Australië, Tasmanië: natuurgebieden
- flora & fauna
- Cradle Mountain
- Franklin Gorden
- Freycinet
- Lake St. Claire
- Mount Field
- Southwest
- The Nut

externe links:
- P&W Service
- Humbug Point
- doline
- Mole Creek
- Victoria Forest
- Rocky Cape
- St Columba Falls
- St Helens Point
- St Marys Pass
- Tasman
- Tasman Cruises
- Tessellated Pavement
Tassie dankt zijn geheel eigen landschap, klimaat en cultuur aan de 300 kilometer die het eiland scheiden van het vaste land. De geïsoleerde ligging heeft een unieke flora en fauna opgeleverd, maar ook frisse lucht en een overvloed aan water en een ontspannen manier van leven. Iets minder dan een derde van het landoppervlak is landbouwgrond, met de nadruk op wijnbouw en een groot deel van de bevolking woont in en om Hobart. De natuur krijgt dan ook de ruimte op dit prachtige eiland. Meer dan eenvijfde deel van Tasmanië staat op de World Heritage List omdat het één van de laatste echte wildernissen op aarde betreft. Deze gematigde wildernis strekt zich uit van Cradle Mountain in het noorden tot South West Capes en de eilanden. Het omvat ruige bergketens, wilde rivieren, grotten die hun oorsprong vinden in de laatste ijstijd, antieke wouden, watervallen en zeldzame dieren en planten. Hier komen nog enkele zoogdiersoorten voor die op het vaste land al lang zijn uitgestorven.

De Tasmaanse Parks and Wildlife Service heeft als visie "To protect, present and manage in concert with the community, Tasmania's unique and outstanding reserve system for all people, for all time". Op haar website verwoordt deze organisatie haar missie als volgt: "To create and maintain a representative and world-renowned reserve system. To conserve the State's natural and cultural heritage while providing for sustainable use and economic opportunities for the Tasmanian community".
Aan het einde van de 19de eeuw werd er in Tasmanië land gereserveerd voor “scenic purposes”; o.a. bij de Russell Falls. In 1915 werden Mt Field en Freycinet de eerste nationale parken van het eiland. In 1922 kreeg het gebied tussen Cradle Moutain en Lake St Clair een beschermde status. Eind jaren 60 en in de jaren 70 van de vorige eeuw ontstond er veel onrust en bezorgdheid naar aanleiding van plannen om dammen in de wildernis van het zuidwesten te realiseren. Uiteindelijk kwamen die er, waarbij een groot gebied onder water kwam te staan (Lake Pedder werd vele malen groter). De regering realiseerde zich dat het nodig was om een nieuwe manier te vinden om met natuur & milieu om te gaan en het zeer zinvol was om daar een professionele organisatie voor op te zetten. Die organisatie, The National Parks and Wildlife Service, is er sinds 1971 en inmiddels zijn er vele beschermde gebieden bijgekomen.
Een opvallende gebeurtenis was de totstandkoming van het Franklin Gordon Wild Rivers National Park in 1981, naar aanleiding van het debat over elektriciteitswinning waarbij de Franklin River buiten de oevers zou treden. Vervolgens werd in 1982 dit park samen met Southwest National Park en Cradle Mountain Lake St Clair National Park opgenomen in de World Heritage lijst en besloot het hoogste gerechtshof in 1983 dat de dam er niet zou komen.

Op dit moment beheert de Parks and Wildlife Service, naast 19 nationale parken, meer dan 420 andere gebieden. De website meldt de volgende indeling:
National Park: large natural area containing a representative or outstanding sample of major natural regions, features or scenery;
State Reserve: area containing significant natural landscapes, natural features, and/or sites, objects or places of significance to Aboriginal people;
Nature Reserve: area that contains natural values that contribute to the natural biological diversity or geological diversity of the area of land, or both; and are unique, important or have representative value;
Game Reserve: area containing natural values that are unique, important or have representative value particularly with respect to game species;
Conservation Area: area predominantly in a natural state but mining, and in some cases, hunting, may be permitted;
Nature Recreation Area: area predominantly in a natural state; or containing sensitive natural sites of significance for recreation;
Regional Reserve: area with high mineral potential or prospectivity; and predominantly in a natural state;
Historic Site: area of significance for historic cultural heritage.

Lake Pedder
(Southwest National Park)
The Nut State Reserve Port Arthur
HS
Nelson Falls (Franklin Gordon
Wild Rivers National Park)
Humbug Point Conservation Area

Aan de noordoostkant van Georges Bay, ongeveer 10 kilometer ten noordoosten van St Helens ligt Humbug Point Nature Recreation Area. Het is vanaf de Tasman Hwy (A3) te bereiken via de Binalong Bay Road (C851) die tot aan het puntje van het schiereiland loopt. Vanuit Dora Point loopt er een wandelpad om Humbug Point heen (ongeveer 6 tot 7 uur lopen). Er zijn ook kortere wandelingen langs de kust mogelijk, bijvoorbeeld heen en terug tussen Skeleton Rock en Grants Point. Het is goed mogelijk dat je in de zee een zeeleeuw spot. De heide trekt veel vogels aan en in de lente geven onder andere de vele gele kegels van Banksia marginata kleur aan dit gebied. De Aboriginals zogen uit deze kegels regenwater en nectar.
In het noorden grenst Binalong Bay aan Humbug Point. Deze baai is het zuidelijke deel van Bay of Fires die zich, met zijn prachtige stranden, over 30 kilometer uitstrekt tot aan Eddystone Point in het zuiden van MT William National Park. De baai kreeg de naam van Tobias Furneaux die hier in 1773 langs de kust vaarde en aan de kustlijn de vuren van de Aboriginals zag. Deze Britse ontdekkingsreiziger concludeerde abusievelijk dat het hier dichtbevolkt was; dit gebied is duizenden jaren in een bepaalde periode van het jaar het leefgebied van de Panpekanner stam geweest. Skeleton Point was een belangrijke ontmoetingsplaats; Eddystone Point wordt sinds 2006 door de oorspronkelijke bevolking verpacht.

Het gebied rondom het plaatsje Mole Creek (ongeveer 50 kilometer ten zuiden van Devonport) staat bekend om de vele grotten en dolines. In 1996 kreeg het gebied de status van nationaal park; Marakoopa Cave en King Solomons Cave zijn voor het publiek opengesteld. Beide grotten liggen ten westen van Mole Creek en zijn te bereiken via een zijweg van de B12. Kaartjes voor rondleidingen zijn te verkrijgen bij  Marakoopa Cave.
King Solomons Cave dankt zijn naam aan de kalkspaatkristallen die glinsteren als diamanten. Het is een kleine droge grot. Marakoopa Cave is groter en bevat ondergrondse stroompjes. Er huist een grote glimwormenpopulatie. Dat zijn overigens geen wormen maar larven van een mugachtige vlieg. Het licht is het gevolg van de verbranding van afvalstoffen in afscheidingsklieren van de beestjes. Vrouwtjes produceren ook licht om mannetjes aan te trekken. Er komen geen vleermuizen in de grotten voor maar wel grotspinnen, -krekels en berggarnalen.

De Ralph Falls is een smalle hoge waterval in het Mt Victoria Forest Reserve. Deze waterval is via onverharde wegen te bereiken vanaf de St Columba Falls (Pyengana) of vanuit Ringarooma. Vanaf de parkeerplaats is een uitzichtpunt te bereiken (korte wandeling). Dit uitkijkpunt biedt ook een mooi uitzicht over Ringarooma Valley.
Mount Victoria is met zijn 1213 meter hoogte, niet echt een grote berg te noemen, maar men erkent al lange tijd de botanische en recreatieve waarde van deze berg en het omliggende gebied. In 1922 legde de overheid een weg naar Garden Creek aan zodat het begied toegankelijker werd t.b.v. recreatie. In 1980 werd de weg door de Ringarooma Progress Association uitgebreid tot aan de Ralph Falls en werden er wandelpaden aangelegd. Sinds 1983 heeft dit gebied de status van Forest Reserve.

Het kleinste nationale park van Tasmanië, Rocky Cape National Park, ligt in het noordwesten van het eiland (ongeveer 80 kilometer ten westen van Devonport) aan de kust van de Bass Strait. Het kreeg in 1967 de status van nationaal park om de vele Aboriginal archeologische vondsten te beschermen. In de tijd dat de Britten hier verschenen, begin 19de eeuw, woonden de Rar.rer.loi.he.ner bevolking in dit gebied.
Het park omvat flinke rotspartijen, beschutte baaitjes, beboste en met heide begroeideheuvels en grotten. Met de auto kom je niet verder dan Sisters Beach in het oosten en Rocky Cape Road in het westen. Vanuit Sisters Beach is het mogelijk om naar Wet Cave en Lee Cave te lopen, waar op borden informatie staat over de Aboriginals die hier duizenden jaren hebben geleefd. Rocky Cape Road leidt naar de vuurtoren en van daar uit is het mogelijk om naar North Cave en South Cave te lopen.

De St Columba Falls liggen ten noordwesten van St Helens en zijn te bereiken via de Tasman Hwy (A3) en vervolgens vanuit Pyengana via de C428. Vlak vóór de parkeerplaats is er goed uitzicht op deze waterval die tot de hoogste watervallen (bijna 90 meter) van Tasmanië behoort. Vanaf de parkeerplaats is het een korte wandeling naar de voet van de waterval. Die wandeling is echt de moeite waard; er staan prachtige tree ferns!
Gemiddeld loopt hier 42.000 liter water per minuut door; in de winter kan dat oplopen tot 200.000 liter per minuut. Voor zover men weet heeft deze waterval nog nooit droog gestaan. Het water bereikt uiteindelijk de zee in St Helens (George Bay). Op het bordje aan de voet van de waterval is het volgende te lezen: “In 1929 record floods created forces difficult to imagine. Large stabs of granite were torn from this cliff face and crashed to the valley floor, dramatically changing the course of the falls. The floods also rendered much of the fertile river flats of the Pyengana valley useless for farming for many years after, as they were covered with several metres of sand, gravel and logs.”

Aan de zuidoostkant van Georges Bay, een paar kilometer ten oosten van St Helens ligt St Helens Point Conservation Area. Het is vanaf de Tasman Hwy (A3) te bereiken via de St Helens Point Road (C851) die tot aan het puntje van het schiereiland loopt.
St Helens Point is bijna het meest oostelijk gelegen punt van Tasmanië. Hier kun je van Burns Bay naar Beer Barrel Beach lopen (1 uur heen en terug); in de eerste baai schijnt het goed zwemmen te zijn en de laatste is blijkbaar uitermate geschikt om te surfen. Beer Barrel Beach is ook te bereiken via een onverharde zijweg, die naar de vuurtoren leidt. Een andere wandelmogelijkheid is van de mooie Peron Dunes naar Maurouard Beach (1 uur heen en terug).
Grote duingebieden zijn een van de kenmerken van dit gebied. In het verleden is hier helm geïntroduceerd als ondersteuning bij het bestrijden van het eroderen van de duinen. Er komt ook een inheems gras voor, Spinifex hirsutus, dat ook een belangrijke rol speelt. Het is in staat zand aan zich te binden waardoor het voorkomt dat zand landinwaarts wordt geblazen. Andere planten krijgen hierdoor de mogelijkheid om in dit gebied te groeien.

Rijdend van Bicheno naar St Marys is het zeker de moeite waard om via de Elephant Pass te rijden; scherpe bochten met hier en daar mooi uitzicht. Vanuit het plaatsje St Marys zijn de pieken South Sister en North Sister te bereiken, maar de weg schijnt erg slecht te zijn en is een 4WD naar het schijnt geen overbodige luxe.
St Marys Pass State Reserve is wel goed te bereiken met een gewone auto of camper. Aan de Esk Hwy tussen het plaatsje St Marys en St Marys Pass (in 1842-1845 door gevangenen aangelegd) ligt een parkeerplaats met picknickgelegenheid waar het maar een korte wandeling naar de waterval is. Toen wij er waren (2009) was er weinig waterval te zien … een erg droge periode blijkbaar.

Tasman National Park ligt in het zuidoosten van Tasmanië, aan de oostkust van Forestier Peninsula en aan de oost- en zuidkust van Tasman Peninsula. Vooral het deel van het park dat op Tasman Peninsula ligt is goed te bezoeken; het is vanuit Hobart te bereiken via de Arthur Highway (A9).
Het park is in 1999 opgericht en het beschermt diverse bosgebieden en spectaculaire kustlijnen. Er zijn mooie rotsformaties en het zuidelijke deel heeft enkele van de hoogste en spectaculairste kliffen van Australië. Het is mogelijk om flinke wandelingen te maken bijvoorbeeld naar Cape Raoul, Cape Huay, Mt Fortescue en Waterfall Bay. Op termijn wordt er de Three Capes Track gerealiseerd; een meerdaagse wandelroute die de 3 kapen verbindt.
Er zijn ook wandelingen die minder inspanning vergen. Vanaf de parkeerplaats bij Tasman Blowhole biedt een korte wandeling niet alleen uitzicht op die Tasman Blowhole maar zijn ook Tasman Arch en Devils Kitchen te zien. Dit deel van het park ligt in het noordoosten van het schiereiland en is vanuit Eaglehawk Neck te bereiken via Blowhole Road (C338).
Remarkable Cave bevindt zich in het zuiden van het schiereiland, ongeveer 5 kilometer ten zuiden van Port Arthur. Vanaf een kleine parkeerplaats is, via een pad met veel trappen, een plek te bereiken met goed zicht op de “grot” en het binnenstromende water. Verder is er een uitzichtpunt met mooi uitzicht op Maingon Bay en Cape Raoul.
Bij alle uitkijkpunten blijkt wel hoe prachtig de kust van Tasman Peninsula is. Wij hadden graag deelgenomen aan een boottocht langs de kust. Tasman Island Cruises organiseert dat soort tochten, waarbij je ook veel wildlife kunt zien (o.a. zeeleeuwen). Helaas werkte het weer niet mee waardoor het er niet van gekomen is.

Iets ten noorden van Eaglehawk Neck bevindt zich, op Forestier Peninsula, een geologisch unieke situatie. Tessellated pavement is een zeldzaam erosie-verschijnsel dat voorkomt in platte rotsformaties in sommige kusten van oceanen. De rots is door druk op de aardkorst gescheurd en door zand en water geërodeerd tot een vormen die op tegels lijken … vandaar ook de naam.
Er is een kleine parkeerplaats en via een wandelpad is een uitkijkpunt te bereiken. Het is ook mogelijk om verder door te lopen tot aan het water. Als het tij het toestaat is het mogelijk om over het tessellated pavement te lopen.