstandje bekijken. 2. Titiaan - Jongen met honden (ca. 1570/76) - olieverf op doek - Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Het late werk van Titiaan gold in Hals' tijd als het voorbeeld van virtuoos 'ruw' schilderen. Zijn schetsmatige schildertrant is hier goed te zien. Titiaan voltooide een figuur, naar eigen zeggen, nooit in één keer. Soms zette hij een schilderij maanden weg, om het later te hernemen. Hij schroomde niet om dan ter verbetering een hele figuur te verplaatsen. Hier verschoof hij de rechterpoot van de hond en de rechtervoet van de jongen. In vergelijking met de honden lijkt het jongetje onaf. Het is een van Titiaans laatste werken. 3. Jacopo Tintoretto - De vinding van Mozes (ca. 1552/55) - olieverf op doek - Museo Nacional del Prado, Madrid. Tintoretto kon niet alleen heel 'ruw', maar ook razendsnel schilderen. Hij schilderde zonder voorstudie direct op doek of paneel en voltooide zijn werken soms in één keer (alla prima). Dit schilderij is een van zijn grofst geschilderde werken. Het was een onderdeel van een serie plafondstukken. De dieptewerking is afgestemd op de beschouwer die er schuin van onderen naar kijkt. Hals' leermeester Karel van Mander was een bewonderaar van Tintoretto. En het is vast geen toeval dat Hals later ook zo'n extreem vlugge schildertechniek zou ontwikkelen. Voor zover bekend als enige in het Noorden. 4. Jan Breughel de Jongere - Allegorie op de overvloed (ca. 1625) - olieverf op koper - Museo Nacional del Prado, Madrid. Een zesborstige godin, een hoorn des overvloeds en putti (naakte kinderfiguurtjes) in een bloemenweelde zijn tot in detail weergegeven. Breughel is een vertegenwoordiger van de 'nette' schildertrant. Hij schilderde de voorstelling op koper, een glad oppervlak dat zich hier goed voor leende. Volgens Van Mander was het belangrijk om precisie te combineren met 'cloeckheyt'. Bij gedetailleerde schilderijen was het, net als bij ruwe, ook belangrijk om 'trefzeker' te zijn. 5. Dirck Hals - Musicerend gezelschap op terras (1620/25) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Dirck Hals is bekend om zijn voorstellingen van feestvierende, rijke jongelui. Net zoals zijn oudere broer Frans Hals, schilderde hij veel vrolijke gezichtsuitdrukkingen. Dircks' figuren zijn echter kleiner en ze staan vaak met meerdere in groepjes bij elkaar. Hij koos voor een preciezere stijl dan zijn broer, maar naast een echte fijnschilder zoals Breughel is zijn werk relatief los geschilderd.
6. Karel van Mander - a. De zondvloed (ca. 1588), b. De verkondiging (1595) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Van Mander, Hals' leermeester, schilderde zelf vooral religieuze voorstellingen met kleine figuren. Hij werkte in de maniëristische stijl, met figuren in ingewikkelde gedraaide houdingen, zoals in deze Zondvloed. Van Mander is een van de invloedrijkste denkers over kunst in de Gouden Eeuw. Hij schreef over grove of 'ruwe' schilderstijlen, maar waagde zich er zelf niet aan. Hij tekende zijn composities van tevoren precies uit, zoals te zien is in zijn Verkondiging. Alleen de allerbesten schilderden volgens hem direct op het doek. 7. Anthony van Dyck - Studie van een oude man (ca. 1615/16 - olieverf op papier (?) op paneel - Musée de Picardie , Amiens. Van Dyck was 17 jaar oud toen hij deze kop van een oude man met woeste haren en een doorleefde huid schilderde. Hals was rond die tijd in Antwerpen. De grove schilderstijl past goed bij het onderwerp. Van Dyck gebruikte, net als zijn leermeester Rubens, dit soort schetsmatige studies voor grotere voorstellingen. Vergeleken met Rubens, schilderde Van Dyck dikker en met bredere penseelstreken. Het schilderij lijkt daardoor heel modern, alsof het veel recenter gemaakt is. Ook laat Van Dyck de onderschildering minder doorschemeren. 8. Peter Paul Rubens - Twee studies van een man (ca. 1615/17) - olieverf op paneel - particuliere collectie. Rubens, de beroemdste kunstenaar in de Zuidelijke Nederlanden, heeft deze studie van een exotische man vlot opgezet, met gedurfde accenten wit en rood. Kunstkenners zagen soms zelfs meer in dit soort schetsen dan de kunstenaar die het gemaakt had. Rembrandt-leerling Samuel van Hoogstraten schrijft dat wanneer kenners dit type ruwe schetsen bekijken, hun voorstellingsvermogen het beeld aanvult. Alsof je 'van verre [...] of by schemerlicht een vriend herkent' 9. Jacob Jordaens - Studiekop van Abraham Grapheus (ca. 1620) - olieverf op paneel - Musée de la Chartreuse, Douai. Abraham de Graef (gelatiniseerd tot Grapheus) was schilder en gildeknaap bij het Antwerpse Sint Lucasgilde. Jordaens lijkt met deze studiekop de competitie aan te geven met Van Dyck die hetzlefde model schilderde. Hij heeft zijn schets spectaculair ruw opgezet, met nadruk op de rimpelige hals. Jordaens had de gewoonte, naar eigen zeggen, om met een vol penseel 'lustich toe te zabberen' (lustig rond te zwabberen). 10. Frans Hals - Lachende jongen (ca. 1625) - olieverf op paneel - Mauristhuis, Den Haag. Zeventiende eeuwse kunsttheorieën beschrijven hoe moeilijk het is om beweeglijke gezichtsuitdrukkingen, zoals een lach, in verf te vangen. In zijn schilderhandboek schrijft Van Mander zelfs nauwkeurig de uiterlijke kenmerken van de lach. Hals gaat niet zozeer uit van de aanbevelingen van zijn leermeester, maar vertrouwt veel meer op zijn 'ruwe' en trefzekere toets. Met succes, zoals deze spontane kinderlach bewijst. 11. Rembrandt - Lachende man (ca. 1629/30 - olieverf op verguld koper - Mauritshuis, Den Haag. Rembrandt gaat hier dezelfde uitdaging aan als Hals: de weergave van een lach in een grove schildertrant. Toch is hun aanpak anders. Rembrandt bracht de verf veel dikker aan. Vergeleken met Hals' vlot opgezette jongetje lijkt Rembrandts figuur wel geboetseerd. Ook heeft Rembrandt een donkerder kleurenpalet. Hals' stralende kindergezicht baadt in het licht, terwijl Rembrandt juist met schaduwen speelt.
12. Frans Hals - Catharina Hooft en haar min (ca. 1619/20) - olieverf op doek - Gemäldegalerie, Staatliche Museen zu Berlin. Een intiem tafereel: het kindje legt haar handje tegen de borst van de vrouw die haar net een appel voorhoudt. Moeder en kind? nee, dat is niet het geval. De vrouw draagt een effen jurk met een eenvoudige krag, zonder manchetten en glimlacht verlegen. Ze is de 'min' of kinderverzorgster van het rijk geklede, zelfverzekerd kijkend meisje. Hals is de eerste die een verzorgster zo'n prominente plaats geeft. Hij grijpt met de compositie terug op voorstellingen waarin Maria het Christuskind op haar schoot een appel aanreikt. Dergelijke voorstellingen zijn doorgaans statisch, maar Hals weet een spontaan moment te vangen. 13. Anthony van Dyck - Portret van een 55 jaar oude man (ca. 1618) - olieverf op paneel - Collectie Prins van Liechtenstein. Van Dyck liet zich inspireren door het schilderij van zijn leermeester Rubens. Hij verplaatst evenwel in zijn versie de stoel en hij laat de man er op leunen. De verf van beide stukken verkeert in uitstekende conditie wat een goede vergelijking mogelijk maakt. Zo heeft de lichtgrijze grondering van Van Dyck een koeler effect dan Rubens' warme onderlaag. Ook het goudleer van de stoel is anders gesuggereerd. En de hand in de schaduw is verrassend schetsmatig neergezet. 14. Frans Hals - Nicolaes van der Meer (1631) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Nicolaes van der Meer was een vermogend bierbrouwer en vervulde functies in het Haarlemse burgemeesterscollege en de Staten Generaal. Toen Hals Van der Meers portret schilderde, had hij hoogstwaarschijnlijk de schilderijen van zijn Antwerpse collega's Van Dyck en Rubens in gedachte. Hals' penseelvoering is echter grover en resoluter. Ook zijn de handen schetsmatiger neergezet, zeker in vergelijking met Rubens. En Hals kiest voor een lichtere achtergrond. 15. Peter Paul Rubens - Jan Vermoelen (1616) - olieverf op paneel - Collectie Prins van Liechtenstein. Het familiewapen in de linkerbovenhoek identificeert deze man als Jan Vermoelen, telg uit een rijke Antwerpse familie. Een okerkleurige grondering geeft de huid van Vermoelen de voor Rubens kenmerkende 'gloeiende' tint. Ook de subtiele blauwe en rode accenten in het gezicht zijn typisch voor Rubens. Dergelijke kleuraccenten gebruikte Titiaan ook; dus wellicht liet Rubens zich door zijn beroemde voorganger inspireren. 16. Frans Hals - Cornelia Claesdr Vooght (1631) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Hals' totale productie bestaat voor 85% uit portretten. Dit is Hals' laatste grote portret op paneel; doek werd steeds populairder als drager. Het hoort bij het portret van Nicolaes van der Meer. Cornelia Vooght was met hem getrouwd. Nicolaes van der Meer was een van de machtigste mannen in de Republiek. Hals verbond de pendanten door de achtergrond van de ene naar de andere door te laten lopen. 17. Jacob Jordaens - Portret van een oude dame (1641) - olieverf op doek - Kon. Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel. Wellicht was Hals' traditionele protret van Cornelia Vooght een inspiratiebron voor de pose van deze dame, zelfs de handen lijken op elkaar. Ook de schildertechniek is vergelijkbaar: zachte overgangen met losse accenten. De Amsterdamse kunstkenner Govaert Bidloo bewonderde Hals en Jordaens beiden om hun meesterlijke penseelstreken en de sterke suggestie van levensechtheid, 'als was het leeven [...] in de verf verplaatst'.
18. Judith Leyster - Pekelharing (1629) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. De naam van deze komische toneelfiguur ('gepekelde haring') verwijst naar de zoute hap die dorst opwekt. Het schilderij is een variant op Hals' Pekelharing. Leysters losse schilderstijl past bij het jolige onderwerp. Vrouwen maakten doorgaans fijngeschilderde stillevens of portretten, dus leysters stijl en onderwerpkeuze zijn uitzonderlijk. Vaak is gedacht dat ze een leerling van Hals was. Hun opzet en schildertechniek zijn echtyer anders. 19. Frans Hals - Pekelharing (ca. 1628/30) - olieverf op doek - MHK, Gemäldegalerie Alte Meister, Kassel. Pekelharing is verreweg Hals' meest populaire genrestuk. Het is bovendien het enige schilderij waarin hals zijn achternaam voluit schreef, vermoedelijk vond hij het een van zijn beste stukken. Het hing hoogstwaarschijnlijk in 'De Coninck van Vranckrijck', een bekende kunstenaarskroeg waar ook Hals kwam. Een setting die aansluit op de beeldgrap die Hals erin verwerkte. Pekelharing toont de toeschouwer zijn kan en maakt hem zo een 'kannekijker', oftewel een drinkebroer. 20. Anthony van Dyck - François Langlois (ca. 1631/32) - olieverf op doek - The National gallery, Londen. Langlois was succesvol kunsthandelaar, boekverkoper en prentenuitgever. Dit genreachtige portret van hem als muzikant is heel informeel. Lachen met ontblote tanden was onfatsoenlijk en daarom ongebruikelijk voor een portret. Van Dyck, bewonderaar van Hals, reageert hiermee op Hals' populaire Pekelharing en brengt hem een uitzonderlijk eerbetoon. Van Dyck zou gezegd hebben dat als Hals iets meer van het fijne had gehad, 'hy een der grootste meesters zouden hebben geweest'. Zelf koos hij vooreen gladdere penseelvoering. 21. Dirck van Baburen - Luitspeler (1622) - olieverf op doek - Centraal Museum, Utrecht. Dirck van Baburen behoort tot de Utrechtse caravaggisten, navolgers van de Italiaanse schilder Caravaggio. Kenmerkend zijn de theatrale figuren en de sterke licht-donker contrasten (chiaroscuro). Van Baburen introduceerde het onderwerp van de luitspeler in nederland, dat vervolgens immens populair zou worden. Alles is uit de kast gehaald om de scène te verlevendigen: de geopende mond van de zingende muzikant, de luit die naar voren steekt, en de opspringende eindjes van de snaren. 22. Frans Hals - Luitspeler (ca. 1623) - oliverf op doek - Musée de Louvre, Parijs. Hals ontleende het thema van de luitspeler ten halve lijve aan Van Baburen. Het nieuwe onderwerp was in Utrecht geïntroduceerd, dus Hals was goed op de hoogte van de nieuwste artistieke ontwikkelingen. Hals schilderde zijn luitspeler ongeveer een jaar later, met een radicaal ander resultaat. Hij suggereert beweging door zijn losse schilderstijl, een licht kleurenpalet en de frivool omhoogkijkende blik van de firguur. Zijn 'ruwe' penseelstreken zijn duidelijk herkenbaar. 23. Jacob Jordaens - Zelfprotret als doedelzakspeler (ca. 1640/45) - olieverf op doek - Rubenshuis, Antwerpen. Rubens, Van Dyck en Jordaens waren de 3 grote Antwerpse schilders. De eerste 2 bezochten Italië en werkten voor Europese vorstenhoven, terwijl de laatste dicht bij huis bleef en voor de gegoede burgerij schilderde. Eigenlijk net zoals Hals. Ook qua onderwerpkeuze zijn Jordaens en Hals vergelijkbaar. In dit enigzins potsierlijke zelfportret als doedelzakspeler legt Jordaens de nadruk op de kracht en de inspanning die het blazen hem kost. Zo'n gezichtsuitdrukking komt in Hals' luchtige schilderijen niet voor. 24. Frans Hals - Verdonck (ca. 1627) - olieverf op doek - Scottish National Gallery, Edinburgh. Dankzij een prent met onderschrift is bekend dat deze man Verdock voorstelt. Archiefstukken onthullen dat de Haarlemmer Pieter Verdonck werd gemaand een stadgenoot met rust te laten. Net zoals de bijbelse held Samson met het kaakbeen van een ezel de Filistijnen versloeg, zo ging Verdonck waarschijnlijk mensen in figuurlijke zin te lijf met zijn 'kaekebeen', verbaal dus. Hals integreert heel inventief een bijbels motief in een eigentijds schilderij. Verdoncks houding bewijst eens te meer dat Hals zeer vernieuwende poses voor zijn portretten bedacht.
31. Frans Hals - Jasper Schade (1645) - olieverf op doek - National Gallery, Praag. Jasper Schade, hier 22 jaar oud, kijkt zo trots aks een pauw. Volgens een brief van zijn oom gaf hij in 1645 veel geld uit aan kleding in Parijs, vast aan een outfit als deze. Hij benadrukt zijn afkomst in de wapenschildjes op de lijst. Deze tonen zijn voorouders tot wel 4 generaties terug. Dit portret hing oorspronkelijk in Jaspers Utrechtse landhuis, en bleef eeuwenlang op dezelfde plek. Volgens een legende zou het huis instorten zonder dit schilderij. Uit recent onderzoek blijkt dat Hals dit portret heel snel, in één keer op het doek heeft gezet: alla prima, net zoals Tintoretto dat deed. 32. Cornelis Jonson van Ceulen - Jasper Schade (1654) - olieverf op doek - Rijksmuseum Twenthe, Enschede. Negen jaar nadat hals hem schilderde, gaf Jasper een portretopdracht aan Cornelis Jonson van Ceulen. Anders dan de onconventionele Hals, streefde deze Utrechtse schilder een op Anthony van Dyck geïnspireerde elegantie na. Het resultaat is dan ook compleet anders. Jaspers blozende wangen hebben plaatsgemaakt voor een adelijke, blanke teint. Zijn trotse blijk is nu waardig. 33. Cornelis Jonson van Ceulen - Cornelia Strick van Linschoten (1654) - olieverf op doek - Rijksmuseum Twenthe, Enschede. Deze dame was getrouwd met Jasper Schade. Schade liet in 1652 een indrukwekkend woonhuis bouwen, Landhuis Zandbergen. Mogelijk was de afronding hiervan aanleiding voor het bestellen van twee pendantportretten. De gordijnen op de achtergrond waren oorspronkelijk (indigo)baluw; door veroudering is de kleur verschoten. Jonson van Ceulen werd net als Van Dyck in 1632 hofschilder van de Engelse koning. 34. Frans Hals - Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis (ca. 1641) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. Het regentenstuk is een typisch Nederlands schildergenre. Nergens anders zijn dergelijke groepsportretten van bestuurders in functie gemaakt. In dit regentenstuk, het vroegste uit Haarlem, schildert Hals met trefzekere, ruwe penseelstreken de bestuurders rond een tafel. Een gebruikelijke compositie. Eén man lijkt net op te staan. Dit verlevendigt de voorstelling. Rembrandt nam deze nieuwe vondst later over in zijn Staalmeesters. De sterke baan zonlicht in Hals' schilderij is waarschijnlijk gerelateerd aan de plek waarvoor het bestemd was. Gesloten onderluiken gaven daar hetzelfde effect. 35. Johannes Verspronck - Regentessen St. Elisabeths Gasthuis (ca. 1641) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. Vrouwen werden doorgaans gladder en gedetailleerden geportretteerd dan mannen. Deze regentessen kozen Verspronck als schilder voor hun groepsportret. Vergeleken met Hals schildert hij 'netter' en met zachtere overgangen. Wel nam Verspronck Hals' vondst over van een figuur die net opstaat. Het Elisabeth Gasthuis was verantwoordelijk voor de armen- en ziekenzorg in de stad. Regentenstukken hadden ook een praktisch nut. Deze trokken bewonderaars aan en daarmee aalmoezen.
36. Frans Hals - Regenten van het Oudemannenhuis (ca. 1664) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. Het Frans Hals Museum is gevestigd in het voormalige Oudemannenhuis. De regenten van deze belangrijke liefdadigheidsinstelling gaven Hals opdracht tot een groepsportret. Hals schilderstijl is 'ruwer' dan ooit. Hij schilderde hen met pasteuze verfstreken, door tijdgenoot Cornelis de Bie als 'seer rou en cloeck' (ruw en gedurfd) omschreven. Volgens De Bie was Hals' late werk 'plaisant en gheestich om van veer (ver) aen te sien'. Het kwam dus van een afstand het best tot zijn recht. 37. Frans Hals - Regentessen van het Oudemannenhuis (ca. 1664) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. De regenten en regentessen vormden het bestuur van het Oudemannenhuis, een bejaardenhuis voor mannen van 60 jaar en ouder. Hals gaf de dames met uitzonderlijk grove toetsen weer. Let maar eens op de hand van de dame rechtsvoor en de ferme roze blos op haar wang. Het schilderij hing destijds boven de schouw (de ereplaats) in de regentessenkamer, dus de dames waren er ongetwijfeld trots op. 38. Rembrandt - Jacob Trip (ca. 1661) - olieverf op doek - The National Gallery, Londen. Gehuld in een zwarte mantel kijkt een spaarzaam belichte oude man ons waardig aan. Hij lijkt welhaast een oudtestamentische held. Het is een portret van de machtige Amsterdammer Jacob Trip. Mogelijk is het een portrait historié en is Trip voorgesteld als bijbelse Jacob, stamvader van het Israëlitische volk. Net als bij Hals, is Rembrandts late stijl ruwer dan ooit. Met rulle verfstreken benadruklt Rembrandt echter nog meer het verfoppervlak. 39. Rembrandt - Margaretha de Geer (ca. 1661) - olieverf op doek - The National Gallery, Londen. Margaretha de Geer zetelt als een vorstin op haar troon. Ze heeft een naar binnen gekeerde, peinzende blik. Door de schaduw die haar omgeeft, blijft zij op afstand, net als haar man Jacob Trip. Daar door maakt ze minder contact met de beschouwer dan bijvoorbeeld de regentes rechtsvoor in Hals groepsportret. Margaretha was geen weldoener zoals Hals' regentes, vanaf 1661 (na de dood van haar man) stond zij aan het hoofd van een familie van wapenhandelaren.
40. Frans Hals - De reiziger (ca. 1650) - olieverf op paneel - Stiftung Heinz Kuckei Collectie, Berlijn. In de 17de eeuw kwamen portretten vaak in meerdere, langdurige stadia tot stand. Dit kleine schilderij van een man in een reizigersmantel is een uitzondering. Hals prepareerde het paneel niet, schilderde de gehele voorstelling nat-in-nat en gebruikte geen vernis. Kortom, Hals voltooide het in één sessie. Het is een bewijs van Hals' uitzonderlijke virtuositeit. De reiziger kon het direct meenemen, mede dankzij het kleine formaat. 41. Frans Hals - Theodorus Schrevelius (1617) - olieverf op koper - Frans Hals Museum, Haarlem. Hals is voornamelijk bekend om zijn levensgrote schilderijen, maar hij maakte ook zo'n 35 kleine portretten. Dit is het vroegste én het kleinste. Het portretje is zo klein omdat het een model was voor een prentgravure. De geportretteerde, een vooraanstaand Haarlemse schrijver, was een groot bewonderaar van Hals. In 1647 schreef hij dat Hals' schilderijen zó levensecht zijn dat ze wel lijken te ademen. 42. Frans Hals - Samuel Ampzing (ca. 1630) - olieverf op koper - particuliere collectie, New York. 'Hoe wacker schilderd Franz de luyden naer het leven' alsdus Samuela Ampzing over Frans Hals. Meermaals schreef deze Haarlemse predikant lovend over Hals. Net als het portret van stadsgenoot Schrevelius was dit kleinde schilderij model voor een portretgravure. Het is geschilderd op koper, een glad oppervlak dat schilders doorgaans kozen voor een gedetailleerde schilderstijl. 43. Frans Hals - Portret van een man (1640) - olieverf op doek - Frans Hals Museum, Haarlem. Mogelijk stelt deze man de Haarlemse bierbrouwer en burgemeester Willem van Warmondt voor. Vooraanstaande lieden lieten zich destijds geregeld op een dergelijk sobere manier portretteren. Technisch onderzoek wees uit dat de linkermouw en gedeeltes van de mantel niet door Hals zijn geschilderd. Het was gebruikelijk dat leerlingen soms 'bywerk' deden. Kunstkenners vonden dat doorgaans geen probleem; het ging hen vooral om de hoofdzaken en de accenten van de meester zelf. 44. Frans Hals - Jacobus Hendricksz Zaffius (1611) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Dankzij het onderschrift op een gravure is bekend wie deze voorstelt: de katholieke geestelijke Jacobus Zaffius. De inscriptie verraadt bovendien dat Frans Hals het oorspronkelijke ontwerp maakte. Dit schilderij, waarin tafel en schedel ontbreken (die staan wel op de gravure), zou Hals' vroegst gedateerde werk zijn. De authenticiteit is echter omstreden. Sommige kenners denken dat het een eigenhandige koipie is. Deze is mogelijk met behulp van een leerling naar het oorspronkelijke (onbekende) schilderij gemaakt. 45. Frans Hals - Pieter Jacobsz Olycan (ca. 1630/35) - olieverf op paneel - Frans Hals Museum, Haarlem. Veel vooraanstaande Haarlemmers behoorden tot Hals' klantenkring. Zo ook Pieter Olycan, die meermaals burgemeester was en tal van andere belangrijke functies bekleedde. Hij was getrouwd met de zus van Cornelia Vooght, wier portret Hals ook schilderde (zie 16). Oorspronkelijk was Olycans schilderij bedoeld als driekwart-formaat portret, maar Hals verkleinde het formaat tijdens het schilderproces. Om de compositie te redden voegde hij de hand en mouw toe. 46. Frans Hals - Portret van een dame met handschoenen (ca. 1645/50) - olieverf op doek - bruikleen particuliere collectie. Recent dook dit schilderij op bij een veiling. De uitstekende conditie maakt nauwkeurige technische bestudering mogelijk. Hals schilderde de voorstelling relatief verfijnd en ingetogen; de witte handschoenpartij verraadt echter zijn virtuositeit. Op twee 18de eeuwse aquarellen toont een kopie van het schilderij samen met een onbekende, mannelijke pendant. Hopelijkt duikt het portet van haar echtgenoot ooit ook op.
Frans Hals Museum, Haarlem. 47. Cornelis van Haarlem - Feestmaal van een korporaalschap van de Haarlemse Cluveniersschutterij (1583) - olieverf op paneel. Dit schuttersstuk, het vroegst bekende in Haarlem, was destijds revolutionair. Men had nog nooit zo'n levendig groepsportret gezien met zo'n dynamische compositie. Links van het midden geven 2 heren elkaar de hand. Zij verbeelden de 'wijnkoop', een handelsovereenkomst waarbij schutters, met een glas wijn erbij, een deal konden bekrachtigen of ontbinden. 48. Frans Hals - Vergadering van officieren en onderofficieren van de Cluveniersschutterij (1633) - olieverf op doek. De wapens en attributen van deze vergaderende schutters informeren ons over hun rangen. De kolonel (hoogste positie) zit linksvoor met zijn kolonelstaf. De partizaan (piekvormig stokwapen) hoort bij de luitenant of kapitein. Sergeanten droegen een hellebaard (met haak en bijl). Hun sjerpen hebben de kleuren van de Statenvlag: oranje, wit en blauw. Het is het eerste schutterstuk dat Hals in de buitenlucht plaatste. 49. Frans Hals - Feestmaal van de officieren van de Cluveniersschutterij (1627) - olieverf op doek. Dit schilderij hing boven de schouw, de ereplaats, in de schutterszaal. Het stootte hier het oudere schutterstuk van Cornelis van haarlem van zijn troon. Met een schuttersstuk kon een schilder zijn reputatie vestigen; deze schilderijen trokken veel bekijks. Waarschijnlijk signeerde Hals het schilderij daarom duidelijk op de armleuning van de stoel links. Het is Hals' enige gesigneerde schuttersstuk.
Frans Hals Museum, Haarlem. 50. Frans Hals - Feestmaal van de officieren van de St. Jorisschutterij (1616) - olieverf op doek. Niet alleen is dit een van Hals' vroegst bekende werken, ook is het één van de belangrijkste groepsportretten uit de Nederlandse Gouden EEeuw. Het schilderij overtreft al zijn voorgangers in levensechtheid. Het lijkt wel een snapshot, alsof de heren zich nét even omdraaien tijdens hun feestmaal. Het ontving zo veel waardering dat het rond 1685 een plek gegund werd in het Prinsenhof, de eregalerij waar alleen de belangrijkste schilderijen van de stad hingen. 51. Frans Hals - Feestmaal van de officieren van de St. Jorisschutterij (1627) - olieverf op doek. Het schuttersstuk is, net als het regentenstuk, een uniek type groepsportret, dat destijds alleen in Nederland gemaakt werd. Ook toen al waren het bezienswaardigheden. In Haarlem bestond de voorkeur om schutters al tafelend in beeld te brengen. Deze feestmaaltijden, die betaald werden door het stadsbestuur, waren echter omstreden. Zo stelt een verordening uit 1633 dat schuttersmaaltijden nog maar maximaal 4 dagen (!) mochten duren. 52. Frans Hals - Officieren en onderofficieren van de St. Jorisschutterij (1639) - olieverf op doek. Hals' laatste schuttersstuk heeft een traditionele en weinig dynamische compositie: manschappen opgelijnd in twee rijen. Anders dan we van Hals gewend zijn. De reden? Hij paste het waarschijnlijk aan een ander stuk in dezelfde ruimte aan, dat een vergelijkbare compositie had. Sommige personen figureren vaker op Hals' schuttersstukken. Zoals de kolonel linksvoor met staf. Op schilderij 51 zit dezelfde man vooraan op een stoel, ook weer met staf. Door vergelijking blijkt hoe goed Hals zijn gelijkenis trof. 53. Nicolaes Eliasz Pickenoy - Maaltijd van schutters van de compagnie van kapitein Jacob Backer en luitenant Jacob Rogh (1632) - olieverf op doek - Amsterdam Museun, Amsterdam.Voordat Rembrandt zich in Amsterdam vestigde, was Nicolaes Pickenoy er de grootste leverancier van schuttersstukken. Volgens de Amsterdamse traditie werden manschappen doorgaans staand in rijen afgebeeld, wat er vaak 'stijf' uitziet. Pickenoy schildert ze hier echter tafelend, met voor hem ongebruikelijk losse toetsen. Hij was duidelijk op de hoogte van de artistieke ontwikkelingen in buurstad Haarlem, waar Hals' levendige schuttersstukken veel bekijks trokken. noot: Er zijn (nog) geen afbeeldingen beschikbaar van 4, 7, 25, 29, 30, 40 en 46. De nummers 26 t/m 28 betrof documenten uit het Noord Hollands Archief waar o.a. iets over de schulden van Hals vermeld wordt. |