| Nederland: Jacob van Ruisdael | |
- kasteel Bentheim - fantasie & werkelijkheid Jacob v. Ruisdael |
Jacob van Ruisdael is Nederlands grootste landschapschilder uit de 17de eeuw. Het oeuvre van Van Ruisdael is enorm en omvat bijna 700 schilderijen. De landschap-scènes die hij schilderde zijn veelzijdig en variëren van vergezichten, windmolens, korenvelden en kerkhoven tot stad- en zeegezichten. Jacob van Ruisdael (1628/1629 – 1682) werd in Haarlem geboren en is in het schildersvak opgeleid door zijn vader Isaack en mogelijk ook door zijn succesvolle oom Salomon. Zijn vroegst gedateerde werk stamt uit 1646 en is duidelijk beïnvloed door de Haarlemse landschapschilder Cornelis Vroom. In 1650 ging Van Ruisdael op reis naar het Nederlands-Duitse grensgebied, samen met zijn collega en vriend Nicolaas Berchem (1620-1683), om inspiratie op te doen. Op basis van tekeningen en schilderijen van de twee kunstenaars kan worden vastgesteld dat zij onder meer Rhenen, Ootmarsum en Burgsteinfurt aandeden. Tijdens dit ‘Wanderjahr’ bezochten zij ook kasteel Bentheim. Kasteel Bentheim moet grote indruk op de jonge van Ruisdael gemaakt hebben. Hij heeft het monumentale gebouw minstens tien keer als hoofdmotief gekozen voor zijn schilderijen terwijl het minder prominent ook op een vijftal andere voorstellingen aanwezig is. Al een jaar na zijn reis, in 1651, verwerkte hij zijn indrukken voor het eerst in een schilderij. Hij blijft het kasteel door de jaren heen schilderen, de laatste stamt uit 1670, zodat ook zijn stilistische ontwikkeling af te lezen valt uit deze schilderijen. Menig bezoeker aan Bentheim zal met grote verbazing constateren dat de berg waarop Van Ruisdael het kasteel situeert in zijn schilderijen, in werkelijkheid niet meer is dan een bescheiden heuvel. Het kasteel steekt nauwelijks uit boven de daken en bomen van het omringende stadje, een fraai staaltje van manipulatie van de werkelijkheid dus. Uit: Persbericht van het Mauritshuis, oktober 2008. Het spanningsveld tussen fantasie en werkelijkheid is van alle tijden en ook bij Jacob van Ruisdael is de verbeelding aan de macht. Hoogtepunt in dat laatste opzicht is zonder meer zijn “Gezicht op het Joodse kerkhof” in Dresden waar, achter de graven zoals die nog steeds gezien kunnen worden bij Ouderkerk aan de Amstel, de imposante ruïne van het kasteel Egmond verrijst onder een zware wolkenlucht met regenboog. Het is niet onmogelijk dat hij met dit bouwsel het kasteel Gijsbrecht van Aemstel heeft willen verbeelden, al mogen we toch vermoeden dat zijn tijdgenoten, als ze de ruïne van Egmond niet zouden hebben herkend, geweten hebben dat hier in de tijd van Floris V geen joodse grafstenen werden neergelegd. Nauwgezetter lijkt zijn beroemde “Gezicht op Wijk bij Duurstede” in het Rijksmuseum. Daar is het kasteel, dat voor de Reformatie een tijd lang diende als zomerverblijf voor de bisschoppen van Utrecht, naar de achtergrond verbannen, terwijl een korenmolen op de voorgrond tot hoofdonderwerp is verheven. In vergelijking met “Het Joodse kerkhof” heeft Ruisdael de situatie als een getrouwe afspiegeling van de werkelijkheid weergegeven. Maar in feite speelde hij een bekwaam spel met de onderdelen: ook dit schilderij is een intelligente constructie. Uit: KasteelKatern, september 2009, nummer 26. |