| VS, Californië: Highway 1 | |||||||||||||||||||||
| - Point Arena - Point Lobos SR - zeeolifanten - Big Sur - Point Sur SHP - Fort Ross SHP 1 - Fort Ross SHP 2 - Russisch Amerika - Sutter's Fort SHP |
Highway 1 ligt grotendeels langs de kust van Californië en is beroemd om de vele mooie kustlijnen waar het zicht op biedt. De weg loopt van het zuiden van Los Angeles bij interstate 5 tot aan het plaatsje Leggett, dat meer dan 200 mijl ten noorden van San Francisco ligt. Ten noorden van San Francisco ligt de weg in een gebied waar veel coastal redwoods groeien en hier en daar staan ook enorme eucalyptusbomen. Vanuit San Francisco loopt hwy 1 gezamenlijk met hwy 101 over de Golden Gate Bridge en in Marin County (bij Mill Valley) splitsen beide wegen waarbij hwy 1 al slingerend de kust opzoekt. Vanaf Muir Beach loopt de weg langs Point Reyes NS en Tomales Bay door Sonoma County langs Fort Ross SHP. Fort Ross was de meest zuidelijke Russische kolonie en ongeveer 30 jaar zeer succesvol. Hier verschenen de eerste windmolens en scheepswerven van Californië. De Russian-American Company, een commercieel jacht- en handelsbedrijf van de Russische tsaristische regering, beheerste in de eerste helft van de 19de eeuw alle Russische activiteiten in het noordwesten van Noord Amerika. In eerste instantie werden kolonies gesticht in Alaska. Toen men daar niet voldoende voedsel kon verbouwen week men uit naar Californië. Ivan Alexandrovich Kuskov werd op pad gestuurd en na een aantal verkenningsmissies kwam hij in 1812 in Ross aan. Samen met de meer dan 100 man die met hem waren meegekomen, bouwde hij het fort. In december 1841 verkocht de Russian-American Company het fort aan John Sutter en binnen een paar maanden waren de Russen uit dit gebied verdwenen. In 1873 werd het gebied door George W. Call gekocht die er een grote ranch vestigde. De Call familie verkocht in 1903 het fort een deel van de grond aan de California Historical Landmarks Committee. In 1906 werd het aan de staat overgedragen en kreeg het de status van een historisch monument. Verder in noordelijke richting liggen langs hwy 1 plaatsen als Point Arena en Fort Bragg. Point Arena is een klein plaats dat ongeveer 130 mijl ten noorden van San Francisco ligt. De vuurtoren is, volgens haar eigen website, de enige vuurtoren aan de westkust van de VS die een hoogte van enige betekenis heeft. Er is een museum en het is mogelijk om te overnachten in een van de huisjes waar de vuurtorenwachters vroeger woonden. Vlak bij de vuurtoren zijn vaak zeehonden te zien en het is mogelijk om een eindje langs de kust te wandelen. Point Arena is sinds 2007 een “official gateway” van het California Coastal National Monument dat wordt beheerd door Bureau of Landmanagement (BLM). Na Fort Bragg ligt hwy 1 nog 48 kilometer langs de kust waarna de weg landinwaarts loopt om in Leggett in hwy 101 op te gaan. Dat laatste stukje gaat de weg overigens door bergachtig bosgebied dat, voor de vele fietsers die over hwy 1 reizen, echt afzien is.
Ten zuiden van San Francisco, bij San Luis Obispo, splitst hwy 1 zich af van hwy 101 en loopt het in noordelijke richting als snelweg door Morro Bay tot aan het dorpje Cayucos. Vanaf daar is het weer een tweebaans weg die de kust volgt langs San Simeon, de zeeolifanten bij Piedras Blancas Lighthouse, Big Sur en uiteindelijk voorbij Carmel in Monterey weer een snelweg wordt. Langs dit deel van de weg bevinden zich staatsparken die een bezoekje zeker waard zijn, zoals Point Sur SHP en Point Lobos SR. Point Sur is een vulkanische rots aan het einde van een verder vlak deel van de kustlijn. In 1889 werd de vuurtoren in gebruik genomen en die is tot de automatisering in 1974 bemand gebleven. De vuurtoren is nog steeds in werking. Tijdens de 19de eeuw werd de meeste vracht getransporteerd per boot. Om de vele schepen enige veiligheid te bieden, bouwde de U.S. Lighthouse Service Board een serie van vuurtorens langs de Californische kust met ongeveer 60 mijl afstand tussen 2 vuurtorens. Bij Point Sur waren al meerdere schepen vergaan en de zeevaarders hadden al een tijd om een vuurtoren gevraagd toen de regering in 1885 geld vrijmaakte om er eindelijk een te bouwen. Deze vuurtoren werd tussen die van Piedras Blancas en die van Pigeon Point gebouwd die zich respectievelijk 60 mijl ten zuiden en 60 mijl ten noorden van Point Sur bevonden.
|