Namibië: Windhoek
- meer Windhoek
- Onganga
Windhoek heeft meer dan 220.000 inwoners, is de hoofdstad en de grootste stad van Namibië met een kleurvolle etnische mix van Europeanen, Owambos, Hereros, Damaras, San, Namas etc. Het wordt omringd door de Otjihavera Mountains in het noorden en oosten en de Auas Mountains in het zuiden. In het westen ligt het Khomas Hochland dat zich uitstrekt tot de Namib woestijn en de kust.

Door de hete waterbronnen (in het huidige Klein Windhoek district) stond Windhoek oorspronkelijk bij de Khoikhoi (Nama) bekend als Ai-gams (stoom, vuurwater) en bij de Herero als Otjomuise (plaats met rook). Deze bronnen zijn eeuwenlang gebruikt door de San en Nama, die met hun dieren door het gebied trokken.
Het huidige Windhoek is rond 1840 gesticht door Oorlam leider Jonker Afrikaner. Het verhaal gaat dat hij Wind Hoock heeft vernoemd naar zijn geboortehuis in de Kaap, maar daar is geen feitelijk bewijs voor. In de tijd dat Jonker hier verbleef diende de plaats als handelspost tussen de Oorlam/Nama and Herero. Jonker gebruikte het ook als hoofdkwartier van waaruit hij met zijn commando’s vee stal van de Herero die ten noorden van Swakop River leefden. Na de dood van Jonker in 1861 werd Windhoek verlaten totdat rond 1870 missionaris Schröder zich hier vestigde.
Eind 19de eeuw, tijdens de Duitse koloniale bezetting, moest Major Curt von François vrede zien te bewerkstelligen tussen de oorlogvoerende Nama en Herero. In 1890 trokken de Duitsers zich, onder zijn leiding, in Windhoek terug nadat ze door Nama leider Hendrik Witbooi uit Otjimbingwe en Tsaobis waren verdreven. Dit viel samen met de dood van Herero leider Maherero. Tegen de tijd dat zijn opvolger Samuel Herero afgezanten naar Windhoek stuurde, waren de Duitsers al een heel eind gevorderd met het bouwen van het fort, de Alte Feste. Het fort fungeerde als hoofdkwartier van de zogenaamde Schutztruppe. Windhoek groeide, als centrum van de Duitse kolonie, in de jaren hierna rondom het fort verder uit; vooral nadat in 1902 de spoorlijn naar Swakopmund voltooid werd. In die tijd werd er veel gebouwd; onder andere het Tintenpalast, waar nu het parlement zetelt, en de Christuskirche.

Het centrum van de stad is te voet goed te bezichtigen; het is immers niet echt groot. In verband met de warmte is het verstandig om ’s ochtends vroeg of aan het eind van de middag te gaan wandelen.

Kudu Memorial Christuskirche Christuskirche vanuit de tuinen
van het parlementsgebouw.
Christuskirche vanaf het Rider Denkmal.

In de jaren 60 van de vorige eeuw probeerde de Zuid Afrikaanse regering Namibië als haar 5de provincie in te lijven. Het was niet alleen voor Windhoek maar voor het hele land een periode van groei, die echter gepaard ging met de invoering van apartheid. In Windhoek werd de zwarte bevolking gedwongen te gaan wonen in township Katutura (wat vrij vertaald “the place were we don’t want to stay” betekent) en ontstonden de blanke wijken Hochland Park en Pioneer’s Park. Op 10 december 1959 eindigde een demonstratie tegen de gedwongen verhuizing in een bloedige confrontatie met de politie. Er kwamen 13 mensen om het leven en vele vluchten uit angst voor verdere problemen. Uiteindelijk namen vrijwel alle zwarte inwoners van Windhoek hun intrek in Katutura zonder nieuwe incidenten. Inwoners die een iets minder donkere huid hadden werden geacht in een gebied te gaan wonen dat Khomasdal werd genoemd.
Tegenwoordig is iedereen vrij te gaan wonen waar hij of zij wil, maar de overgrote meerderheid van de zwarte inwoners woont nog steeds in Katutura. Het wordt afgeraden om op eigen houtje de township te bezoeken. De 13 slachtoffers van het geweld op 10 december 1959 zijn begraven op het Old Location Cemetary, dat de status van nationaal monument heeft gekregen. Sinds 1990 is 10 december een nationale gedenkdag: “Human Rights Day”.