| zuidelijk Afrika: Botswana, Namibië & Zimbabwe - bevolking | |
| info: Damara Khoisan: - Nama - San Bantoevolken: - Caprivi - Herero - Kavango - Ndebele - Ovambo - Shona - Tswana overig: - Basters |
De oorspronkelijke bewoners van het gebied dat nu Zimbabwe, Botswana en Namibië beslaat, zijn de San, meer bekend onder de naam Bosjesmannen.
Van deze jagers-verzamelaars zijn talrijke, over geheel zuidelijk Afrika verspreide, rotsschilderingen bewaard gebleven. De oudste daarvan zijn 25.000 jaar geleden gemaakt. De bekendste
rotsschilderingen zijn die van Matobo (Zimbabwe), Tsodilo Hills (Botswana) en Brandberg (Namibië). Gedurende de afgelopen eeuwen zijn de San door de grote volksverhuizingen binnen
Afrika verdrongen naar de Kalahari.
Van de Khoi-Khoi (Nama) wordt aangenomen dat ze ongeveer 2000 jaar geleden vanuit Botswana naar Orange River in Zuid Afrika zijn getrokken. In het
begin van de 19de eeuw eisten de kolonisten (Boeren) steeds meer grond op waardoor de Khoi-Khoi Namibië introkken, op zoek naar land. De San en de Khoi-Khoi vertonen fysieke overeenkomsten en ook hun talen, die klikgeluiden bevatten, komen gedeeltelijk overeen. Deze bevolkingsgroepen gezamenlijk worden aangeduid als Khoisan. Vanaf de 9de eeuw trokken verschillende volkeren (o.a. Damara), onderling verbonden doordat ze tot dezelfde taalgroep (het bantoe) behoorden, zuidelijk Afrika binnen vanuit Centraal en Oost Afrika. Zij waren langer en donkerder dan de Khoisan en technologisch meer ontwikkeld. Een in onbruik geraakte naam voor deze volkeren is Kaffers. Ook de term bantoe heeft, met name in Namibië, een zeer negatieve lading gekregen. Die term is in Namibië blijkbaar zodanig misbruikt door en ten tijde van Zuid Afrikaanse regering, dat het niet meer acceptabel is om dit woord in Namibië te gebruiken, op welke wijze dan ook. Het eerste bantoevolk dat zuidwaarts migreerde, waren de Shona. Ze vestigden zich tussen de Zambezi en de Limpopo, waar ze zich mengden met een deel van de San. De meerderheid van de San trok echter richting de Kalahari, net als de San dat deden in zuidelijk Namibië toen de Nama zich daar vestigden. Tussen de 12de en 15de eeuw kwam de cultuur van de Shona tot grote bloei. De Shona bouwden Great Zimbabwe, een stenen stad met naar schatting 10.000 inwoners. De grote rijkdom die de stad kende was gebaseerd op veeteelt en handel. De handelsroutes liepen naar de Indische Oceaan, waar Afrikaans goud, ivoor en koper werd verhandeld tegen stoffen, keramiek en kralen, die Arabische handelaren uit het Midden Oosten meebrachten. In de eeuwen die volgden, kwamen ook andere bantoevolkeren de regio binnen. De Tswana trokken vanuit Transvaal naar het zuidelijk deel van Botswana. Vanuit het noorden trokken Ovambo en Herero Namibië binnen. De Herero vormden een agressieve stam: ze verdreven de San en kwamen in oorlog met de Nama, die naar het zuiden van Namibië werden teruggedrongen. Tegenwoordig leven in Zimbabwe twee grote bevolkingsgroepen. De grootste groep (77%), de Shona, leeft in Centraal-, Noord-, en Oost-Zimbabwe. De Ndebele (19%) leven in het zuidwestelijk deel van het land, in en om de stad Bulawayo. Ongeveer 3,5% van de bevolking bestaat uit kleine Afrikaanse minderheden. In Botswana behoren de meeste mensen (80%) tot de Tswana. Andere bevolkingsgroepen zijn de in de Kalahari levende Bosjesmannen of San, Kalanga, Mbukushu, Yei en Herero. Het noorden van Namibië is het dichtstbevolkt en daar wonen Owambo, Kavango en Caprivi. Damara en Himba leven in het onherbergzame noordwesten en in de meer centraal gelegen gebieden leven Herero en Nama. De blanken maken een zeer bescheiden deel van de bevolking uit. In Zimbabwe is dat net 1%, in Botswana 0,5% en in Namibië 5%. Bron tekst: Footprint "Namibia" (2006), Dominicus "Zimbabwe/Botswana/Namibië" (2006). |