| Namibië: Koloniaal Duitsland | |
| - Namibische genocide - Herero vs Duitsers - Nama vs Duitsers - O. von Bismarck - Major C. v. François - E. H. Göring - T. G. Leutwein - Namibische genocide - L. von Trotha |
In 1870 verklaart de Franse keizer Napoleon III de oorlog aan Pruisen. De Fransen worden binnen 2 maanden smadelijk verslagen en bij Sedan geeft de Franse keizer
zich met meer dan 80.000 ontwapende troepen over aan de Pruisische koning in de persoon van diens kanselier Otto von Bismarck. Het Franse keizerrijk vervalt, in de
vocabulaire van die dagen, tot een republiek en verliest Elzas-Lotharingen aan Duitsland, dat door Bismarck tot het Tweede Duitse Rijk wordt verenigd, met de Pruisische koning Wilhelm I
als keizer (ook nog gekroond, extra vernedering, in Versailles). De verhoudingen in Europa blijken door dit alles grondig veranderd en Bismarck, de architect ervan, beseft dat hij de onrust die hij heeft veroorzaakt (Groot-Brittannië houdt het hart vast, Italië en Spanje sidderen, Rusland houdt zich dreigend op in de coulissen, de Donaumonarchie ontwaakt uit een nachtmerrie) tot elke prijs moet bezweren. Hoe? Het is intussen 1884. Bismarck belegt een grote Europese top in de Rijkskanselarij aan de Berlijnse Wilhelmstrasse, waar nog geen vijftig jaar later door Adolf Hitler het Derde Rijk zal worden uitgeroepen. Maar nu (het is nog maar het Tweede Rijk) laat Bismarck in de conferentiezaal de meest recente kaart van Afrika ophangen. De volledige kolonisering van Afrika, alleen aan zijn kusten hier en daar door zeemogende Europese naties van agentschappen voorzien, moet Europa stabiliseren en waar mogelijk troost bieden. Onder meer aan Frankrijk voor het verlies van Elzas-Lotharingen. “Mijn kaart van Afrika ligt in Europa”. Bismarck, “de ijzeren kanselier, sluw als een slang, krachtig als een leeuw”, heeft het letterlijk zo bedoeld. Dat nieuwe Tweede Rijk, niet ouder dan dertien jaar, wou ook koloniën. Zo is de Bismarck-archipel, een handvol naamloze eilanden achter Nieuw-Guinea, ontstaan. Én vooral Duits Zuid-West-Afrika, het huidige Namibië. Bron: Vara-gids (april 2007). Die koloniale drang van Bismarck schijnt vriend en vijand te hebben verbaasd; hij was voorheen immers altijd heel duidelijk over het feit dat hij helemaal niets in koloniale expansie zag. Maar omdat hij het belangrijk vond de rust in Europa te bewaren en de toekomst van Europa voor ogen had, begon hij toch aan het koloniale avontuur. Duitse zendelingen deden in West Zuid Afrika in die tijd al pogingen om de bevolking “beschaving” bij te brengen. Door o.a. de steeds weer oplaaiende ruzie (om vee en graasrechten) tussen de nomadische Hereros en Nama viel dat niet echt mee. De komst van Lüderitz betekende een merkbare verandering. Hij had veel geld geërfd van zijn vader en besloot in 1883 naar Afrika af te reizen. Er werd een groot stuk land van een Nama hoofdman aangekocht, incl. Angra Pequena dat later werd omgedoopt tot Lüderitz. Dat gebied werd later dat jaar verder uitgebreid waardoor Lüdertizland, zoals het werd genoemd, aan de Kaapkolonie grensde en de daar gehuisveste Britten een onbehagelijk gevoel gaf. De Britten lieten richting Duitsland echter niet blijken dat zij aanspraak maakten op het land, zelfs niet nadat Bismarck het hen expliciet vroeg. Toen Bismarck in 1884 hieromtrent nog steeds niets van de Britten had vernomen en Lüderitz opnieuw om bescherming vroeg, liet hij de Britten weten dat het gebied onder Duitse bescherming viel. De Britten hadden blijkbaar nog steeds niet door dat Bismarck kolonialisme inmiddels op zijn agenda had staan. Uiteindelijk werd het kustgebied tussen de Kaapkolonie en Portugees Angola Duits gebied en vestigden zich geleidelijk aan steeds meer kolonisten in Duits Zuidwest-Afrika. H. Göring was de eerste gouverneur van dit gebied (zijn zoon Hermann verwierf bekendheid in WO II). Vanuit zijn administratiekantoor in Otjimbingwe probeerde hij een einde te maken aan de strijd tussen de Herero en de Nama door hun leiders er van te overtuigen “Schuzverträge” te tekenen. In 1885 lukte het hem om Maherero, leider van de Herero, een dergelijk verdrag te laten tekenen. De leider van de Nama, Hendrik Witbooi, weigerde echter pertinent. Dreigementen van Göring aan het adres van Witbooi hielpen totaal niet; er waren op dat moment helemaal geen Duiste soldaten aanwezig, dus iets met geweld afdwingen was (nog) niet aan de orde. Göring kon ook niet voorkomen dat de verschillende volkeren wapens en munitie importeerden, waardoor onderlinge gevechten steeds weer oplaaiden. Göring verliet de Duitse kolonie in 1890. In 1891 werd Curt von François aangesteld als gouverneur. Hij was in 1889 via Walvis Bay (Britse enclave) naar Windhoek getrokken en had daar het hoofdkwartier (Alte Feste) van de Duitsers gevestigd. Hij was gouverneur tot 1894. Tijdens zijn ambtstermijn maakte hij Swakopmund de belangrijkste haven van de kolonie en was hij betrokken bij gevechten met de Nama. Theodor Leutwein was zijn opvolger en had als opdracht het gebied verder te koloniseren. Het lukte hem om de gevechten tussen de Herero en de Nama te beëindigen. Met name de Herero verkochten hierna steeds meer land aan kolonisten (door de runderpest van 1897 had men bijna al het vee verloren) om hun schulden af te kunnen betalen. Ze hadden die schulden opgebouwd door op de pof goederen en alcohol van kolonisten te kopen. In 1904 was de onrust onder de Herero over hun steeds kleiner wordend grondbezit zo opgelopen dat ze besloten het verdrag met de Duitsers te verbreken. Ze eisten, onder leiding van Samuel Maherero, hun land terug. Intussen had Leutwein in het zuiden zijn handen vol aan de Nama. Hij werd al snel vervangen door Von Trotha, die de opdracht meekreeg zo snel mogelijk een einde te maken aan de opstand van de Herero en de Nama. |