| Namibië: Etosha National Park | |||||||||||||||||
![]() - dieren - Etosha Pan - Okaukuejo area - Halali area - Namutoni area Etosha NP |
Etosha National Park ligt (Andersson Gate ten noorden van Outjo) ongeveer 425 km ten noorden van Windhoek. Het is absoluut een must om dit park te bezoeken als je naar Namibië gaat. Met name in de droge tijd is het mogelijk om in de buurt van waterbronnen veel dieren van dichtbij te bewonderen. Het is aan te raden om zo vroeg mogelijk het park in te rijden en bij de verschillende waterbronnen een kijkje te nemen. Ook al zie je bij aankomst geen enkel dier, neem even de tijd want het kan er zo vol staan. In de rest camps is informatie verkrijgbaar: een plattegrond waarop de waterbronnen en wegen zijn aangegeven, is heel handig. Etosha is zeer goed bereikbaar; tot aan de zuidelijke en oostelijke poort liggen prima asfaltwegen. Het entreegeld voor 24 uur toegang (2007, 2010) is N$ 80,- per persoon en N$ 10,- per auto. Binnen het park ligt 800 kilometer aan goede gravelwegen. Het westelijk gedeelte van het park heeft veel slechte wegen en is alleen met een vergunning toegankelijk. De 3 rest camps bieden goede overnachtingsmogelijkheden: Okaukuejo (zuidelijke ingang), Namutoni (oostelijke ingang) en daartussenin Halali. De waterpoelen bij de rest camps trekken vooral in het droge seizoen veel dieren aan en zijn ’s nachts verlicht.
De eerste bewoners van de Etosha omgeving waren de nomadische San (Hai//om Bushmen) die de dieren volgden en gebruik maakten van de waterbronnen. Charles Andersson en Francis Galton waren de eerste Europeanen die over de Etosha pan schreven. Zij kwamen voor het eerst bij het huidige Namutoni eind mei in 1851 en troffen hier kuddes zebra’s, springbokken én vee van de Owambo bevolking in het noorden. Tussen 1876 en 1879 verbleven de Dorsland Trekkers tijdelijk bij Namutoni en Rietfontein. Zij waren op weg van de Transvaal Republiek, via Botswana naar Angola. Velen van hen liepen hier malaria op en een groot deel van het vee werd ziek. In 1885 vestigden 46 families ten zuidoosten van Namutoni op het grondgebied dat Willem Jordan aan hen had geschonken. Hij had ongeveer 2.500 km2 land van Owambo chief Kambonde gekocht. De Trekkers vertrokken echter weer snel a.g.v. de botsingen met de San en de afname van hun vee door ziekten en aanvallen van leeuwen. De eerste Europese bemoeienis met deze regio was aan het einde van de 19de eeuw, toen de Duitse koloniale regering werd geconfronteerd met de runderpest. In een poging de ziekte te beteugelen werd er aan het zuiden van de Etosha Pan een “veeloze” bufferzone ingesteld. Om zaken te kunnen controleren werd er zowel in Namutoni als in Okaukuejo een klein fort gebouwd. Tussen 1955 en 1960 verschenen aan de zuidkant van het park de eerste omheiningen, die door de blanke boeren werden aangelegd. In 1961 brak er mond-en-klauwzeer uit en werden er omheiningen aan de oost- en zuidkant aangebracht. Rond 1973 was het gehele park omheind.
Het park is in 1907 gesticht door gouverneur Friedrich von Lindequist. Het kreeg de naam Game Reserve No 2. Er kwamen op dat moment geen olifanten (laatste kudde was in 1881 in Namutoni afgeschoten), leeuwen, zwarte of witte neushoorns voor. In 1912 was de leeuw terug in dit gebied, zwarte neushoorns kwamen geleidelijk aan terug en de olifant verscheen weer in 1946. Op dit moment komen er meer dan 2.500 olifanten in het park voor. In 1995 werd de witte neushoorn geherintroduceerd en de zwarte neushoornpopulatie is inmiddels een van de grootste van de wereld, dit ondanks het verlies van vele dieren in 1989 door toedoen van stropers. In 1958 kreeg het park de naam Etosha Game Park en in 1967 kreeg het de status van nationaal park. Sinds de stichting is de grootte van het park meerdere malen gewijzigd. Het grootst was het park tussen 1956 en 1963, 100.000 km2, toen het zich uitstrekte tot de Atlantische Oceaan. Door de thuislandenpolitiek van Zuid Afrika in de jaren zestig van de vorige eeuw verloor het park bijna 80% van zijn oppervlakte. De huidige omvang van 22.270 km2 werd in 1970 bereikt. De eerste georganiseerde reis naar Etosha vond plaats in 1946. Deze reis werd georganiseerd door de South African Railways en er waren 137 deelnemers. In de jaren daarna begon Etosha zich meer te richten op het toerisme. In 1955 bezochten meer dan 6000 mensen het park en werd Okaukuejo Rest Camp geopend. In 1957 en 1967 volgden respectievelijk Namutoni en Halali. In de loop der jaren is onderzoek steeds belangrijker geworden. Het aantal dieren nam toe, de grootte van het park nam af en er moet gelet worden op ziekten, probleemdieren, begrazing etc. Hiertoe is in 1974 het Etosha Ecological Institute opgericht. Doordat er veel onderzoek wordt gedaan, bestaan er over aantallen dieren vrij nauwkeurige statistieken.
In 2007, vierde men het 100 jarig bestaan van het park. Het heeft die eeuw toch maar mooi doorstaan, ondanks alle onrust veroorzaakt door de koloniale Duitse regering, de Zuid Afrikaanse overheersing, het verdrijven van sommige van de oudste bewoners van dit gebied en de illegale jacht. In die 100 jaar is men niet alleen in staat gebleken het dierenleven in Etosha te verbeteren, maar worden ook dieren naar elders gebracht om daar het aantal weer op een goed niveau te krijgen. Dat is goed voor de lokale economie en de biodiversiteit. De toename van het aantal giraffes in de Kunene-regio in de afgelopen jaren is te danken aan introducties vanuit Etosha. In 2006 zijn honderden dieren waaronder de black-faced impala, eland, gemsbok, gnoe en zebra naar verschillende beschermde gebieden in de Kunene-regio en de Caprivi-regio over gebracht. Komende jaren zullen er ook zwarte neushoorns elders worden geplaatst o.a. naar Zambia en de Caprivi-regio. Er zijn/waren helaas ook problemen. Zo waren er oorspronkelijk veel meer gnoes in het park dan er op dit moment verblijven. Het aantal gnoes is sterk afgenomen a.g.v. de omheinig van het park waardoor migratie, wat voor gnoes heel belangrijk is, niet meer mogelijk is. De huidige populatie lijkt wel stabiel te zijn. De omheining levert ook problemen op doordat olifanten heel erg vaak proberen zich er een weg door heen te banen. Op bepaalde plaatsen neemt de begroeiing sterk af a.g.v. van het hoge aantal olifanten en een ander probleem vormt de regelmatige conflicten tussen mens en dier. Met het oog op dit laatste zal in de toekomst veel aandacht worden besteed aan de omgeving van het park, zodat omwonenden meer mee kunnen profiteren van het park en niet alleen de lasten ervaren. |